De vis in ons

Van moerasbewoner tot mens in 375 miljoen jaar

de vis in ons
Zoom
de vis in ons

Neil Shubin, een van de ontdekkers van ‘visvoeter’ Tiktaalik, is niet alleen fossielenjager, maar weet ook alles van embryo’s, anatomie en DNA. Hij schreef een boek waarin hij terugkijkt in de evolutionaire geschiedenis van de mens. Tot de tijd dat we vissen waren, en verder. De sporen zijn overal te zien.

“Het idee had ik al voordat we Tiktaalik ontdekten. Ik wilde een boek schrijven over anatomie, omdat ik daarin lesgaf aan de geneeskundestudenten. De vondst kwam wel op een goed moment; daardoor kon ik nog beter laten zien wat een fossiele vis over onszelf kan vertellen.” Neil Shubin schreef ‘Your inner fish’, dat in het Nederlands vertaald is als ‘De vis in ons’. Voorop prijkt een tekening van de potige oervis die hem in 2006 beroemd maakte: Tiktaalik, een beest dat 375 miljoen jaar geleden leefde en een kruising lijkt tussen een vis en een krokodil. Shubin was even in Nederland voor interviews en een lezing. In zijn boek toont hij overtuigend aan dat het menselijk lichaam waarmee we nu rondlopen, afstamt van een vissenlijf. En dat op zijn beurt weer van een dier zonder ruggengraat. Dat kun je onder meer zien aan de overeenkomsten tussen botten, de manier waarop embryo’s zich ontwikkelen, sommige genen die bij al die dieren sterk op elkaar lijken, enzovoorts. Shubin weet er alles van, omdat zijn onderzoeksgroep aan de Universiteit van Chicago op al die gebieden actief is. Hoe is hij eigenlijk zo’n allrounder geworden? “Ik begon als antropologiestudent, maar switchte naar biologie en paleontologie. Voor mijn promotieonderzoek maakte ik opnieuw een overstap, nu naar de embryologie. Ik bestudeerde de ontwikkeling van ledematen, waarover ik het in het boek heb. Tegelijkertijd deed ik ook veldwerk in Nova Scotia, in het hoge noorden van Canada. Dat werk heeft nooit mijn proefschrift gehaald. Maar ik ben blij dat ik het gedaan heb, want later in mijn carrière heb ik beide interesses kunnen combineren.” Vlak daarna, eind jaren tachtig, kwam de moleculaire biologie daar nog bij. Shubin: “Ja. Dat was echt een revolutie. We twijfelden er geen moment aan dat we daarin mee moesten. Dus gingen we aan de slag. Aanvankelijk mislukte alles trouwens. Pas na vier of vijf jaar kwam dat moleculaire werk van de grond.” Inmiddels gaat het goed, en zijn de onderzoekers er bijvoorbeeld in geslaagd om de ontwikkeling van een rogvleugel te veranderen door er een muizeneiwit op los te laten. Maar de grote klapper bereikte de onderzoeksgroep toch door ouderwets speurwerk in de rotsen van Nova Scotia. “Ja, de ontdekking van Tiktaalik beantwoordde een hoop vragen. Bijvoorbeeld: wat was er het eerst, een nek of vingers? Dat bleek de nek te zijn. Maar er komen natuurlijk altijd nieuwe vragen voor in de plaats.” Waarom had Tiktaalik eigenlijk van die stevige voorpoten? Niet om later een landdier te worden. Evolutie kijkt nooit vooruit. “Nee, inderdaad. Hetzelfde geldt voor het vermogen om lucht te ademen. Dat was er al eerder. En ook in de vissen van nu zie je dat. Vissen hebben dat vermogen minstens 23 keer op verschillende manieren ontwikkeld. Longen zijn daar maar één van.” Het idee is, zegt Shubin, dat Tiktaalik zowel zijn longen als zijn voorpoten goed kon gebruiken in de moerassige omgeving waarin hij leefde, ondiep water met veel obstakels erin. Door rotting van plantenmateriaal kon het water soms erg weinig zuurstof bevatten, en dan was luchtademhaling een handig alternatief. Stevige voorpoten helpen daarbij, want daarmee kon het beest zich opdrukken tot zijn neusgaten boven het wateroppervlak uitstaken. “Het was een tijd waarin voor het eerst zoetwater bestond, met grote roofvissen erin. Stukken groter dan de drie meter die Tiktaalik kon worden. Het idee is dat je in het water groot gevaar had, en tegelijkertijd was er op land een ecosysteem zonder gewervelde dieren, dus zonder roofdieren. Terwijl daar wel veel te eten was: allerlei grote ongewervelde dieren.” Dat maakte het heel voordelig om zo nu en dan het land op te gaan. En zo ontstonden de amfibieën, waaruit veel later ook de mens ontstond. Is Tiktaalik dus een voorvader van ons? Nee, hoogstwaarschijnlijk niet, antwoordt Shubin. “Meer een neef. Hij heeft namelijk ver uitstekende ribben, en… nou ja, er zijn een paar unieke kenmerken die erop wijzen dat dit dier niet in onze stamboom thuishoort. Maar hij was directe familie.” Dat gelooft natuurlijk niet iedereen. Zeker niet in de Verenigde Staten. Van alle Amerikanen gelooft 40 procent niet in evolutie, waaronder de president. Heeft Shubin zijn boek ook geschreven om deze mensen het licht te laten zien? “Voor mij was dat minder belangrijk. Het gaat mij om iets meer fundamenteels, iets dat bij elke publieke discussie over wetenschap komt kijken. Ik geloof niet dat het brede publiek altijd begrijpt wat wetenschappers doen, wat we proberen te bereiken, hoe we te werk gaan om onze doelen te bereiken.” “En dat is wat ik wil laten zien in dit boek. Niet alleen het bewijs dat we vinden, maar ook hoe we daaraan komen. We halen niet zomaar iets uit een boek. We trekken erop uit, en we doen voorspellingen en we zoeken daar bewijs bij. En ik wil ook laten zien waarom we dat doen. Ik doe het omdat het zo leuk is. Ik vind het heerlijk om een wetenschapper te zijn, en dat wil ik graag overbrengen.” Elmar Veerman Neil Shubin: ‘De vis in ons’, uitgeverij Nieuw Amsterdam