Gezocht: menselijke feromonen

De ultieme teaser blijft onvindbaar

Bloemetjes, bijtjes ... (afbeelding: K. Cheung)
Zoom
Bloemetjes, bijtjes ... (afbeelding: K. Cheung)

Feromonen bestaan dit jaar 50 jaar. Althans: het woord feromonen. De term is een hit en duikt overal op, zelfs in popsongs en reclames. En ze bestaan ook echt. Alleen bij mensen kunnen we ze maar niet vinden, schrijft Tristram Wyatt in Nature.

‘The secret to attracting girls’, ‘Your way to a woman’s heart’: feromonen worden op talloze websites aangeboden als het ultieme parfum om vrouwen mee te verleiden. Maar wat zit er precies in deze parfums? Meestal gaat het om andosteron. Dat is inderdaad een feromoon. Een varkensferomoon. Veel mensen ruiken deze stof helemaal niet, en als ze het wel ruiken, vinden ze het naar urine stinken.

Dat deze sites geen menselijke feromonen aanbieden heeft een simpele reden: die zijn nog niet gevonden. In tegenstelling tot die van dieren. Het is dit jaar vijftig jaar geleden dat het eerste feromoon is ontdekt, en sindsdien zijn ze aangetroffen op de meest uiteenlopende plekken van het dierenrijk. Van spoorzoekende mieren tot flirtende kreeften, en van bacteriën tot kleine babykonijntjes; allemaal gebruiken ze feromonen om met elkaar te communiceren.

Het is een wijdverbreid misverstand dat feromonen alleen een seksueel lokmiddeltje zijn. Oorspronkelijk sloeg de term op stoffen die insecten uitscheiden, en die een vaststaande reactie oproepen bij soortgenoten. Dat kan (seksuele) opwinding zijn, maar ook angst. Dieren gebruiken feromonen bijvoorbeeld om soortgenoten te waarschuwen voor een dreigend gevaar, zonder de eigen locatie te hoeven verraden met geluiden of bewegingen.

Veel zoogdieren hebben een apart orgaan om feromonen waar te nemen, het vomeronasale orgaan (VNO). In de jaren negentig is veel gespeculeerd over het bestaan van dit ‘zesde zintuig’ bij mensen. We blijken het inderdaad te hebben, maar het staat niet in verbinding met de hersenen. Niet meer, om precies te zijn. Waarschijnlijk heeft het menselijke VNO zijn functie in de loop van de evolutie verloren.

Voor sommige wetenschappers is dit het bewijs dat er geen menselijke feromonen bestaan, maar anderen denken dat we ze met onze neus kunnen waarnemen. Aan deze ‘stankoorlogen’ zal waarschijnlijk pas echt een einde komen als de menselijke feromonen daadwerkelijk worden ontdekt.

Zover is het nog niet, maar de zoektocht gaat onverminderd door. Intrigerend onderzoek is recentelijk gedaan door Lilianne Mujica-Parodi van de New Yorkse Stony Brook University. Zij verzamelde het okselzweet van veertig mensen terwijl ze voor het eerst in hun leven een parachutesprong maakten. Een tweede groep mensen werd blootgesteld aan dit zweet, terwijl tegelijkertijd hun hersenactiviteit werd gemeten. En wat bleek? Ze vertoonden duidelijk verhoogde activiteit in delen van de hersenen die met angst te maken hebben, de hypothalamus en de amygdala.

Het lijkt er dus op dat angst besmettelijk kan zijn, dankzij feromonen. De grote kanshebber om als eerste ontdekt te worden is een feromoon dat te maken heeft met de maandelijkse cyclus van vrouwen. Het is bekend dat vrouwen die in elkaars nabijheid leven, na enige tijd gelijktijdig gaan menstrueren. Naar dit fenomeen is al veel onderzoek gedaan (hoewel het ironisch genoeg niet is gelukt om het effect zelf te reproduceren). Het wachten is nu op de eerste wetenschapper die de stoffen ontdekt die hier verantwoordelijk voor zijn.

Als het dan eindelijk zover is dat er een menselijk feromoon is gevonden, wat kunnen we er dan mee? Waarschijnlijk minder dan we hopen. Althans: bij mensen. Dieren zijn vrij makkelijk te manipuleren met behulp van feromonen. Hitsige mannetjesmotten bijvoorbeeld vliegen rechtstreeks in de val als daar seksferomonen van de vrouwtjesmot in zitten. Menige mottenplaag op katoenplantages is al bestreden met feromonen.

Maar veel zoogdieren reageren pas op feromonen als de context klopt. Omdat het menselijk gedrag tot het meest gecompliceerde van alle dieren behoort, zullen feromonen bij ons waarschijnlijk pas werken als aan zeer specifieke omstandigheden is voldaan.

Met andere woorden: zelfs als onderzoekers de menselijke seksferomonen ontdekken, zal dat waarschijnlijk niet leiden tot het ultieme afrodisiacum. Dat is jammer voor de vele websites en hun klanten, maar misschien moeten we er wel blij mee zijn. Het onderzoek met het angstzweet van parachutespringers werd mede gefinancierd door DARPA, de onderzoekstak van het Amerikaanse ministerie van defensie.

Boze tongen hebben al beweerd dat het leger feromonen zou willen gaan inzetten om mensen collectief in een staat van angst te brengen, iets wat DARPA zelf overigens ontkent. Maar zelfs als er dergelijke plannen bestaan, is de vraag of de kans van slagen erg groot is.

Bouwe van Straten

Wyatt, T.D., 'Fifty years of pheromones', in: Nature, 15 januari 2009, vol. 457.