Een lichte politieke voorkeur

Obama-stemmers schatten zijn huidskleur vaak te licht in

Kies de echte Obama.
Zoom
Kies de echte Obama.

Welke foto laat het best zien hoe Barack Obama echt is, vroegen Amerikaanse onderzoekers aan 221 studenten. Zijn fans kozen vaak een foto waarop zijn huidskleur kunstmatig lichter was gemaakt, terwijl aanhangers van John McCain juist naar een extra donkere versie van de aanstaande president wezen.

Voor het eerst in de geschiedenis van de Verenigde Staten van Amerika was er een presidentskandidaat met een ‘witte’ en een ‘zwarte’ ouder. Een mooie gelegenheid om te testen of iemands politieke voorkeur invloed heeft op het beeld van hij of zij van die kandidaat heeft, dachten drie Amerikaanse gedragsonderzoekers .

Eugene Caruso, Nicole Mead en Emily Balcetis hebben het getest bij studenten en rapporteren daarover in Proceedings of the National Academy of Sciences. Om te beginnen deden ze een proefje met een nepkandidaat. Ze namen foto’s van de relatief onbekende ijshockeyspeler Jarome Iginla, die een Nigeriaanse vader en een blanke Amerikaanse moeder heeft, en bewerkten die digitaal, zodat de man op de ene versie een ietwat lichtere en op de andere een net iets donkerdere huidskleur kreeg. Heel subtiel, dus nauwelijks zichtbaar.

Vervolgens lieten ze 108 proefpersonen vragen beantwoorden over hun standpunten op het gebied van onderwijs. Daarna werden de standpunten van de nepkandidaat ‘onthuld’: die waren óf in vijf van de zes gevallen hetzelfde, of juist tegengesteld. En toen kwamen de foto’s. Drie stuks, waarin de man in verschillende houdingen stond, zodat niet opviel dat hij ook drie verschillende huidtinten had.
Het beste gelukt
De proefpersonen kenden deze kandidaat helemaal niet, maar kregen toch de opdracht uit de drie foto’s het exemplaar te kiezen dat het beste gelukt was, en volgens hen het best liet zien hoe deze man écht is. De uitslag was duidelijk. Van degenen die de onbekende als medestander zagen, koos 25 procent voor het lichter gemaakte gezicht en 10 procent voor het extra donkere. Was de man neergezet als tegenstrever, dan waren die percentages vrijwel omgekeerd: 11 en 26 procent. De rest koos de onbewerkte foto of had geen voorkeur.

Die resultaten waren interessant genoeg om vlak voor de verkiezingen een groter onderzoek te starten, met Barack Obama en John McCain in de hoofdrollen. De opzet was ongeveer hetzelfde, maar in plaats van vragen over onderwijs moesten 221 studenten aangeven hoe progressief of conservatief ze zichzelf vonden.

En ja hoor. Van de ‘liberals’ koos 19 procent voor de verlichte versie van Obama en 15 procent voor de donkerder gemaakte. Conservatieven scoorden 10 en 25 procent. Een klein verschil, maar wel significant.

Een vervolgexperiment met 53 andere studenten leverde een nog sterker contrast op: 33 procent licht en 7 donker voor de liberals tegen 21 en 42 procent bij de conservatieven. Waarom waren de verschillen nu groter? Dat is onduidelijk. Misschien had het iets te maken met hun universiteit, want de ene groep kwam van de universiteit van Arizona, de andere van Florida State University. Bij die laatste groep studenten werden ook een aantal tests afgenomen om te bepalen hoe sterk ze bevooroordeeld waren tegenover zwarten. 

Racisme
Was racisme de reden om Obama zwarter te zien? Misschien voor een deel, maar het verklaarde niet alles. Ook als de resultaten gecorrigeerd werden voor de uitslagen van de racisme-testen, bleef het effect namelijk overeind.

De klap op de vuurpijl was dat de fotokeuze heel goed bleek te voorspellen of iemand uiteindelijk op Obama zou stemmen. In de week ná de verkiezingen zei van de lichtkiezers in het laatste experiment driekwart op Obama te hebben gestemd. Onder degenen die een donkere foto hadden aangewezen, scoorde McCain 89 procent. En de studenten die de neutrale foto hadden gekozen of geen beste foto wisten aan te wijzen, hadden in zes van de tien gevallen op Obama gestemd. Die natuurlijk ook won.

Bij portretten van John McCain was er geen relatie tussen fotokeuze en politieke voorkeur, dus het effect speelt alleen bij kandidaten van gemengde afkomst, concluderen de onderzoekers. Maar wat zit hier nu achter? 

Groepsdenken
Waarschijnlijk heeft het te maken met groepsdenken. Mensen zijn geneigd tegenstanders ‘zwart te maken’ en groepsleden in een gunstiger licht te zien. Blijkbaar moeten we dat niet alleen figuurlijk zien. Tenminste: onder blanken. Want er deden wel zwarte studenten mee aan dit onderzoek, maar te weinig om te zien of het fenomeen bij hen net zo werkt. Het zou best kunnen, want bij eerder onderzoek bleek dat mensen ook negatieve associaties hebben bij een donkere huidskleur als het om hun zelfbeeld gaat.

Overigens werd Barack Obama ook letterlijk zwartgemaakt door zijn tegenstanders. De campagnestaf van Hillary Clinton manipuleerde videobeelden om hem een donkerder uiterlijk te geven. Het heeft haar niet geholpen.

Elmar Veerman

Eugene M. Caruso, Nicole L. Mead en Emily Balcetis: ‘Political partisanship influences perception of biracial candidates’ skin tone’, PNAS, 1 december 2009