Mieren rationeler dan mensen

Besluiten van een groep ‘domme’ insecten zijn zo gek nog niet

Mieren zijn bijzonder succesvolle beestjes. Onder meer omdat ze samen slimme besluiten kunnen nemen. Dit is overigens een andere soort dan in het experiment werd gebruikt.
Zoom
Mieren zijn bijzonder succesvolle beestjes. Onder meer omdat ze samen slimme besluiten kunnen nemen. Dit is overigens een andere soort dan in het experiment werd gebruikt.

Als mieren moeten kiezen, gaan ze soms rationeler te werk dan mensen, tonen twee Amerikaanse onderzoekers aan. De insecten laten hun keuze namelijk niet beïnvloeden door inferieure alternatieven, en wij wel.

Stel, je gaat een tweedehands auto kopen, en je kunt kiezen uit een exemplaar van het gewenste bouwjaar met meer kilometers op de teller dan je wilt (auto A), en een wat oudere, die wél een aangename kilometerstand heeft (auto B). Verder zijn er geen verschillen.

Je twijfelt, want voor jou wegen de nadelen van beide auto’s even zwaar. Wat doe je als er nu nog een derde auto bijkomt (auto C), die precies even oud is als auto B, maar nóg meer kilometers achter de rug heeft dan auto A?

Als je puur rationeel zou zijn, verandert de komst van auto C niets, want die is inferieur aan de beide andere auto’s. Maar in werkelijkheid verandert de toevoeging voor veel mensen wel iets. Na de introductie van auto C hebben zij ineens een voorkeur voor auto A. Dat komt doordat die auto C op alle fronten overtreft (hij is én nieuwer én hij heeft minder gereden), terwijl B dat maar op één van beide doet. Klinkt misschien logisch, maar rationeel is het niet – auto A en B zijn immers nog steeds gelijkwaardig. Maar ja, zo werken mensenhersenen nu eenmaal.

Susan Edwards (Princeton University) en Stephen Pratt (Arizona State University) vroegen zich af of mieren ook in deze afleidingstruc trappen. Auto’s kopen ze natuurlijk niet, maar deze nietige insecten komen soms wel voor een lastige keuze te staan. Zij besluiten dan met z’n allen. In zekere zin fungeert een mierenkolonie op dat moment als één brein, schrijven Edwards en Pratt in Proceedings of the Royal Society B.

Verkenners
De twee onderzoekers gebruikten mieren van de soort Temnothorax curvispinus. Die maken hun nesten in kleine holtes, en als zo’n nest beschadigd raakt, zoeken ze een nieuwe plek. Daarvoor gaan verkenners op pad.

Een verkenner die een mogelijke nieuwe nestplaats gevonden heeft, gaat naar het oude nest terug en haalt een of meer medemieren op, die vervolgens hetzelfde doen. De inzet van elke mier hangt af van de vraag hoe blij hij is met de nieuwe nestmogelijkheid.

Zo ontstaat een soort kettingreactie, die uiteindelijk uitmondt in een gezamenlijke migratie naar de beste nieuwe plek. Zijn er twee gelijkwaardige mogelijkheden, dan heeft elke plek 50 procent kans om te worden uitverkoren.

Veranderen die percentages wanneer er een derde keuzemogelijkheid bijkomt, die minder goed is, maar net zoals in het voorbeeld van de auto’s door slechts één van beide bestaande mogelijkheden op alle punten wordt overtroffen?

Derde doosje
Niet echt, blijkt uit de experimenten van de twee biologen. Als de mieren de keuze kregen tussen twee even aantrekkelijke doosjes, waarvan er eentje iets te donker was (doosje A) en de andere een wat te grote ingang had (doosje B), veranderde een derde doosje (C) daar niet veel aan.

Zouden de mieren als mensen hebben gereageerd, dan had de toevoeging van een doosje dat nog donkerder was dan A, met een ingang als die van B, gezorgd dat doosje A vaker werd uitverkoren – maar dat was dus niet zo. Een licht doosje met een veel te grote ingang leidde ook niet tot een voorkeur voor B.

En dus, is de conclusie, gedragen mieren zich soms rationeler dan mensen. Wie had dat gedacht van zulke nietige insecten?

Elmar Veerman

Susan C. Edwards en Stephen C. Pratt: ‘Rationality in collective decision-making by ant colonies’, Proceedings of the Royal Society B, 22 juli 2009