De evolutie van de lach

Kietelende zoektocht naar oerlach van mens en aap

Kietelen: een leuk spel. Maar ook een beetje eng.
Zoom
Kietelen: een leuk spel. Maar ook een beetje eng.

Net als een mens stoot ook een aap speelse kreten uit wanneer je hem kietelt. Maar mag je dat lachen noemen? En waar komt het gegiechel eigenlijk vandaan?

Kietelen: een leuk en beangstigend spel tegelijkertijd. Kietel jezelf onder de arm en er gebeurt niets. Maar kietel je een baby onder zijn voeten dan trakteert hij je op een aanstekelijke schaterlach. Doe hetzelfde bij een aap en ook hij begint te gillen en schreeuwen. Mag je dat lachen noemen? Ja, zegt een internationaal team psychologen nu. Hun onderzoek bevestigt opnieuw het idee dat apen wel degelijk kunnen lachen.

In het vakblad Current Biology beschrijven Marina Davila-Ross van de universiteit van Portsmouth en collega’s experimenten waarbij ze jonge en jongvolwassen orang-oetans, chimpansees, gorilla's, bonobo's als ook kleine kinderen eens lekker onder de voeten, in de handpalmen, in de nek en onder de armen kietelden. Er is vervelender onderzoek denkbaar.

“Jonge dieren en kinderen zijn voor dit experiment de beste proefpersonen omdat hun stemgeluid nog niet veranderd is door lichamelijke veranderingen (de baard in de keel bijvoorbeeld, red.) of omdat ze anders hebben leren lachen”, vertelt Davila-Ross. “En wil je een apenlach en een mensenlach goed met elkaar kunnen vergelijken dan kun je ze beter kietelen, gedrag dat zowel apen als mensen vertonen, dan dat je ze een slechte mop vertelt.”

Lachstamboom
Het gekietel leverde ruim achthonderd geluidsfragmenten op. De psychologen vergeleken die fragmenten op aantal en sterkte van de lachstoten en plaatsten ze in een evolutionaire ‘lachstamboom’. Wat bleek? De lachstamboom overlapt met de genetische stamboom van mens en mensapen.

Zo staat de mens met maar een half procent verschil genetisch dichterbij de chimpansee dan de gorilla. Ook lijkt de menselijke lach meer op die van een chimpansee dan een gorilla. Blijkbaar hadden de mensapen en de mens een gezamenlijke voorouder die ook al flink moest lachen wanneer je hem onder zijn behaarde voeten kietelde, concluderen de psychologen.

Hoe verschilt ha! ha! ha! van mens tot aap? De lach van de mens is veel melodieuzer. Alhoewel de wetenschappers een enkele bonobo of chimpansee ook op een melodieuze lach betrapten. Daarnaast lacht de mens alleen als hij uitademt, terwijl de aap het ook bij inademen kan. De aap blijkt bij lachend uitademen verrassend genoeg zelfs drie tot vier keer langer geluid te kunnen maken dan wanneer hij gewoon ademhaalt. Een trucje dat de mens bij spraak gebruikt.

Oelach
De lach van mens en aap verschilt dus. Maar het gaat hier vooral om variaties van elementen van de ‘oerlach’ en niet om de introductie van nieuwe lachelementen. Samenvattend laat het onderzoek volgens Davila-Ross zien dat de lach zijn oorsprong vindt in de laatste gemeenschappelijke voorouder. Die leefde zo’n tien tot zestien miljoen jaar geleden. De mens ontwikkelde vervolgens een eigen variant op de ‘oerlach’ toen hij zich 4,5 tot 6 miljoen jaar geleden van zijn apenfamilie afsplitste.

De oerlach moet een ratjetoe zijn geweest van de lachelementen van mens en apen: korte series van een bij uitademing uitgestoten, weinig melodieuze, langzame en lange lach. Een monotone haaa-haaa-haaa, haaaa-haaa-haaa dus. Dat moet nogal lachwekkend hebben geklonken.

Lachen is ingebakken. "Dat de lach zijn oorsprong vindt in de oermens kan verklaren waarom blinde en dove kinderen - uit verschillende culturen - nog steeds kunnen lachen, die lach hetzelfde klinkt en dezelfde sociale rol vervult", besluit de Britse psychologe.

Frederique Melman

Davida-Ross, Owren en Zimmerman: “Report: Reconstructing the Evolution of Laughter in Great Apes and Humans”, Current Biology, July 14, 2009. DOI 10.1016/j.cub.2009.05.028