Luizenkorstjes

Bladluis heelt plantaardige wond

Bladluizen zijn klein, maar kunnen behoorlijk sluw zijn.
Zoom
Bladluizen zijn klein, maar kunnen behoorlijk sluw zijn.

Een soort bladluis heelt niet alleen de eigen wonden, maar ook die van de plant waarop hij leeft. Hij krijgt de plant bovendien zo ver dat die zelf z’n steentje bijdraagt – en het luizenkorstje vervangt door een nieuw, glad plantenvelletje.

Ze zijn enorm lekker om aan te pulken, maar bovenal erg handig. Korstjes houden bloed binnen en indringers buiten en voorkomen daarmee zowel kleren vol vlekken als nare infecties. Uiteindelijk verdwijnt het korstje en maakt het plaats voor een nieuw, glad stukje vel. Reparatie voltooid.

Veel dieren maken om die reden korstjes. En de meeste dieren maken die allicht alleen voor - en op - zichzelf. Een soort bladluis vormt daarop een uitzondering. Het diertje repareert namelijk niet alleen zichzelf, maar ook kapotte stukken plant. De luis maakt het korstje en zet vervolgens de plant aan tot het vormen van een nieuw, glad plantenvelletje.
 
Dat ontdekten Japanse onderzoekers onder aanvoering van biologe Mayako Kutsukake, die hun bevindingen deze week publiceren in Proceedings of the Royal Society B.

Galappels

Nipponaphis monzeni ziet eruit als de meeste bladluizen: klein, glasachtig groen, onbeduidend. De luizen leven in galappels, bolvormige woekeringen van de plant die door toedoen van de diertjes zijn ontstaan en die ze beschermen tegen hongerige rovers en ander gespuis van buiten. Mocht dat gespuis toch proberen binnen te dringen, dan staat er altijd een legertje soldaten klaar, om aanvallen direct af te slaan en de luizenkolonie te behoeden voor de ondergang.

Daarbij repareren de soldaten eventuele schade. Knaaggaatjes worden gedicht met lichaamsvloeistof, die de luizen met hun pootjes mixen en tegen de randen van het gat plakken. Binnen een mum van tijd wordt de kolonie zo weer afgesloten van de buitenwereld.
 
Van korstje naar velletje
 
Dat de bladluizen op die manier gaten in galappels dichtten, ontdekten collega’s van Kutsukake al enkele jaren geleden. Zij wilde nu weten wat er na de reparatie met de bolvormige woekeringen en hun bewoners gebeurt. De Japanse peuterde daarom zelf gaatjes in galappels, liet die vervolgens repareren door de luizen, heelde ze zelf of ging reparatie juist tegen en keek wat er gebeurde.
 
Het eerste wat ze constateerde, was dat gerepareerde galappels en hun bewoners vaker overleefden. Het merendeel van de exemplaren waarin na een maand nog gaatjes zaten, waren verschrompeld en de luizen overleden.
 
Iets anders wat ze zag, was dat de korstjes die de luizen hadden aangebracht, na een tijdje waren vervangen door plantaardig materiaal. Van die eerste provisorische reparatie was niets meer te zien.
  
Gek genoeg waren het de luizen die daarvoor hadden gezorgd. Want wanneer de onderzoekers de luizen na de eerste reparatiewerkzaamheden met behulp van insecticiden onklaar maakten, bleef dat korstje zitten. Het werd alleen vervangen door een nieuw glad plantenvelletje, als de diertjes bleven leven. De Japanners zagen bovendien dat de soldaten opvallend lang bij hun korstje bleven hangen. Misschien scheidden ze daar bepaalde stoffen uit, om te plant zover te krijgen de wond definitief te helen, speculeert Kutsukake.
 
Sluw
 
Hoe dan ook is het een bijzondere vorm van wondheling, vinden de onderzoekers, waarbij het korstje wordt gemaakt door een dier en het nieuwe velletje door een plant.
 
En de bladluizen, die hebben het goed voor elkaar. Zij krijgen de plant waarop ze leven niet alleen zo ver een fijn huis voor ze te bouwen, in de vorm van een galappel, maar ze laten het slachtoffer vervolgens zelfs de gaten in het dak repareren. Klein, maar sluw.
 
Remy van den Brand
 
Mayako Kutsukake e.a., ‘Scab formation and wound healing of plant tissue by soldier aphid’, in: Proceedings of the Royal Society B, 25 februari 2009