Zondvloed doodde koraal
Plotselinge sprong in zeeniveau lijkt ook deze eeuw mogelijk

- Zoom
- Dit type koraal ('elandgeweikoraal') kwam het meeste voor in de oude riffen.
Vlak voor de laatste ijstijd kwam de zee binnen honderd jaar met twee tot drie meter omhoog, blijkt uit de restanten van een 121 duizend jaar oud koraalrif. Een duidelijke aanwijzing dat zoiets ook in de nabije toekomst kan gebeuren, menen de onderzoekers.
Het klimaat verandert, de zeespiegel stijgt. Die boodschap hangt veel mensen inmiddels de keel uit. Maximaal 1,20 meter water erbij in het jaar 2100, zegt de Deltacommissie. Da’s veel, maar Nederland kan het aan.
In de eeuw daarop wordt het lastiger. De commissie voorziet tot het jaar 2200 een stijging van minimaal twee, en maximaal vier meter. Daar komt het effect van de onvermijdelijke bodemdaling in Nederland nog bovenop.
Dat is toch op z'n minst een uitdaging te noemen. Maar hou je vast: misschien is dit doemscenario toch nog te optimistisch. Het zeewater is in het verleden namelijk nog sneller gestegen dan de commissie aanneemt, stellen onderzoekers in Nature van deze week.
In de wetenschappelijke onderbouwing van het Deltarapport staat: “Afhankelijk van de toegepaste geochronologie wijzen paleoklimatologische gegevens erop dat in het laatste interglaciaal (± 125.000 jaar geleden), de meest recente periode waarin het klimaat vergelijkbaar was met het huidige en dat van de nabije toekomst, de mondiale zeespiegel ofwel met 1,2 ± 0,5 m ofwel met 1,7 ± 0,7 m/eeuw steeg.”
Minder dan een eeuw
De in Mexico werkende geoloog Paul Blanchon komt nu, met hulp van drie Duitse collega's, met nieuw bewijs uit die periode. De zee had 121 duizend jaar geleden minder dan een eeuw nodig om twee à drie meter te stijgen, maakt hij op uit de resten van oude koraalriffen.
Veel klimaatonderzoek gebeurt op onherbergzame plaatsen, met name aan de polen. Blanchon had het beter voor elkaar. Hij bestudeerde fossiele koraalriffen in het prachtige natuurpretpark Xcaret, aan de noordoostkust van het Mexicaanse schiereiland Yucatán. Zelf opgraven hoefde niet, want zijn studiemateriaal was al blootgelegd. Het is voor iedereen zichtbaar in de wanden van kanalen die voor toeristen zijn aangelegd.
Daardoor kon hij heel goed zien welke soorten koraal op welke plaatsen hadden geleefd. In totaal bekeek hij wel tweeënhalve kilometer koraalresten, wat hem vier jaar werk heeft gekost.
Stabiel gebied
Geologisch is het gebied zeer stabiel, dat wil zeggen dat de ondergrond er sinds honderdduizenden jaren niet omhoog of omlaag is gegaan. De restanten van de riffen liggen nu boven zeeniveau, en dat betekent dat de zee toen ze gevormd werden hoger stond dan nu. Aanvankelijk drie meter, maar daar kwam plotseling verandering in. Het water steeg, waardoor de plaatsen waar het koraal groeide, te donker werden.
Bij een langzame verandering kan een koraalrif het water bijhouden. Dan groeit er op de oude skeletten steeds nieuw koraal, zodat het hele rif omhoog komt. Dat gebeurde in dit geval niet. Het oude koraal stierf af.
Nieuw koraal vormde zich in een twee tot drie meter hoger gelegen zone. En niet daartussen. Dat alleen al is een aanwijzing dat het bijzonder snel moet zijn gegaan met die zeespiegelstijging.
De nieuwe koralen hadden bovendien een andere soortensamenstelling, eentje die beter dan de oude kan leven in troebel water. Blijkbaar was het water woeliger, concludeert Blanchon daaruit. En dat moet weer gekomen zijn doordat er geen tijd is geweest om in de net iets diepere gedeeltes koraalriffen te vormen.
Dankzij de langzaam vervallende elementen thorium-230 en uranium-234 konden de oude koraalskeletten gedateerd worden, maar niet heel precies. Voorlopig concluderen de onderzoekers dat de onderste riffen 121 duizend jaar geleden afstierven.
IJstijd
Vergelijkbare situaties zijn eerder gezien, maar dan betrof het koraal dat leefde aan het einde van een ijstijd, wanneer de enorme ijsmassa's begonnen te smelten. De zee steeg in die tijd met meer dan 3,6 centimeter per jaar. Met dat tempo is de drie meter binnen een eeuw gehaald.
Blanchon en zijn collega's zien in hun resultaten “dwingende aanwijzingen voor een sprong in zeeniveau met een vergelijkbare snelheid, tijdens de late stadia van een interglaciaal” - dat is een periode tussen twee ijstijden.
Het enge is, dat daar géén eeuw met een langzamer stijging aan vooraf lijkt te zijn gegaan. Zou de zee deze eeuw dan al met meters kunnen stijgen? Deze onderzoekers sluiten die mogelijkheid niet uit, al noemen ze geen jaartallen. Ze schrijven alleen dat zoiets “in de nabije toekomst” kan gebeuren.
Of misschien is de aanloop al begonnen: “Gezien de dramatische desintegratie van ijsplaten en de ontdekking dat zowel de Antarctische als de Groenlandse ijskap snel massa verliezen, wordt de mogelijkheid van voortgaand snel ijsverlies en een catastrofale zeespiegelstijging in de nabije toekomst bevestigd door onze ontdekking van zeespiegelfluctuaties aan het einde van het laatste interglaciaal.”
Overhaaste conclusies
Collega's van Blanchon vinden dat hij te snel komt met zijn conclusies, noteerde journalist Andrew Revkin van The New York Times. Zij vinden dat hij zijn koraalresten eerst preciezer moet dateren voor hij met zulke verstrekkende conclusies komt. Al verwijst geen van hen die conclusies direct naar de prullenbak.
Tot slot: is er een wereldwijde temperatuursprong nodig om de zee zo snel te laten stijgen? Nee. Een plaatselijke opwarming kan voldoende zijn, zolang die maar optreedt op een plek waar veel ijs ligt. Een andere verdeling van de warmte op aarde kan daarvoor zorgen.
Zo’n plotselinge wijziging van de warmteverdeling op aarde trad regelmatig op tijdens de laatste ijstijd, in zogenaamde Dansgaard-Oescher gebeurtenissen. Veranderingen in zeestromingen maakten het water rond Groenland plotseling wel tien graden warmer.
Elmar Veerman
Paul Blanchon e.a.: 'Rapid sea level rise and reef back-stepping at the close of the last interglacial highstand', Nature, 16 april 2009