Wie zie je in de spiegel?
Over het ontstaan van zelfherkenning

- Zoom
- Geen spoor van herkenning (foto: Emma Collier-Baker).
Slechts een handvol dieren herkent zichzelf in de spiegel. Wanneer is dat vermogen ontstaan? Australische onderzoekers denken dat mensen en mensapen het hooguit 18 miljoen jaar geleden onder de knie hebben gekregen. Of is het meermaals ontstaan, en weer verdwenen?
Ingewikkelde problemen kun je het beste in stukjes hakken. Het zelfbewustzijn is zo’n probleem. Wetenschappers hebben er de laatste decennia veel onderzoek naar gedaan, maar het blijft vooralsnog een mysterie. Hoe het werkt, hoe en wanneer het is ontstaan; wie het weet, mag het zeggen.
Eén aspect van zelfbewustzijn is zelfherkenning, het vermogen van dieren om zichzelf te herkennen in de spiegel. De Australische onderzoekers Thomas Suddendorf en Emma Collier-Baker denken dat ze hebben ontdekt wanneer dit vermogen is ontstaan, schrijven ze in Proceedings of the Royal Society.
Het recept voor hun inzicht is simpel maar doeltreffend: onderzoek een aantal nauw verwante soorten met een gemeenschappelijke voorouder, kijk welke soorten wel, en welke niet over zelfherkenning beschikken, en achterhaal wanneer deze soorten van elkaar zijn afgesplitst.
De onderzoekers wisten al dat mensapen als de bonobo, chimpansee en gorilla zichzelf kunnen herkennen in de spiegel. Ook oerang-oetans zijn er toe in staat, en die hebben zich 13,8 miljoen jaar geleden afgesplitst van de andere mensapen. Het vermogen tot zelfherkenning is daarom in ieder geval een kleine 14 miljoen jaar oud.
Gibbons voor de spiegel
Maar hoe oud precies? De gibbons splitsten zich zo’n 18 miljoen jaar geleden af van de voorouders van de mensapen. Als die zichzelf zouden herkennen in de spiegel, is het vermogen minimaal 18 miljoen jaar oud. Zoniet, dan is het hooguit 18 miljoen jaar oud, veronderstelden de onderzoekers.
Om antwoord op hun vraag te krijgen, onderwierpen de onderzoekers zeventien gibbons van drie soorten aan de zogenaamde spiegeltest. Daarvoor werden om te beginnen de kooien van de dieren uitgerust met spiegels.
Alle apen toonden vervolgens interesse in hun spiegelbeeld, maar dat zegt nog niets. Een kat is ook gefascineerd door zijn spiegelbeeld, maar gaat vervolgens vaak achter de spiegel op zoek. Hij denkt dus dat het een andere kat is.
Om te kijken of de gibbons zichzelf herkenden, kregen ze van de onderzoekers een gekleurde stip boven hun wenkbrauw. Deze stip konden ze dus alleen in de spiegel zien. De vraag was nu of ze na het zien van hun spiegelbeeld boven hun wenkbrauw zouden gaan krabben. Dat zou immers bewijzen dat ze in de gaten hadden dat ze zichzelf in de spiegel zagen.
Maar nee hoor. Ondanks meerdere pogingen slaagden de gibbons er niet hun het spiegelbeeld te herkennen. Geen van de dieren zocht op z'n eigen lichaam naar de vlek. Wel staken sommigen hun hand achter de spiegel, op zoek naar het spiegelbeeld.
Nu is afwezigheid van bewijs nog geen bewijs van afwezigheid. Met andere woorden: misschien herkennen gibbons zichzelf in een volgende test wel. Maar dat achten de onderzoekers onwaarschijnlijk, want de apen hadden alle tijd om met hun spiegelbeeld te experimenteren. Eén van hen ontdekte de stip zelfs op gevoel, toen hij toevallig aan zijn hoofd krabde. Later bij de spiegel toonde hij geen interesse meer in de stip, terwijl hij hem nu duidelijk kon zien.
En de conclusie is …
Suddendorf en zijn collega denken daarom dat het vermogen tot zelfherkenning bij primaten is ontstaan nadat de oergibbon zich heeft afgesplitst van de lijn die leidde tot de moderne mens - 18 miljoen jaar geleden – maar voordat de orang-oetan zich afsplitste van die lijn – 13,8 miljoen jaar geleden.
Maar is die conclusie gerechtvaardigd? Het zou ook best kunnen dat gibbons zichzelf ooit wel herkenden in een spiegelend wateroppervlak, maar dat vermogen weer zijn verloren omdat het geen evolutionair voordeel bood.
Bovendien komt zelfherkenning niet alleen bij mensapen voor. Ook dolfijnen, olifanten en eksters herkennen zichzelf in de spiegel. Als zelfs eksters het kunnen, met hun relatief kleine hersenen, dan is het goed mogelijk meerdere diersoorten het vermogen tot zelfherkenning hebben, of hebben gehad.
Duidelijk is nu wel, dat niet alle mensapen over het vermogen tot zelfherkenning beschikken. Maar hoe en wanneer het is ontstaan, blijft een raadsel. Om van het mysterie van het bewustzijn nog maar te zwijgen.
Bouwe van Straten
Thomas Suddendorf en Emma Collier-Baker, ‘The evolution of primate visual self-recognition: evidence of absence in lesser apes’, in Proceedings of The Royal Society, 25 februari 2009.