Vissen verdwalen in zure oceaan

Oost west, thuis best

Een clownsvis of anemoonvis. Het dier leeft in symbiose met bepaalde zee-anemonen, en is de enige diersoort die geen last heeft van het gif uit de netelcellen van de anemonen.
Zoom
Een clownsvis of anemoonvis. Het dier leeft in symbiose met bepaalde zee-anemonen, en is de enige diersoort die geen last heeft van het gif uit de netelcellen van de anemonen.

Jonge vissenlarven raken de weg kwijt als de oceanen nog verder verzuren door toename van CO2 in de atmosfeer.

De vrolijk gekleurde clownvis of anemoonvis houdt van beschutting. Een koraalrif, niet al te diep water, en een zeeanemoon om in te schuilen. Clownvisjes zijn de enige vissen die geen last hebben van het gif in de netelcellen van de anemoon. De larven van de clownvis brengen een deel van hun prille leven door in open water. Als ze groter worden, snuffelen ze hun weg terug naar het vertrouwde rif.

De aanstaande verzuring van de oceanen, door toename van CO2 in de atmosfeer, dreigt roet in het eten te gooien voor de jonge clownvisjes. Zeebioloog Philip Monday en collega’s beschrijven deze week in het tijdschrift PNAS een experiment waaruit blijkt dat het reukorgaan van de visjes in de war raakt als ze opgroeien in zuurder zeewater.

De onderzoekers lieten de vissenlarven opgroeien in drie soorten water. Gewoon zeewater, met een pH van 8,15, water met een pH van 7,8 – de verwachte zuurgraad van de oceanen in 2100 - en water met een pH van 7,6. Zo zuur zouden de oceanen kunnen worden in 2200, als er geen ingrijpende maatregelen worden getroffen.

Om hun reukvermogen te testen, werden de larfjes na elf dagen in een plastic bakje geplaatst, waar van een kant twee verschillende soorten water doorheen stroomden. Aan de visjes de keuze: linksaf, of rechts. Normaal gesproken worden de larfjes aangetrokken door water dat ruikt naar tropisch regenwoud: een teken dat er land in zicht is. Clownvissen broeden het liefst in koraalriffen rondom begroeide eilanden. De geur van moerasgewassen stoot de vissen juist af. Ook vermijden de jonge visjes water dat ruikt naar hun ouderlijk nest, vermoedelijk om inteelt tegen te gaan, en zwemmen ze liever naar water dat ruikt naar onbekende soortgenoten. En natuurlijk ruikt niets zo lekker als een zeeanemoon.

Clownvisjes die opgegroeid waren in het zuurdere water met met een pH van 7,8, reageerden nog wel op de verschillende plantengeuren, maar veel minder dan hun soortgenoten die in gewoon zeewater groot waren gebracht. Daarnaast maakten ze geen onderscheid meer tussen water met het luchtje van hun ouders, en water met het luchtje van andere soortgenoten. Maar echt zorgelijk werd het gedrag van de visjes die in water met een pH van 7,6 waren opgegroeid. Deze larfjes reageerden helemaal nergens meer op. Niet op het luchtje van soortgenoten, niet op een lekker tropisch bos, en zelfs niet op water waarin twee uur lang een zeeanemoon had liggen weken.

Zorgelijk, vinden de onderzoekers. Tot nu toe is er vooral onderzoek gedaan naar de effecten van verzuring op schelpvorming en de groei van koraal. Niemand had eerder gekeken naar de impact ervan op het gedrag van dieren.

De verzuring van de oceanen gaat hand in hand met de opwarming van de aarde. In de laatste tweehonderd jaar is tenminste 30 procent van het door de mens geproduceerde CO2  in de oceanen terecht gekomen, die daardoor fors verzuurd zijn. Het tempo van de verzuring in de afgelopen twee eeuwen is honderd keer hoger dan het in de afgelopen 650.000 jaar is geweest.

Zo zuur als het de clownvisjes in het derde experiment werd gemaakt, zal het overigens niet snel worden. Een pH van 7,6 van het oceaanwater komt overeen met een hoeveelheid CO2 in de atmosfeer van 2000 ppm (parts per million). De huidige hoeveelheid CO2 in de atmosfeer bedraagt 383 ppm. Zonder maatregelen schatten onderzoekers dat in 2100 de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer tot 1000 ppm is opgelopen.

Jacqueline de Vree

Philip Munday et al, ‘Ocean acidification impairs olfactory discrimination and homing ability of marine fish’, in: PNAS, 2 februari 2009