De geur van oma's koekjes

Vroege geuren worden in het brein gekerfd

De associaties met eerste geuren brachten veel meer activiteit in de hippocampus en de amygdala te weeg, twee gebieden die met geheugen en emotie te maken hebben.
Zoom
De associaties met eerste geuren brachten veel meer activiteit in de hippocampus en de amygdala te weeg, twee gebieden die met geheugen en emotie te maken hebben.

Wetenschappers in Israel hebben ontdekt dat vroege geuren in de hersenen een voorkeursbehandeling krijgen. Of ze vies of lekker zijn, dat maakt niet uit. Voor geluid gaat de voorkeursbehandeling niet op.

De geur van cake die in de oven staat. Van een bitter hoestdrankje. Iedereen kent geuren uit zijn jeugd waar je een heel goede of juist slechte herinnering aan hebt, het staat ook wel bekend als het Proust fenomeen. De geuren lijken een voorkeursbehandeling te krijgen in je geheugen.

Eerder onderzoek wees al uit dat eerste geuren makkelijker een herinnering tot stand kunnen brengen dan geuren die later volgen. Onderzoekers aan het Weizman Institute of Science in Israel wilden wel eens weten of dit ook echt in de hersenen te zien was. Of er voor sommige geuren een soort stempel wordt achtergelaten met ‘vroege geur: voorrang’. Ze beschrijven hun bevindingen in Current Biology.

De onderzoekers boden proefpersonen een neutraal plaatje aan. Vervolgens kregen ze via een buisje in de neus een vieze geur (bv. vis of koeienpoep), of een lekkere geur (bv. perzik of citroen) aangeboden. Anderhalf uur later kregen ze hetzelfde plaatje te zien maar met een andere geur.

Bij aanbieding van het plaatje, een week later, bleken de proefpersonen deze vaker te associeren met de eerste geur (50%) dan met de tweede geur (35%). Als de eerste geur vies was, was dit effect groter (56% vs. 29%).

Maar waar het om ging was de activiteit in de hersenen, daarom werden de plaatjes in een hersenscanner aangeboden. De onderzoekers vergeleken de hersenpatronen die te zien waren bij associaties met de eerste geur en associaties met de tweede geur. De associaties met eerste geuren brachten veel meer activiteit in de hippocampus en de amygdala te weeg, twee gebieden die met geheugen en emotie te maken hebben. Vroege geuren hebben in de hersenen dus een specifiek patroon van hersenactiviteit. Opvallend genoeg is het patroon bij vieze geuren en lekkere geuren hetzelfde en even sterk.

Om te kijken of geluiden ook voorkeursbehandelingen krijgen deden de onderzoekers hetzelfde testje ook met geluid. Ze boden weer plaatjes aan en lieten vervolgens nare geluiden (krijtjes op het bord, een drilboor) of mooie geluiden (een warm gitaargeluid en een waterval) horen. Ook hier kozen de proefpersonen een week later vaker een eerste geluid dan een tweede geluid wanneer ze gevraagd werd waar ze een plaatje mee associeerden. Maar in de hersenscanner was daar niks van te zien, er werd geen extra activiteit gevonden.

Er is dus wel degelijk een stempel in de hersenen die ervoor zorgt dat eerste geuren ruim baan krijgen. In dit onderzoek werd het bij volwassenen aangetoond, maar de onderzoekers denken dat voor geuren uit de kindertijd hetzelfde geldt. Dergelijke hersenstempels zouden kunnen helpen bij het vinden van manieren om vroege herinneringen te wissen die traumatisch zijn.

Susanne Linssen

The Priviliged Brain Representation of First  Olfactory Associations, Yeshurun e.a. Current Biology, 17 november, 2009.