Opzij Lucy! Hier is Ardi

4,4 miljoen jaar oude primaat liep rechtop

Ardi, kort voor Ardipithecus ramidus, is voor zo'n oude vondst behoorlijk compleet: Ha nden, voeten, een onderbeen, een heup en een schedel.
Zoom
Ardi, kort voor Ardipithecus ramidus, is voor zo'n oude vondst behoorlijk compleet: Ha nden, voeten, een onderbeen, een heup en een schedel.

Na vijftien jaar puzzelen presenteren onderzoekers deze week de lijvige biografie van Ardi, een vrouwelijk exemplaar van de 4,4 miljoen jaar oude primatensoort Ardipithecus ramidus. Haar lichaam en brein hebben de afmetingen van een chimpansee. Ze liep evenwel rechtop, en slingerde niet door de bomen, zoals chimpansees. De vondst biedt een nieuw perspectief op de oorsprong en evolutie van de mens.

“Heel bijzonder,” vindt hoogleraar evolutionaire anatomie Fred Spoor. "Zo’n vondst komt hooguit eens per generatie boven water.“ De vorige generatie had Lucy, een 3,2 miljoen jaar oud exemplaar van de zogeheten ‘zuidelijke aap’, of Australopithecus afarensis. Wij hebben Ardi, en zij is maar liefst 1,2 miljoen jaar ouder dan Lucy.

Het wetenschappelijk tijdschrift Science pakt uit met maar liefst 11 artikelen waarin Ardipithecus ramidus, zoals de officiële naam van Ardi luidt, uitvoerig wordt beschreven. Daarin beschrijven 47 auteurs Ardi's uiterlijk, haar manier van voortbewegen en het landschap waarin zij en haar soortgenoten leefden.

De hoofdonderzoeker, de paleo-antropoloog Tim White, heeft Ardi’s achtergrond bijna vijftien jaar goed verborgen weten te houden. Al halverwege de jaren negentig werden de fossiele botresten van Ardi en naar schatting 35 andere individuen opgegraven in de Middle Awash vallei, een gortdroog woestijngebied in Ethiopië. Een paar botjes werden aan de wereld getoond, maar daarna bleef het stil. Pas nu laten de onderzoekers zien waar ze al die tijd mee bezig zijn geweest.

Het komt maar zelden voor dat van zo’n oud fossiel zoveel botresten bewaard zijn gebleven als van Ardi: het skelet is, grof gezegd, half compleet. Er zijn een stuk of zes van zulke, gedeeltelijk complete, skeletten van menselijke voorouders van 1 miljoen jaar en ouder. Tot nu toe was Lucy de oudste.

Het skelet van Ardi lag ingeklemd tussen twee vulkanische lagen, waardoor het mogelijk was een schatting te maken van de ouderdom van het skelet: 4,4 miljoen jaar. En in die 4,4 miljoen jaar is Ardi niet bepaald mooier geworden. De schedel en het heupbot waren dusdanig geplet, dat het immens veel geduld en eindeloos puzzelwerk kostte voor er een fatsoenlijke reconstructie te maken was. De botfragmenten werden gedigitaliseerd, en met de computer werden de meest waarschijnlijke reconstructies gemaakt.

Ardi blijkt een verrassend mengelmoesje te zijn, met primitieve, aapachtige kenmerken enerzijds, en moderne trekjes anderzijds. Het Ardipithecus-vrouwtje reikt tot borsthoogte; ze is net een meter twintig lang. Ze heeft lange, aapachtige armen die tot haar knieen reiken. Haar vingers zijn verrassend lang, veel langer dan van de huidige mensapen. Maar het meest opmerkelijke aan de handen van Ardi is dat ze duidelijk niet gemaakt zijn voor ‘knuckle-walking’. Als ze op vier poten liep, dan liep ze daarbij niet op de knokkels van haar handen, zoals chimpansees dat doen, maar zette ze haar handen plat op de grond. Chimpansees kunnen dat niet, omdat de pezen in hun hand daarvoor te kort zijn.

Uit de botten van haar arm blijkt bovendien dat Ardi nooit aan haar armen door de bomen heeft geslingerd, zoals chimpansees. Haar lichaamsbouw wijst erop dat ze eerder een bomenklauteraar was, die zich op handen en voeten door de bomen verplaatste. Tenminste: als ze niet rechtop tussen de bomen doorliep. Ardi was, zoals dat heet, een facultative biped, een soort die naar believen op twee, of op vier ledematen kon lopen.

Ook Ardi’s voet is uniek. De grote teen is heel groot, zoals bij mensapen, en opponeerbaar, zoals de menselijke duim. Ardi’s voeten zijn bovendien behoorlijk stug, in tegenstelling tot de slappe voeten van een chimpansee. Een lopende chimp hoor je door zijn platvoeten al van verre aankomen: flop, flop. De stugge voet en de grote grote teen van Ardi zorgden ervoor dat ze tijdens het lopen haar voeten misschien kon afwikkelen, zoals mensen dat doen. En misschien kon ze zelfs rennen, iets wat chimpansees ook absoluut niet kunnen.

Dat alles wijst erop dat Ardi veel minder op een chimpansee leek dan onderzoekers hadden verwacht van een fossiel van deze leeftijd, schrijven de onderzoekers. Uit genetisch onderzoek blijkt dat mens en chimpansee tussen de 6 en 7 miljoen jaar geleden een gemeenschappelijke voorouder moeten hebben gehad. De heersende gedachte was tot nog toe dat deze laatste gemeenschappelijke voorouder erg op een chimpansee zou lijken. Volgens hoofdonderzoeker Tim White moet die aanname op de schop. Niet alleen Ardi was geen chimpansee, haar voorlopers leken ook al niet op chimpansees, stelt hij.

Ardi’s leefomgeving zorgt ook voor verassingen. Algemeen wordt aangenomen dat de voorouders van de mens pas op twee benen zijn gaan lopen toen ze, letterlijk, uit de bomen kwamen en op de savannes gingen leven. Uit de analyse van de duizenden gefossiliseerde overblijfselen van planten en dieren in Ardi’s directe omgeving blijkt echter dat Ardipithecus ramidus in een gematigde bosachtige omgeving leefde, en niet in een grassige open vlakte.

Nadat Tim White en zijn collega’s vijftien jaar lang in alle rust met de fossiele resten van Ardi hebben kunnen puzzlen, is Ardi nu aan rest van de wereld gepresenteerd. Iedereen zal het skelet willen zien, de schedel willen bestuderen, het heupbot en de voeten. Onderzoekers zullen de komende tijd dan ook over elkaar buitelen met nieuwe interpretaties, afwijkende reconstructies en aanvullingen op Ardi's nu al bijzondere levensverhaal.

Jacqueline de Vree