Het vet van de dunnen

Bruin vet verwarmt en wit vet maakt ziek

Hoe slanker de man, hoe groter z'n voorraad bruin vet waarschijnlijk is.
Zoom
Hoe slanker de man, hoe groter z'n voorraad bruin vet waarschijnlijk is.

Het ene vet is het andere niet. Deze week rapporten Maastrichtse biologen over de vondst van bruin vet dat slanke mensen warm houdt en onthullen Franse onderzoekers een mechanisme waarmee wit vet je ziek kan maken.

Zeehonden zijn vetzakken. En niet voor niets. Vet is prima isolatiemateriaal, en dat komt van pas als je zo weinig mogelijk lichaamswarmte wilt kwijtraken in een koude zee.

Vet kan een lijf ook op een andere manier warm houden, laten kleinere zoogdieren zien. Het speciale bruine vet dat muizen en ratten onder hun huid hebben, gedraagt zich als een centrale verwarming. Warm blijven kost er veel meer energie mee, maar ze kunnen hun temperatuur er wel veel sneller en nauwkeuriger mee regelen dan met een dikke speklaag. En het scheelt natuurlijk ook een hoop gewicht.

Ook mensenbaby’s hebben dit soort bruin vet, vooral tussen hun schouderbladen. Daarmee kunnen ze zichzelf op temperatuur houden zodra ze de warme baarmoeder verlaten hebben. Bij volwassen mensen speelt het bruine vet geen rol, staat in medische tekstboeken. Ten onrechte, tonen Maastrichtse onderzoekers nu aan in het New England Journal of Medicine.

Grootste dikkerd
Van de 24 jongemannen die Wouter van Marken Lichtenbelt en zijn collega’s testten, hadden er 23 bruin vet onder de leden. En ze gebruikten het ook, om warm te blijven als ze het koud hadden. Hoe dikker de man, hoe minder actief zijn bruine vet was. Bij de grootste dikkerd deed het helemaal niets, als het er al was.

Dat klinkt misschien raar, maar eigenlijk is het logisch. Het speciale vet is bruin doordat er heel veel mitochondriën inzitten. Die worden vaak de energiefabriekjes van de cel genoemd omdat ze ATP maken, de energiedrager waarmee de cel allerlei activiteiten kan aandrijven. In bruin vet gedragen ze zich anders. Daar maken ze geen ATP, maar alleen warmte.

De Maastrichtenaren zijn de eersten die systematisch hebben onderzocht wat het bruine vet bij volwassen mannen doet. Eerder was al wel bij toeval gezien dat het actief kan zijn. Bij onderzoek met gecombineerde PET- en CT-scans, waarbij mensen ingespoten worden met een radioactieve stof die verraadt waar het lichaam energie verbruikt, bleken bepaalde regio's onverwacht actief. En daar zat bruin vet.

De mannen die aan de Maastrichtse proeven meededen, moesten twee uur lang rustig op hun rug liggen in een kamer waar het precies 16 graden Celsius was. Die temperatuur is laag genoeg om het koud te hebben, maar net te warm om te gaan bibberen. Na een uur kregen ze suiker in hun bloed gespoten waaraan radioactief fluor gekoppeld zat. Na nog een uur werden ze in een scanner geschoven.

Onder de sleutelbeenderen
Uit de scans bleek duidelijk dat er bij 23 van de 24 mannen bruin vetweefsel aan de slag was gegaan om de lichaamstemperatuur op peil te houden. Dat zat vooral in de hals, onder de sleutelbeenderen en langs de ruggegraat. Bij de slankste proefpersonen was het het meest actief. Bij hen was trouwens ook de lever heel goed te zien. Dat orgaan staat al lang bekend als warmtecentrale, dus dat was geen verrassing.

Drie slanke mannen werden nog een keer getest, maar nu bij een temperatuur van 22 graden. Daarbij bleek het bruine vet helemaal geen energie te verbruiken. Het werkt dus inderdaad als verwarming, die alleen aangeschakeld wordt wanneer dat nodig is.

Hebben slanke mensen meer bruin vet dan dikkerds? Het lijkt het sterk op, schrijven de onderzoekers, al was het verschil in deze groep net niet significant. Maar zou het toeval zijn dat er bij de dikste man, wiens lichaam voor 41,8 procent uit vet bestond, helemaal geen bruin vet te bespeuren was?

Het vet dat hij wel had, was allemaal wit. En wit vet is gevaarlijk. Statistische verbanden met allerlei ziektes waren al lang bekend, en de moleculaire mechanismen daarachter worden nu ook steeds duidelijker. Deze week kwam daar weer een belangrijke vondst bij.

In Cell Metabolism beschrijft een groep van voornamelijk Franse onderzoekers de uitkomsten van hun speurtocht naar de activiteiten van de signaalstof CXC ligand 5, die wordt uitgescheiden door cellen in wit vetweefsel. Dikke mensen hebben er veel meer van in hun bloed dan dunnerds. Vallen ze af, dan daalt die concentratie.

Suikerprobleem
De concentratie CXCL5 is bovendien hoger bij te zware mensen met diabetes dan bij even dikke personen zonder dat suikerprobleem. Spuit je het spul in bij muizen, dan krijgen hun spieren moeite met de opname van suiker uit het bloed, precies als bij diabetespatiënten. De Fransen snappen ook welk moleculaire mechanisme daarachter zit. CXCL5 verhindert de werking van insuline.

CXCL5 lijkt dus een belangrijke boosdoener bij mensen die ziek worden van hun eigen vet. Misschien dat het onderdrukken van deze stof een middel kan zijn om ongezonde dikkerds gezonder te maken. Al blijft het beter om van dat overbodige witte vet af te komen.

Kun je gevaarlijk wit vet opvoeden tot heilzaam bruin vet? Waarschijnlijk niet. Er is wel een eiwit bekend dat de activiteit van bruin vet bevordert en die van wit vet juist remt. Maar aan de andere kant zijn er aanwijzingen dat de bruine vetcellen meer verwant zijn aan spierweefsel dan aan vetweefsel.

Zoals altijd is meer onderzoek nodig, volgens de Maastrichtenaren. Dan blijkt misschien dat het goed is om mensen met vetzucht in de kou te laten staan.

Elmar Veerman

Wouter van Marken Lichtenbelt e.a.: 'Cold-activated brown adipost tissue in healthy men', NEJM, 9 april 2009

Carine Chavey e.a.: 'CXC ligand 5 is an adipose-tissue derived factor that links obesity to insulin resistance', Cell Metabolism, 8 april 2009