Het voordeel van een handicap
Hoe het Downsyndroom beschermt tegen kanker

- Zoom
- Weinig kans op kanker voor dit kind
De extra kopie van chromosoom 21 die mensen met het Downsyndroom hebben, veroorzaakt een boel ellende, maar beschermt ze ook tegen kanker. Eindelijk is nu duidelijk hoe dat komt.
Het is meestal schrikken als een kind met het Downsyndroom geboren wordt. Een leven met geestelijke en lichamelijke beperkingen ligt dan in het verschiet. Minder bekend is, dat er ook een belangrijk gezondheidsvoordeel aan het syndroom kleeft.
Gewone mensen hebben een ruim tien keer grotere kans om aan kanker dood te gaan dan Downpatiënten. Dat komt voor een deel doordat die laatsten op relatief jongere leeftijd aan andere oorzaken overlijden, maar dat verklaart lang niet alles.
Wie het Downsyndroom heeft, krijgt gewoon zelden een ernstige vorm van kanker. Tot nu toe was niet duidelijk waar dat aan lag, maar een groep van voornamelijk Amerikaanse medici heeft nu waarschijnlijk de oplossing voor het raadsel gevonden.
Nieuwe bloedvaatjes
Sandra Ryeom en haar collega’s vermoedden al langer dat er op chromosoom 21, het stuk DNA dat bij het syndroom per ongeluk in drievoud aanwezig is, een of meer genen zouden liggen die een beschermende werking hebben. En ze hadden ook al een idee hoe die bescherming eruit zou kunnen zien, want bepaalde ziekten die worden veroorzaakt door een overmatige aanleg van nieuwe bloedvaatjes, komen bij dit syndroom ook zelden voor.
Ze gingen daarom op zoek naar genen die stoffen maken, die de aanleg van nieuwe bloedvaatjes remmen. De gedachte daarbij was dat de Downpatiënten meer van deze stoffen aanmaken, waardoor kankergezwellen minder gemakkelijk bloedvaatjes kunnen laten ontstaan die ze van zuurstof voorzien. Met weinig bloedvaatjes kan het gezwel minder goed groeien, dus loopt het niet uit de hand met de kanker. Dit idee hebben ze geërfd van Judah Folkman, de vorig jaar overleden stamvader van het onderzoek naar vaatvorming.
En inderdaad. De groep vond een gen dat deed wat ze hadden verwacht, schrijven ze in Nature. Het maakt een stof die remmend werkt op de signaalstof VEGF, die tumoren vaak maken om de groei van bloedvaatjes te bevorderen.
Zuurstofgebrek
Mensen met het Downsyndroom maken meer van de remmende stof aan dan gewone mensen, en dat kan verklaren waarom ze zelden kanker krijgen. Of eigenlijk krijgen ze de ziekte wel, maar blijven de tumoren bij hen klein, door zuurstofgebrek.
Hetzelfde geldt voor muizen met een extra chromosoom, die speciaal gefokt worden om op Downpatiënten te lijken. Maar de bescherming treedt óók op bij beestjes die niet een heel extra chromosoom hebben, maar alleen een extra kopie van het beschermende gen.
En dat biedt opwindende perspectieven, geloven de onderzoekers. Misschien is het mogelijk om medicijnen te ontwikkelen die de activiteit van het bewuste gen opschroeven bij kankerpatiënten, zodat gezwellen in ademnood komen.
Elmar Veerman
Kwan-Hyuck Baek e.a.: ‘Down’s syndrome suppression of tumour growth and the role of calcineurin inhibitor DSCR1’, Nature, 21 mei 2009