Studeer met mate
Charles Darwin was geen uitblinker op school

- Zoom
- Charles Darwin als zevenjarige, niet lang voor zijn moeder overleed.
Op 12 februari is het tweehonderd jaar geleden dat Charles Darwin werd geboren, een feit dat overal wordt herdacht. Hij begon zijn carrière als onopvallende scholier en matig presterend student. Waarschijnlijk kon hij juist daarom een theorie ontwikkelen die de wereld veranderde.
“Ik kan hier wel bekennen dat ik als kleine jongen geneigd was om opzettelijk onwaarheden te verzinnen, altijd met het doel om opschudding te veroorzaken”, schreef Charles Darwin tegen het einde van zijn leven in zijn autobiografie.
Opschudding veroorzaakte hij ook op latere leeftijd, tot lang na zijn dood zelfs. Niet door onwaarheden te verkondigen, maar juist door als eerste te komen met een waarheid als een koe: dat de combinatie van variatie en natuurlijke selectie het ontstaan van de verschillende soorten, inclusief de mens, kan verklaren. Wat maakte dat hij, en niet iemand anders, deze theorie ontwikkelde?
Charles Darwin groeide op in een welgesteld gezin, met vier oudere zusters die de rol van zijn moeder min of meer overnamen toen zij overleed. Dat was in 1817, toen Charles net acht jaar oud was. Vader was een succesvol arts en een onafhankelijk denker. De rijkdom en standing die daarmee gepaard gingen, zorgden dat de jonge Charles in contact kwam met intellectuelen en alle ruimte had om zijn eigen interesses te volgen.
Vogels schieten
Het begon met verzamelen. Postzegels, munten, stenen, insecten: Darwin legde er in zijn jonge jaren keurige collecties van aan. Als puber en jongeman was hij dol op het schieten van vogels, wat tijdens zijn latere expeditie met het zeilschip de Beagle nog goed van pas zou komen.
Op de school waar hij tot zijn zestiende naartoe ging, leerde hij bijzonder weinig, schreef Darwin op zijn oude dag. “Niets had slechter voor mijn geestelijke ontwikkeling kunnen zijn dan de school van dr. Butler, die strikt klassiek was, en waar niets anders onderwezen werd dan een beetje ouderwetse geografie en geschiedenis.” Zichzelf omschrijft hij als een heel gewone jongen, die nergens in uitblonk.
Na school ging hij geneeskunde studeren in Edinburgh. Omdat zijn vader hem dat opdroeg, maar ook omdat hij zelf interesse in het vak had. Toch stak hij weinig tijd en moeite in die studie. De jonge Darwin deed liever andere dingen, onder meer binnen de Plinian Society, een gezelschap dat zich met natuuronderzoek bezig hield.
Na twee jaar vond vader Darwin het welletjes en stuurde hij Charles met zachte dwang naar Cambridge, om daar theologie te studeren. “Gezien de felheid waarmee ik later door de orthodoxe gelovigen ben aangevallen, lijkt het bespottelijk dat ik ooit van plan was geestelijke te worden”, schrijft de oude Darwin. Maar ja, aan het begin van zijn studie geloofde hij nog dat de Bijbel woord voor woord waar was, en leek een bestaan als voorganger van een plattelandsgemeente hem wel aangenaam.
Operaties zonder verdoving
Misschien had Darwin zijn geneeskundestudie niet zo laten versloffen als hij wat minder saaie colleges en wat meer praktijkonderwijs had gekregen - hoewel hij operaties, die nog zonder verdoving plaatsvonden, niet kon aanzien. Dan was hij arts geworden, zoals zijn vader. En als hij niet zo onderzoekend van aard was geweest, had een bestaan als Anglicaanse pastoor voor de hand gelegen. In plaats daarvan ontwikkelde hij zich tot een nauwgezet natuurwetenschapper en een begaafd schrijver, die gaandeweg zijn christelijke geloof verloor.
In Cambridge genoot Darwin van het studentenleven, maar hij vond het onderwijs saai en moeilijk. “Voor zover het de studie betrof, waren de drie jaar in Cambridge net zo’n totale tijdverspilling als de tijd in Edinburgh en op school.”
Intussen bleef hij zijn eigen interesses najagen. Hij volgde bijvoorbeeld colleges in geologie en plantkunde, en raakte bevriend met hoogleraren. Ook bekwaamde hij zich in het opzetten van dieren. Zijn leermeester daarbij was de zwarte ex-slaaf John Edmonstone, een “zeer aangenaam en intelligent man”. Edmonstone was opgegroeid in Guyana en kon daar boeiend over vertellen.
Kever uitspugen
De verzamelwoede richtte zich inmiddels vrijwel exclusief op kevers. Darwin was fanatiek: “Ik zal een bewijs van mijn ijver geven. Op zekere dag vond ik onder een stuk boombast twee zeldzame kevers en greep er één met elke hand. Toen ik een derde exemplaar zag van een nieuwe soort, één die ik beslist moest hebben, nam ik de kever die ik in mijn rechterhand had gehad, in mijn mond. Helaas scheidde het beest een intens zure vloeistof uit, die mijn tong brandde, zodat ik gedwongen was om de kever uit te spugen.”
In het laatste studiejaar zette Darwin zich eindelijk serieus aan het studeren, en dat had resultaat. Hij studeerde als een van de theologen van zijn jaar af, waarna hij overigens nog een half jaar geologiecolleges bleef volgen, gevolgd door veldwerk. Hoogleraar plantkunde John Stevens Henslow beval hem daarna aan als gezelschap voor kapitein Robert FitzRoy, die met het zeilschip de Beagle op ontdekkingsreis zou gaan.
Zijn geologische kennis, en niet zijn theologiediploma, gaf daarbij de doorslag. Maar bijna had de vorm van zijn neus verhinderd dat Darwin de reis maakte die hem op het spoor zette van zijn evolutietheorie. Lees daarover meer in Zeeziek de wereld rond – Charles Darwin en zijn reis met de Beagle.
Elmar Veerman