Goed nieuws van het rif

Koraal wordt hittebestendiger door wisseltruc

Het gebleekte rif bij de Keppel-eilanden waar dit onderzoek plaatsvond (foto Jos Mieog)
Zoom
Het gebleekte rif bij de Keppel-eilanden waar dit onderzoek plaatsvond (foto Jos Mieog)

Een hittegolf kan hele koraalriffen doen verbleken. Koraal dat overleeft, is na afloop vaak veranderd, zagen onderzoekers in Australië. Er wonen andere algen in de cellen van de koraaldiertjes, en die kunnen hogere temperaturen aan. Gaat dit mechanisme de koraalriffen redden van de wereldwijde opwarming?

Tropische koraalriffen barsten van het leven. Duizenden soorten vissen, garnalen, slakken en andere dieren scharrelen er hun kostje bij elkaar. En het koraal zelf natuurlijk. Dat bestaat uit kolonies van talloze koraaldiertjes op een zelf bij elkaar gemetseld kalkskelet. De basis onder zo’n heel ecosysteem kan in één klap worden weggeslagen als het te warm wordt. Maar het koraal is misschien veerkrachtiger dan het lijkt, laten nieuwe onderzoeksresultaten zien. “Koraal kan niet lang overleven zonder eencellige algen in het binnenste van zijn eigen cellen”, vertelt Jos Mieog. “Die algen maken namelijk voedsel voor het koraal. “ Mieog deed tweeënhalf jaar lang onderzoek op het Groot Barrière Rif in Australië en is nu terug in Groningen om zijn proefschrift af te schrijven. Een artikel waaraan hij meewerkte, verschijnt deze week in het vakblad Proceedings of the Royal Society B. Het gaat over verbleking van koraal. Hij legt uit wat dat is: “Als zeewater te warm wordt en het zonlicht is fel, dan gaan de inwendige algen vrije radicalen maken, die de koraalcellen beschadigen. Die reageren daarop door hun algen uit te stoten. En dan wordt het koraal ineens spierwit. Soms krijgt het daarna zijn kleur weer terug, maar als het te lang te heet blijft, kan dat niet. Dan verhongert het koraal.” Tot tien jaar geleden was zoiets nog bijna nooit in de natuur gezien, maar in 1997 en 1998 werd het overal in de tropen extreem warm. Op veel plaatsen verbleekte het koraal. Soms stierf dat in de weken daarna af, soms herstelde het zich grotendeels. Sindsdien wordt er veel meer onderzoek naar het fenomeen gedaan, dat ook in 2002 en 2006 stevig toesloeg. Een van de belangrijke vragen is wat bepaalt of koraal de klap weer te boven kan komen. Het maakt uit welke algen er precies in de koraalcellen zitten, weten onderzoekers nu. Mieog: “Er zijn heel veel soorten van deze algen. We delen ze in groepen in, en de ene groep kan een hogere temperatuur aan zonder zich te misdragen dan de andere. Eén koraalkolonie kan verschillende typen algen tegelijk huisvesten.” Ze zien er allemaal precies hetzelfde uit, maar dankzij het DNA van de algen zijn die verschillende groepen te onderscheiden. Daarvan maakten Mieog en zijn collega’s gebruik bij hun inventarisatie van het veelvoorkomende koraal Acropora millepora op een rif bij de Australische Keppel-eilanden. De groep onderzoekers verzamelde in 2004 en 2005 stukjes van 460 kolonies van deze soort. In de extreme hitte van januari en februari 2006 – op het zuidelijk halfrond is dat hartje zomer – verbleekte 89 procent van die kolonies. Een deel overleefde, en daaruit kozen ze 79 kolonies, waarvan ze drie en zes maanden na de ramp weer stukjes meenamen voor DNA-analyse. Vóór de verbleking was de grote meerderheid van de algen van het hittegevoelige type C2. Een kleine minderheid had type D-algen, eventueel in combinatie met C2. Drie maanden nadien was er veel veranderd. Type C2 was bijna nergens meer te vinden, en koraal dat deze algen nog wel had, was bijna altijd ook voorzien van andere typen. Niet alleen type D, maar ook C1 en de nog nooit eerder aangetroffen variant D* kwamen nu veel voor. Mieog: “Dit zijn allemaal typen algen die beter bestand zijn tegen hoge temperaturen dan C2, dus het koraal is minder snel zal verbleken bij een volgende hittegolf.” Hoe komt het eigenlijk dat de koraaldiertjes na de verbleking andere algen herbergen dan ervoor? Nemen ze nieuwe soorten op? “Dat zou kunnen, maar we denken dat het anders zit. Waarschijnlijk waren er al kleine beetjes van de hittebestendige algen aanwezig, maar dan in hoeveelheden die te klein zijn om met de gewone DNA-analyse zichtbaar te maken. Alleen díe algen zijn binnenboord gebleven en hebben zich vervolgens vermeerderd.” Het koraal heeft dus een manier om zichzelf te wapenen tegen nieuwe hittegolven. Gaat dit mechanisme de koraalriffen van de wereld redden van de wereldwijde opwarming? “Misschien voor een deel”, begint Mieog voorzichtig. “Maar er zijn een paar dingen die je niet moet vergeten.” “Ten eerste: een groot deel van het koraal stierf bij de afgelopen hittegolven, dus dit systeem is niet waterdicht. Ten tweede lijkt het koraal weer langzaam over te schakelen op meer hittegevoelige algen als de hittegolf voorbij is. Ten derde zitten er ook nadelen aan de algenwissel. Die minder gevoelige algen zorgen voor een langzamere groei van het koraal. En dat heeft het al steeds moeilijker, want door de stijgende CO2-concentratie in het zeewater wordt dat zuurder en lost kalk steeds gemakkelijker op. Het kost koraal daardoor steeds meer moeite om zijn skelet te bouwen. En ten vierde: we hebben dit nu vastgesteld bij één soort koraal. Er zijn nog honderden andere soorten. Van geen daarvan weten we dat ze dit ook kunnen.” Is het Groot Barrièrerif ten dode opgeschreven, zoals de beroemde onderzoekers Charlie Veron vreest? Over dertig jaar is het er nog wel, zegt Mieog. “Daar twijfel ik niet aan. Maar het is de vraag hoe het er dan uitziet. Waarschijnlijk een stuk minder fraai en divers dan nu. Het is nu al flink aan het veranderen. Ik hou er rekening mee dat er over honderd jaar weinig meer van over zal zijn, want tegen een temperatuurstijging van een graad of vier en een verdergaande verzuring van het water is het niet opgewassen.” Elmar Veerman Alison Jones e.a. : ‘A community change in the algal endosymbionts of a scleractinian coral following a natural bleaching event : field evidence of acclimatization’, Proceedings of the Royal Society B, 19 maart 2008