Bacteriën bouwen fossielen
![Zelfs een zacht, viercellig embryo kan een fossiel worden [Afbeelding: E.C. Raff and R.A. Raff]](/.imaging/stk/wetenschap/photo/media/wetenschap/noorderlicht/artikelen/2008/November/40925490/original/40925490.jpeg)
- Zoom
- Zelfs een zacht, viercellig embryo kan een fossiel worden [Afbeelding: E.C. Raff and R.A. Raff]
Dat zelfs zachte embryo’s kunnen worden teruggevonden als fossielen, is te danken aan bacteriën.
Een internationale groep onderzoekers onder leiding van de Amerikaanse bioloog Elizabeth Raff gebruikte embryo’s van zeeëgels als proefkonijnen, om te zien hoe fossilisatie in zijn werk gaat.
Dat gebeurt in drie stappen, schrijven Raff en collega’s in Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS). Allereerst moet het embryo zich in een zuurstofloze omgeving bevinden of daar op de een of andere manier – snel – terechtkomen. De bodem van een meer of zee is bijvoorbeeld een goede plek. Als er wel zuurstof aanwezig is, worden enzymen actief die het levenloze embryo van binnenuit verteren en gaat het hele fossilisatiefeestje niet door.
Eenmaal dood – maar nog niet verteerd – wordt het embryo rap gekoloniseerd door bacteriën. De microben kruipen de cellen binnen en bedekken alle onderdelen en structuren in die cellen met zogeheten biofilms, dunne laagjes bacteriën die aan elkaar plakken door middel van zelfgemaakt slijm. Uiteindelijk verdwijnt het embryo in de buiken van de bacteriën, maar zijn contouren blijven zichtbaar, dankzij de biofilms.
Stap drie ten slotte is het proces van mineralisatie. De bacteriën produceren piepkleine kristallen van calciumfosfaat of calciumcarbonaat, waarmee ze de boel verstevigen en de basis leggen voor een nieuw, fossiel embryo.
Et voilà.
Remy van den Brand