De mens, de worm en de slak

Bruno Gryseels in het minilaboratorium aan boord van de Clipper
Zoom
Bruno Gryseels in het minilaboratorium aan boord van de Clipper

De trans-Atlantische slavenhandel leidde in Zuid-Amerika tot een uniek evolutionair experiment. Want niet alleen de slaven, ook de parasieten die ze bij zich droegen, vonden daar een nieuw thuis.

Poep en slakken verzamelen in de sloppenwijken van Salvador da Bahia. (Brazilië). Het klinkt niet erg aantrekkelijk. Toch is dat precies wat de Vlaamse parasitologen Tine Huyse en Bruno Gryseels deden voor het Beagle-project. Want de slakken en de parasieten in de mensenpoep vertellen een spectaculair verhaal. Een verhaal dat bovendien al honderden jaren oud is, en getuigt van een zwart hoofdstuk in de geschiedenis van de mensheid: de slavernij.
 
Vanaf de 16e eeuw arriveerden de eerste slaven uit West-Afrika in de Nieuwe Wereld. Veel van hen droegen een minuscuul wormpje bij zich: de parasiet die bilharzia veroorzaakt, een tropische ziekte waaraan naar schatting 200 miljoen mensen lijden. Voor de komst van de slaven was de ziekte in Zuid-Amerika onbekend.
 
De parasiet eet – letterlijk - van twee walletjes. De larfjes ontwikkelen zich eerst in een zoetwaterslakje. De mens loopt deze vreemde kostgangers op door contact met besmet oppervlaktewater. De parasieten doorboren de huid, vormen paartjes, en planten zich voort. De eitjes verlaten het lichaam weer via de ontlasting, en zo begint de cyclus van voren af aan. Mens, slak en wormpje zijn in de loop van eeuwen als een precisie-uurwerk op elkaar afgestemd in een proces dat co-evolutie heet. Haal één radertje weg, en het bouwwerk valt uit elkaar. Althans: dat zou je denken.
 
Wonderlijk genoeg heeft de bilharzia-parasiet in Brazilië en Suriname, de gebieden waar de meeste slaven terecht kwamen, een nieuw slakje gevonden als tussenstation, Biomphalaria glabrata.  
 
Schepnetjes en handschoenen
Tine Huyse en Bruno Gryseels (K.U. Leuven, Belgisch Instituut voor Tropische Geneeskunde) willen graag weten hoe sterk de parasiet zich aan deze nieuwe leefomgeving heeft aangepast, en hoe verwant ze nog zijn met hun verre familieleden aan de andere kant van de oceaan. Zou een Zuid-Amerikaanse parasiet kunnen overleven in een Afrikaans slakje? En andersom? Tine Huyse: “Uit eerder onderzoek weten we dat de Afrikaanse bilharzia-parasiet erg kieskeurig is. Parasieten uit Mali kunnen niet overleven in slakjes uit buurland Senegal, en omgekeerd. Maar het experiment dat wij willen doen, is nog niet eerder gedaan.”
 
Aan boord van de Clipper Stad Amsterdam werd een eenvoudig laboratorium ingericht, met een veldmicroscoop, een koelkastje, een verzameling pipetjes en kweekschaaltjes. Eenmaal aangekomen in Salvador da Bahia gingen de twee op pad, gewapend met schepnetjes en plastic handschoenen - ook als onderzoeker kom je liever niet in aanraking met de venijnige parasiet. Samen met lokale medewerkers van FIOCRUZ, een overheidsinstelling op het gebied van de gezondheidszorg in Brazilië, bezochten ze twee favella’s, sloppenwijken, aan de voet van het regenwoud.
 
Turen en puren
“De hoofdweg van het eerste dorpje is niets meer dan een modderig paadje. Overal poeltjes met water, je vist de slakken er zo uit. En veel mensen, volwassenen maar ook kinderen, lopen er dagelijks, vaak zelfs op blote voeten, doorheen,” vertelt Huyse. “Zo’n 65 procent van de kinderen hier is dan ook besmet.”
In het tweede dorpje lijkt het aanvankelijk mee te vallen. De hoofdwegen zijn verhard en de huizen van steen. Maar pal langs de huizen ligt een open riolering, waar het wemelt van de slakken. De kinderen in het dorp helpen mee bij de slakkenjacht.
 
Huyse en Gryseels brengen honderden slakken mee terug naar het schip, een goede oogst na een dag turen en puren in poeltjes en open riolen. Kleine tegenvaller: het blijkt niet mogelijk om monsters te nemen van de ontlasting van de kinderen in de favella’s. In die poep zitten de eitjes van de parasiet, en de Vlamingen hadden die graag willen onderzoeken. Maar helaas, vertelt Huyse: “Het is menselijk materiaal, en dat kan niet zomaar vanuit Brazilië naar het schip, Nederlands grondgebied, geëxporteerd worden. We zijn maanden bezig geweest om de vergunning op tijd rond te krijgen, maar dat is niet gelukt.”
 
