Belichaamd instrument

Hersenen zien gereedschap als verlengstuk van lijf

Tijdens concerten ervaart Jimi Hendrix z'n lichaam anders. Door drugs? Door de muziek? Of door z'n gitaar?
Zoom
Tijdens concerten ervaart Jimi Hendrix z'n lichaam anders. Door drugs? Door de muziek? Of door z'n gitaar?

Muzikanten voelen zich vaak vergroeid met hun instrument. Da’s geen metafoor, het is bijna letterlijk zo, blijkt uit nieuw onderzoek. Gebruik een paar minuten een stuk gereedschap, en je hersenen denken dat het een deel van je lichaam is. Is dat niet een beetje dom? Nee, juist erg praktisch.

Iedereen kent het gevoel, of het nu om een trompet, een tandenborstel of een toetsenbord gaat. Naarmate je iets vaker gebruikt, gaat het steeds vertrouwder aanvoelen. Het wordt als het ware een verlengstuk van je eigen lichaam, een extra ledemaat.

Voor dat fenomeen is nu een verklaring gevonden. De hersenen interpreteren instrumenten als een verlengstuk van het lichaam. "Dat wist ik gevoelsmatig al lang", denk je dan. Inderdaad, maar "onze experimenten laten voor het eerst onomstotelijk zien dat deze eeuwenoude intuïtie klopt", zegt hoofdonderzoeker Alessandro Farnè van INSERM.

En wat meer is: de hersenen doen dat niet na maanden van training of oefening, maar al nadat je een ding een paar minuten gebruikt. Daar kwamen de onderzoekers achter door een mechanische grijper te bevestigen aan de rechterarm van veertien proefpersonen, schrijven ze in Current Biology. Die grijper was ongeveer 40 centimeter lang, zodat de proefpersonen dingen konden pakken die zonder de grijper buiten hun bereik zouden liggen. Ze kregen de opdracht dat een aantal minuten te doen.

Wat bleek? Na de opdracht hadden ze het idee dat hun onderarm langer was dan ervoor. Zowel voor als na de proef werden de proefpersonen aangeraakt op hun elleboog en op hun middelvinger, en na de proef hadden ze het idee dat die twee punten verder uit elkaar lagen.

Afkicken
Bovendien kostte het ze na de proef meer tijd om met hun blote hand iets te grijpen dan ervoor. Ze waren tijdens de proef dus gewend geraakt aan de grijper, en moesten daarna weer even door een ‘ontwenningsfase’.

De onderzoekers verklaren deze opmerkelijk snelle gewenning en ontwenning aan de hand van de kaart die de hersenen van het hele lichaam onderhouden. Alle delen van het lichaam zijn op bepaalde plekken in je hoofd gerepresenteerd. Maar die kaart is niet statisch; hij kan onder bepaalde omstandigheden veranderen. Wanneer er een grijper aan je arm is bevestigd bijvoorbeeld.

Dat de proefpersonen na het loskoppelen van de grijper moeite hadden met het pakken van spullen, kwam omdat de kaart nog niet was terugveranderd naar de oude situatie, zegt Farnè. Hij denkt dat de kneedbaarheid van de kaart het mogelijk maakt om te leren omgaan met een prothese of een getransplanteerd lichaamsdeel.

Homo Technium
Dat lijkt goed nieuws voor mensen die zichzelf in de toekomst hopen te kunnen laten ombouwen tot een cyborg. De hersenen zullen er waarschijnlijk geen moeite mee hebben als er allerlei technologische hoogstandjes worden toegevoegd aan het menselijke lichaam.

Jammer is wel dat het onderzoek zich heeft beperkt tot kortstondig gebruik van een stuk gereedschap. Hoe werkt het dan als je langdurig een instrument gebruikt, of iedere dag opnieuw? Verandert de kaart in je hoofd dan elke keer, of ontstaan er twee afzonderlijke representaties? Intuïtief is die vraag moeilijk te beantwoorden. Je stapt zonder problemen iedere ochtend op de fiets, maar het blijft telkens opnieuw wennen als je je schaatsen uittrekt en weer gewoon probeert te lopen.

Hoe dan ook, duidelijk is dat het brein er geen moeite mee heeft om een ding te beschouwen als een deel van het lichaam zelf. Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat de mens de afgelopen duizenden jaren zo goed is geworden in het gebruik van gereedschappen, of dat nu een scherp stuk steen is, een computer of een tandenborstel.

Bouwe van Straten

Alessandro Farnè e.a., ‘Tool-use induces morphological updating of the body schema’ in: Current Biology, 23 juni 2009.