Halve Nobelprijs voor hiv

Het verhaal van de boef, de nietsnut en de vrouw die het werk deed

Links: Francoise Barre-Sinoussi. (Foto Pasteur Instituut), rechts: Luc Montaigner.
Zoom
Links: Francoise Barre-Sinoussi. (Foto Pasteur Instituut), rechts: Luc Montaigner.

De Franse vinders van het virus dat de aidsepidemie op zijn geweten heeft, krijgen dit jaar de helft van de Nobelprijs voor de geneeskunde. De andere helft gaat niet naar de Amerikaanse ‘mede-ontdekker’, wat hem tot de Grote Verliezer maakt. Wrang, vindt de Amsterdamse aidsspecialist Joep Lange.

De helft van de Nobelprijs voor de geneeskunde van 2008 is voor het Franse duo Luc Montagnier en Françoise Barré-Sinoussi van het Pasteur Instituut in Parijs. Montagnier staat al lang bekend als ontdekker van het humaan immunodeficiëntie virus, kortweg hiv, in 1983. Dat ook Barré-Sinoussi daarbij een belangrijke rol heeft gespeeld, wisten tot vandaag weinig mensen. Maar zij heeft het echte werk gedaan, zegt de Nederlandse aidsdeskundige Joep Lange. Er is een andere naam die veel vaker opduikt als het om de ontdekking van het aidsvirus gaat: Robert Gallo. Deze Amerikaan claimde ook als eerste hiv te hebben geïsoleerd, al kwam hij daar pas een jaar na de Fransen mee naar buiten. Officieel ging het per ongeluk, maar algemeen wordt vermoed dat Gallo het virus stiekem uit het Franse lab heeft meegenomen en daardoor met precies dezelfde genetische code op de proppen kwam. De affaire leidde tot een internationale rel, eindigend in een diplomatieke overeenkomst tussen Frankrijk en de VS. Daarin werd gesteld dat beide partijen evenveel recht hadden op de eer. En, ook niet onbelangrijk, op de helft van de royalty’s die de bloedtest voor hiv opleverde. Het Nobelcomité is het duidelijk niet eens met deze diplomatieke reconstructie van de geschiedenis, want het negeert de bijdrage van Gallo. Die liet in een reactie aan persbureau Associated Press weten dat dit ‘een teleurstelling’ voor hem is. Volgens Joep Lange is dat een understatement. “Die man is kapot. Hij heeft het aan zichzelf te wijten, maar dit heeft hij nou ook weer niet verdiend.” “Voor mij is het een grote verrassing dat er 25 jaar na dato alsnog een Nobelprijs wordt toegekend voor de ontdekking van hiv. Iedereen dacht: Montagnier en Gallo gaan hem geen van beiden krijgen. Vanwege de boevenstreken van Gallo en ook gezien het feit dat Montagnier sindsdien alleen maar onzin heeft uitgekraamd. Nadat hij het virus heeft ontdekt heeft hij niets meer van wetenschappelijke waarde gedaan.” Robert Gallo is niet alleen een ‘boef’, benadrukt Lange, maar ook een loyale vriend. En hij was een van de eerste ontdekkers van het eerste retrovirus. Bovendien heeft híj na de ontdekking van hiv wél enorm veel nuttigs gedaan in het aidsonderzoek, aldus de Amsterdamse aidsspecialist. “Als hij zich gewoon netjes had gedragen, had hij al lang een Nobelprijs op zak gehad, ook zonder de ontdekking van hiv.” Maar die gaat nu dus naar Françoise Barré-Sinoussi en Luc Montagnier. Van de eerste vindt Lange dat terecht, van de tweede niet. “Je zou ‘m evengoed aan Willy Rosenbaum kunnen geven. Dat is een Parijse dokter die op zijn motor een lymfeklier van een aidspatiënt naar het Pasteur Instituut kwam brengen. ‘Jullie moeten hier een retrovirus uit kweken’, zei hij. Eigenlijk is het bezopen dat Montagnier met de eer gaat strijken.”

Elmar Veerman