Evolutie en broodkruimels
Over het ontstaan der soorten door middel van vogeltjes voeren

- Zoom
- Het Britse platteland. Nat en koud in de winter, maar een prima plek om te overwinteren voor de zwartkop. Met dank aan de mens.
Dus jij denkt dat het voeren van de vogeltjes een onschuldige bezigheid is? Niets daarvan. Het heeft rechtstreeks invloed op de ontwikkeling van de vogels. Voor je het weet is er een nieuwe soort ontstaan.
Wie heeft er vroeger niet samen met zijn oma eendjes gevoerd? Of in de winter pinda’s of vetbollen in de tuin gehangen om de vogels te helpen overleven tijdens onze barre winters? Nergens voor nodig natuurlijk, die vogels weten al millennia lang hoe ze moeten overleven, daar hebben ze geen mensen voor nodig.
Maar onze hulpvaardigheid kan wel grote gevolgen hebben voor de evolutie van een soort. Een groep zwartkoppen viel binnen dertig generaties uiteen in twee groepen die zich onderling niet meer voortplantten, ontdekte een aantal Duitse onderzoekers (Current Biology, 3 december). En dat dankzij wat pinda’s en broodkruimels.
Britse zwartkoppen
De Centraal-Europese zwartkop (Sylvia atricapilla) is een zangvogeltje dat in de zomer in Zuid-Duitsland en Oostenrijk leeft, om de winters door te brengen in Spanje. Door ‘verbeterde overwinteringsomstandigheden’ – lees: omdat het klimaat zachter werd, en mensen ze steeds meer gingen voeren – gingen vanaf de jaren zestig steeds meer zwartkoppen in Groot-Brittannië overwinteren.
Om daar te komen, hoefden ze veel minder ver te vliegen. Bovendien leefden ze niet langer op vruchten, zoals in Spanje, maar op de hapjes die ze van de mens kregen. Het gevolg: de Britse overwinteraars ontwikkelden rondere vleugels, waarmee ze wendbaarder werden, maar ook minder geschikt voor het afleggen van grote afstanden. En hun snavels werden langer en smaller, en daardoor minder geschikt voor het eten van vruchten.
Door de verschillende overwinteringsplekken ontwikkelden de zwartkoppen zich in een aantal decennia tot twee aparte ‘ecotypen’. Ze zijn nog wel in staat om met elkaar te paren, maar doen dat niet meer, hoewel ze nog steeds gebroederlijk in het hetzelfde bos broeden. Genetisch verschillen ze inmiddels meer van elkaar dan van zwartkoppen die ruim 800 kilometer verderop wonen.
‘Onze resultaten laten zien dat de eerste stappen van soortvorming zich zeer snel kunnen voordoen bij overwinterende vogels’, concludeert Martin Schaefer, een van de onderzoekers. De reden daarvoor is dat de vogels gedurende de winter in Spanje aan heel andere omstandigheden worden blootgesteld dan in Engeland, en dus verschillende eigenschappen een evolutionair voordeel hebben.
Evolutie in actie
Blijft nog wel de vraag over hoe de zwartkoppen het voor elkaar krijgen om opeens op een heel andere plek te gaan overwinteren. Het trekgedrag van vogels – zowel de richting als de af te leggen afstand - ligt namelijk vast op de chromosomen.
Nader onderzoek leert dat de trekrichting van vogels niet bij alle individuen binnen een groep hetzelfde is. Bij zwartkoppen kan die variatie oplopen tot wel veertig graden, en dat is net genoeg om in plaats van in Spanje, in Groot-Brittannië terecht te komen. Ook in vroeger tijden vlogen sommige zwartkoppen dus waarschijnlijk al die kant op, alleen was de kans toen nog niet zo groot dat ze het overleefden.
Schaefer verwacht overigens niet dat de zwartkoppen zich ook echt gaan ontwikkelen tot twee aparte soorten. Hij denkt dat de gewoonten van mensen te snel veranderen om dat mogelijk te maken. Maar de rappe verandering van de zangvogeltjes is wel een mooi voorbeeld van de snelheid waarmee evolutie zich kan voltrekken. ‘Je kan het met je eigen ogen zien als je goed kijkt. Het hoeft geen miljoenen jaren te duren’, aldus Schaefer.
Bouwe van Straten
Gregor Rolshausen e.a., ‘Contemporary Evolution of Reproductive Isolation and Phenotypic Divergence in Sympatry along a Migratory Divide’, in Current Biology, 3 december 2009.