Buitenaardse schoonheid
De bilharzia-parasiet – Schistosoma mansoni – is goed met het blote oog te zien. Het lijken vrij saaie wormpjes, witte friemeltjes van een tot anderhalve centimeter lang. Maar onder de microscoop blijkt het diertje van een buitenaardse schoonheid. De kop bestaat uit een grote, gapende mond, met daaronder een reusachtige zuignap. Daarmee kan het wormpje zich langs de binnenkant van de bloedvaten verplaatsen. Een anus hebben ze niet. Onverteerd voedsel braken ze uit. Het bloed spoelt het wormenbraaksel eenvoudig weg.
 
De volwassen mannetjes vormen, samen met de vrouwtjes, een ingenieus liefdeskoppel. Het vrouwtje nestelt zich permanent in een groeve in de lengterichting van het mannetje, en zo vormen ze samen een nieuw individu. Aan deze liefdevolle, eeuwigdurende omhelzing danken ze hun naam: schistosoom betekent letterlijk ‘gespleten lichaam’.
 
Elk koppeltje legt zo’n 300 eitjes per dag. De helft daarvan verlaat via de ontlasting het lichaam, op zoek naar een geschikte slak voor de volgende ontwikkelingsfase. De eitjes die in het lichaam achterblijven, zorgen voor de ziekteverschijnselen. Bij kinderen springen vooral de groeiachterstand en gebrekkige cognitieve ontwikkeling in het oog. Afhankelijk van de hoeveelheid parasieten die iemand bij zich draagt, variëren de klachten verder van onbestemde vermoeidheid, koorts en hoesten tot ernstige leverbeschadigingen en miltvergroting. In uiterste gevallen braakt een patiënt bloed of barst de milt.
 
Wereldwijd zijn naar schatting 200 miljoen mensen met bilharzia besmet, warvan 85 procent ten zuiden van de Sahara. Zo’n 20 miljoen patiënten zijn ernstig ziek, en ongeveer 200.000 mensen overlijden jaarlijks aan de ziekte. Daarmee staat bilharzia op de tweede plaats van de parasieten-toptien zoals die is opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie WHO. Alleen malaria eist een hogere tol.
 
Daglicht
Terug aan boord gaan de slakken eerst een nachtje in het donker, en daarna in de couveuse, onder een felle bak licht. Tine Huyse en Bruno Gryseels willen zoveel mogelijk parasietenlarfjes uit de slakken vissen, en daarvoor is een trucje nodig. In de natuur komen de larfjes alleen bij daglicht uit de slak. Heel slim, want zo is de trefkans met een menselijke gastheer het grootst. Niemand die ’s nachts in een slakkenpoeltje gaat zwemmen, of er de was komt doen.
 
De besmettingsexperimenten met de Afrikaanse slakken konden helaas niet aan boord worden uitgevoerd, vertelt Huyse bij thuiskomst. “Daarvoor was het laboratorium te primitief. Maar we hebben wel het DNA van de parasieten bewaard en meegenomen.” De twee Belgen vermoedden dat de Braziliaanse parasiet niet veel moet hebben van de Afrikaanse slak. Dat betekent dat het systeem van mens, slak en worm in Zuid-Amerika in een paar honderd jaar tijd een heel eigen weg in de evolutie is gegaan. In de loop van dit jaar hopen de onderzoekers met de definitieve resultaten te komen.
 
Wormenbraaksel
Als alle slakken in potjes zitten, kloppen enkele opvarenden van de Clipper Stad Amsterdam aan bij het minilab van Tine Huyse voor een een bilharzia-test. Ze plassen voor de gelegenheid in Wedgewood-kopjes, een eerbetoon aan Darwins schoonfamilie. De oprichters van de sjieke porseleinfabriek waren scherp gekant tegen de slavernij. Twee VPRO-redacteuren blijken de parasiet bij zich te dragen, vermoedelijk een ongewenst souvenier van een zwempartij in Suriname.
 
Ontdekkingsreiziger Redmond O’Hanlon schrijft tevoren in zijn weblog dat hij de bui al ziet hangen. “Ik heb dagelijks het zweet van me afgespoeld in de Congolese jungle, in elk stroompje, meertje of poeltje dat er maar was. Ook in de Amazone, in Borneo. De kans is groot dat ik een karrevracht parasieten bij me draag.“ Zijn voorgevoel is juist. Ook Redmond O’Hanlon krijgt een recept voor het antiwormenmiddel Praziquantel. Het leed is daarmee snel geleden. Het is misschien alleen even wennen aan de gedachte dat er jarenlang wormenbraaksel door zijn bloedvaten heeft gestroomd.
 
Jacqueline de Vree
 
[dit artikel verscheen ook in de VPRO-gids]
 
In de 8e aflevering van de televisieserie Beagle - in het kielzog van Darwin - komt ook het onderzoek van Tine Huyse en Bruno Gryseels aan bod. Uitzending: zondag 1 november, 21.10 uur op Ned 2
 
In Noorderlicht Radio is komende vrijdag ook een reportage over het onderzoek van Huyse en Gryseels te beluisteren. Uitzending: vrijdag 30 oktober, van 15.25 tot 15.40 uur op Radio 1.