Ziek van onschuldige geuren
Geur heeft sterke relatie met ziekte en gevaar

- Zoom
- Evolutionair gezien is het handig om gevaarlijke geuren snel te waar te nemen.
Ziek van een ongevaarlijke geur, dat kan. Dit schrijft Patricia Bulsing in haar proefschrift, waarmee ze 11 september promoveert. Mensen die hier last van hebben, verwerken de geur op een andere manier in de hersenen. Geuren met een vervelende herinnering nemen een shortcut.
De stank van een wegrottend dood dier. De penetrante prikkeling van gaslucht. Het signaleren van een gevaarlijke geur kan erg handig zijn. Je wilt geen infecties oplopen, dus loop je om het dier heen. En je wil niet duizelig worden, of zelfs flauwvallen, dus bij die gaslucht zet je het raam open.
Soms worden mensen ook ziek van ongevaarlijke geuren. Patricia Bulsing ontdekte tijdens haar promotie onderzoek dat deze mensen niet gek zijn. Bulsing kreeg uitzonderlijk veel reacties op haar onderzoek, zo veel dat ze zelfs haar e-mail adres veranderde. Allemaal mensen die zich eindelijk serieus genomen voelden. Of bij haar kwamen met een klacht. Ze werden bijvoorbeeld ziek van de geur van zeep. Ook al roken ze het maar heel lichtjes.
Hoe kan het dat die zeepgeur ziek maakt? Kennis over de moleculaire structuur van een geur en hoe die op onze geurreceptoren terecht komt, is niet voldoende. Bulsing keek naar de rol van ideeën en verwachtingen over wat de geur met je waarneming en dus ook je gezondheid doet. Dit deed ze in een laboratoriumexperiment met gezonde proefpersonen.
Tijdens het onderzoek zorgde de psycholoog ervoor dat proefpersonen pijn verwachtten bij het ruiken van een bepaalde geur. Via een olfactormeter, een apparaat waarbij je een geur in zeer nauwkeurige hoeveelheden toedient, bood ze de geur aan van rotte eieren of van rozen. Sommigen kregen daarbij ook nog een pufje CO2, een neusprikkel, vergelijkbaar met wanneer je te snel cola drinkt. Op deze manier ontstond er een vervelende associatie met de geur.
Door middel van elektroden werd de hersenactiviteit gemeten wanneer ze een pufje eieren- of rozengeur kregen. Wat bleek, wanneer de proefpersonen de geur met de vervelende prikkel verwachtte, was er al heel snel hersenactiviteit, de informatie werd sneller verwerkt. Ook was de verwerking intenser. De verwachting van pijn leverde dus een shortcut in de hersenen op.
Frappant in het onderzoek was dat het verwachten van een prikneus intenser was bij de koppeling aan de eierengeur dan aan de rozengeur. Omdat deze allebei vervelend zijn, zijn ze makkelijker aan elkaar te koppelen.
Geur, zo blijkt uit dit onderzoek, heeft een sterke, mogelijk aangeboren relatie met gevaar. Sterker dan we dachten. Bulsing legde de aller-vroegste waarneming bloot. In de hersenen wordt er heel snel aan de alarmbel getrokken, soms zelfs iets te snel. Het ligt dus niet aan je neus, het zit niet tussen de oren, maar het zit allemaal in de hersenen.
Susanne Linssen
Proefschrift: ‘The Link between Odors and Illness. How Health Cognitions affect Odor Perception’, Patricia Bulsing, Universiteit Utrecht. Promotie: 11 september, 2009
Soms worden mensen ook ziek van ongevaarlijke geuren. Patricia Bulsing ontdekte tijdens haar promotie onderzoek dat deze mensen niet gek zijn. Bulsing kreeg uitzonderlijk veel reacties op haar onderzoek, zo veel dat ze zelfs haar e-mail adres veranderde. Allemaal mensen die zich eindelijk serieus genomen voelden. Of bij haar kwamen met een klacht. Ze werden bijvoorbeeld ziek van de geur van zeep. Ook al roken ze het maar heel lichtjes.
Hoe kan het dat die zeepgeur ziek maakt? Kennis over de moleculaire structuur van een geur en hoe die op onze geurreceptoren terecht komt, is niet voldoende. Bulsing keek naar de rol van ideeën en verwachtingen over wat de geur met je waarneming en dus ook je gezondheid doet. Dit deed ze in een laboratoriumexperiment met gezonde proefpersonen.
Tijdens het onderzoek zorgde de psycholoog ervoor dat proefpersonen pijn verwachtten bij het ruiken van een bepaalde geur. Via een olfactormeter, een apparaat waarbij je een geur in zeer nauwkeurige hoeveelheden toedient, bood ze de geur aan van rotte eieren of van rozen. Sommigen kregen daarbij ook nog een pufje CO2, een neusprikkel, vergelijkbaar met wanneer je te snel cola drinkt. Op deze manier ontstond er een vervelende associatie met de geur.
Door middel van elektroden werd de hersenactiviteit gemeten wanneer ze een pufje eieren- of rozengeur kregen. Wat bleek, wanneer de proefpersonen de geur met de vervelende prikkel verwachtte, was er al heel snel hersenactiviteit, de informatie werd sneller verwerkt. Ook was de verwerking intenser. De verwachting van pijn leverde dus een shortcut in de hersenen op.
Frappant in het onderzoek was dat het verwachten van een prikneus intenser was bij de koppeling aan de eierengeur dan aan de rozengeur. Omdat deze allebei vervelend zijn, zijn ze makkelijker aan elkaar te koppelen.
Geur, zo blijkt uit dit onderzoek, heeft een sterke, mogelijk aangeboren relatie met gevaar. Sterker dan we dachten. Bulsing legde de aller-vroegste waarneming bloot. In de hersenen wordt er heel snel aan de alarmbel getrokken, soms zelfs iets te snel. Het ligt dus niet aan je neus, het zit niet tussen de oren, maar het zit allemaal in de hersenen.
Susanne Linssen
Proefschrift: ‘The Link between Odors and Illness. How Health Cognitions affect Odor Perception’, Patricia Bulsing, Universiteit Utrecht. Promotie: 11 september, 2009