Oude lichaamsdelen vervangen door nieuwe, dat is het ideaal van de regeneratieve geneeskunde. Het liefst net zoals een hagedis zijn staart weer laat aangroeien. Van hart tot nier, van kraakbeen tot bot en van hoornvlies tot zenuw. Met ‘tissue engineering’, bouwen met weefsels, kan in Japan al een beschadigd hart genezen worden. Binnen Nederland moet beter samengewerkt worden.
Een natuurwonder dat blijft fascineren is een trucje van de hagedis. Pak hem op bij zijn staart en voor je het weet is de hagedis ervandoor, hij heeft zijn staart achtergelaten. Dat is nog tot daar aan toe, maar dat er doodleuk weer een nieuwe staart aangroeit is iets om jaloers op te worden, hoewel wij liever een nieuwe arm hebben.
Regeneratieve geneeskunde is een onderzoeksveld waar flinke stappen richting dit soort sciencefiction genomen worden. Het ideaal is om geen kunstmiddelen meer nodig te hebben om het lichaam te repareren, maar dat te helpen zichzelf te herstellen zonder littekens.
Om te illustreren wat er al met regeneratieve geneeskunde kan, presenteerde DutchFoRM, een denktank over de toekomst van regeneratieve geneeskunde in Nederland, gisteren de eerste ‘Willem J. Kolff lezing’. Genoemd naar dokter Kolff, de uitvinder van de eerste kunstnier. Spreker was de Japanse professor Teruo Okano.
Okano is een autoriteit op het gebied van ‘tissue engineering’, knutselen met weefsels. Zijn uitgangspunt is om organen te bouwen met laagjes cellen. “Met de technologie van tegenwoordig kunnen we ons lichaam en onze organen in heel dunne plakjes bekijken. Wij kunnen plakjes cellen in elk gewenst patroon kweken. Het is een kwestie van stapelen om zo organisch te bouwen”, zei hij in zijn lezing.
Dit klinkt als een driedimensionale puzzel, waarmee alles nieuw gebouwd kan worden. Een tegeltje boven de bar in een kroeg met: ‘Lever kapot? Geen nood, om de hoek kun je een nieuwe laten maken' lijkt ineens heel reëel. Maar zover is het nog niet.
Bij het stapelen van laagjes celweefsel kan in principe elk denkbaar patroon en orgaan gemaakt worden. Een student van Okano heeft al een wereldkaart van celweefsel gefabriceerd. Maar het probleem is dat er bij een stapel van meer dan drie lagen lichaamscellen bloedvaten nodig zijn die het weefsel levend houden. Kortom, wanneer weefsel van vier lagen op een lichaam geplakt wordt, accepteert het lichaam de eerste drie lagen, maar de vierde laag sterft.
De oplossing is stapelen in etappes. Drie laagjes plakken en wachten tot het lichaam ze zelf voorzien heeft van bloedvaten. Vervolgens kunnen de volgende drie laagjes erop worden bevestigd. Okano heeft met deze ‘organische pleisters’ al een beschadigd rattenhart hersteld. De littekens van een infarct verdwenen en het hart werd weer gezond.
Maar het blijft niet bij proefdieren. Ook mensen hebben al van deze experimentele geneeskunde mogen profiteren. Een doodzieke patiënt die wachtte op een donorhart gaf toestemming om zijn beschadigde hart te laten behandelen. Een transplantatie bleek daardoor uiteindelijk niet nodig. Okano toonde een filmpje waarin de patiënt zeven maanden later blij als een kind met een hersteld hart het ziekenhuis uitliep.
Het probleem bij deze methode is dat er steeds een operatie nodig is om een nieuw laagje weefsel te plakken. Het doel dat Okano nu wil bereiken is het kweken van microcapillaire systemen in celweefsel, oftewel de benodigde bloedvaten al in het weefsel meekweken. Op deze manier kunnen er buiten het lichaam dikke weefsels gebouwd worden.
Clemens van Blitterswijk, hoogleraar tissue engineering en voorzitter van denktank DutchFoRM, is ervan overtuigd dat ook in Nederland dit soort doorbraken kunnen komen. Hij is erg trots op de Nederlandse kennis van regeneratieve geneeskunde. “Per hoofd van de bevolking worden onze wetenschappers, na Zwitserland, wereldwijd het meest geciteerd. We doen alleen te weinig met onze kennis. Er moet meer samenwerking tussen de verschillende onderzoeksgebieden komen”, zei hij gisteren tijdens het ‘Dutch Symposium on Tissue Engineering’.
Van Blitterswijk maakt zich hard voor een nieuw instituut, het 'Holland House for Regenerative Medicine'. Een futuristisch gebouw, waar alle experts op dit gebied elkaar tegenkomen en met elkaar tot nieuwe ideeën komen. “We hebben gekeken naar topinstituten als Harvard en MIT in Boston. Waarom bereiken zij wereldwijde faam en blijven wij achter?” In Boston kreeg hij advies van diverse wetenschappers. “Het beste advies dat we kregen was dat samenwerking ontstaat bij de ‘coffeecorner’. Daar ontspruiten plannen. Het Holland House moet dit effect creëren. Met zo’n instituut waar techniek, biologie en commercie elkaar vinden kan Nederland een wereldwijde koploper blijven.”
Het aan laten groeien van een complete arm is nog sciencefiction. De regeneratieve geneeskunde moet eerst zelf nog groeien. Maar het herstellen van wonden, die eerder niet te repareren leken, gebeurt al. ‘Simpele’ structuren als huid en kraakbeen kunnen al goed gekweekt worden. Of samenwerking grote doorbraken zal brengen, blijft natuurlijk afwachten.
Johan Schaeffer