Ziek door prionenpoep
Hoe verspreidt prionziekte onder herten?

- Zoom
- Prionen zijn echte overlevers. Buiten het lichaam, in een hertenkeutel op de mossige grond, hebben ze het prima naar hun zin.
Gezonde herten verspreiden dodelijke prioneiwitten via hun poep. Dat verklaart zeer waarschijnlijk waarom er zoveel herten met de dodelijke prionziekte rondlopen. Onderzoeksleider Prusiner denkt dat ook andere diersoorten elkaar via de poeproute besmetten.
Gezonde herten die besmet zijn met dodelijke prionen, verspreiden deze veroorzakers van hersenziektes via hun poep. Dat is de verrassende uitkomst van een onderzoek van Nobelprijswinnaar en priondeskundige Stanley Prusiner van de universiteit van Californië. De herten zijn wel besmet, maar nog niet ziek.
Prioneiwitten veroorzaken hersenziektes zoals Chronic Wasting Disease bij herten, de gekke-koeienziekte (BSE), de schapenziekte scrapie en variant-Creutzfeldt-Jakob (vCJD) bij mensen. Het zijn geen lieverdjes, die prionen. Ze zijn bestand tegen extreme hitte en druk en kunnen het een hele tijd buiten het lichaam in de bosbodem uithouden.
Kurkentrekker
De eiwitten komen normaal ook voor in het brein bij dier en mens. Ze zijn van nature onschuldig en hebben de vorm van een kurkentrekker. Maar om nog onbekende reden vervormen de eiwitten soms en beschadigen ze het brein zodanig dat de hersenen sponsachtig worden en dier en mens eraan doodgaan.
Tot nog toe waren de ziekmakende eiwitten bij herten aangetroffen in een hele serie weefsels en vocht, zoals bloed, urine, spuug en spieren. Ook was er een poeptheorie: herten zouden mogelijk prionen in hun poep uitscheiden. Grazende herten kunnen zo, na een hapje prionenpoep, besmet raken.
Eerder vonden onderzoekers prionen al in de poep van zieke dieren. Maar dat kon nog niet verklaren waarom er zoveel herten met Chronic Wasting Disease rondlopen. Een ziek dier leeft namelijk te kort om genoeg besmettelijke keutels uit te poepen.
Poep scheppen
Dus trokken de collega's van neuroloog Prusiner er op uit om gedurende een aantal maanden de poep van vijf gezonde vrouwtjes herten te verzamelen. Na het keutels rapen, kregen de herten keer op keer een hapje dodelijke prionen toegediend. Dat ging zo door tot de beesten ziek werden en een spuitje kregen.
De prionenpoep van de herten werd vervolgens in het brein van muizen gespoten. Nu was het steeds wachten of en wanneer de muizen ziek werden. Een nogal smerige, maar wel effectieve methode. Want zo ontdekten de Amerikanen dat hertenpoep al besmettelijk is zo'n zeven tot elf maanden voordat het wild ziek werd.
Volgens Prusiner zien we een belangrijke bron van besmetting over het hoofd, namelijk de keutels in wei of bos. Een besmet hert poept in zijn leven waarschijnlijk net zoveel prionen uit als er in zijn brein aan het eind van zijn leven aanwezig zijn.
En het gevaarlijke is dat de beesten in eerste instantie nog niet ziek zijn. Het is zonder speciale test onmogelijk om besmette dieren preventief te ruimen. Prusiner noemt de poeproute ook een mogelijke besmettingsbron voor schapen en geiten. Over koeien en de gekke-koeienziekte rept hij niet. Maar het zou niet verbazen als Prusiner zijn collega's met schep en emmertje al een veld vol koeienvlaaien in gestuurd heeft.
Frederique Melman
Stanley Prusiner, "Asymptomatic deer excrete infectious prions in faeces", Nature (advanced online publication), 9 september 2009.