Meer grijze massa na therapie

Het brein bestaat niet alleen uit grijze stof, maar ook uit witte
Zoom
Het brein bestaat niet alleen uit grijze stof, maar ook uit witte

De hersenen van mensen met chronisch vermoeidheidssyndroom knappen zichtbaar op van cognitieve gedragstherapie. Een behandeling van negen maanden zorgt voor een toename van de grijze stof in de grijze massa van de patiënten, schrijven Nederlandse onderzoekers in het tijdschrift Brain.

Eigenlijk kwam hij er per ongeluk achter. Neurowetenschapper Floris de Lange had ‘toevallig’ nog wat hersenscans liggen van mensen met chronisch vermoeidheidssyndroom, die hij tijdens een eerder onderzoeksproject had gemaakt, maar daarvoor niet had gebruikt. En ach, als ze er toch lagen, kon hij ze net zo goed even bekijken. “Toen ik ze bestudeerde, viel me op dat de hersenen van mensen met chronisch vermoeidheidssyndroom relatief weinig grijze stof bevatten. In de grijze stof zitten de neuronen en korte verbindingen tussen die hersencellen", vertelt de Lange. De vraag was natuurlijk of die vermindering oorzaak of gevolg was van de aandoening. En: of die was terug te draaien. Reden genoeg om tot nader onderzoek over te gaan, bij wijze van uitstapje, naast zijn promotieonderzoek aan de Radboud Universiteit Nijmegen dat De Lange afgelopen voorjaar afrondde. Het uitstapje bleek de moeite waard, want de resultaten daarvan zijn nu gepubliceerd op de website van het wetenschappelijke tijdschrift Brain. De neurowetenschapper vergeleek de hersenen van 22 mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom met die van net zoveel gezonde proefpersonen. Hij scande ze allemaal twee keer: aan het begin van het onderzoek en negen maanden later, na intensieve cognitieve gedragstherapie. Een behandeling die veel gebruikt wordt om mensen van het vermoeidheidssyndroom, maar ook van angststoornissen en andere psychische aandoeningen af te helpen. De gezonde proefpersonen kregen uiteraard geen therapie, maar gingen negen maanden later evengoed nog een keer in de MRI-scanner. De therapie hielp. Niet alleen fysiek knapten mensen er van op – ze bewogen meer, lagen minder in bed – maar ook van binnen waren er verschillen tussen de patiënt voor de therapie en de patiënt na de behandeling. Bij de jonge patiënten, zeg tussen de 25 en 40 jaar oud, was de hoeveelheid grijze stof in de hersenen zowaar toegenomen. De hersenen van de oudere proefpersonen met het vermoeiheidssyndroom waren niet gegroeid. Gemiddeld was de toename 5 milliliter. De gemiddelde hoeveelheid grijze stof bij mensen met het vermoeidheidssyndroom zat daarmee net boven de 670 milliliter, bij gezonde proefpersonen was die 708 milliliter. Dat laatste, een ‘normale’ hoeveelheid grijze massa hadden de patiënten dus nog niet gehaald. “Nee. Maar misschien duurt het langer dan negen maanden voordat de hersenen weer op een 'normaal' niveau zijn”, zegt De Lange. “Hoe dan ook blijkt nu dat de grijze stof bij patiënten kan toenemen als gevolg van succesvolle cognitieve gedragstherapie. En daarmee ligt het voor de hand dat de eerder gevonden afname een gevolg is van het chronisch vermoeidheidssyndroom en niet de oorzaak.” Er bleek bovendien een verband te zijn tussen de hoeveelheid grijze stof en snelheid van denken. De Lange: “Simpel gezegd: tragere mensen hadden minder grijze stof, mensen die er na therapie het meest op vooruit gegaan waren in mentale snelheid hadden de grootste toename in grijze stof.” Hoewel De Lange alleen de hersenen van mensen met chronisch vermoeidheidsyndroom heeft bestudeerd, vermoedt hij dat zij niet de enigen zijn van wie de grijze massa’s grijzer kunnen worden door cognitieve gedragstherapie. “Ook bij mensen met bijvoorbeeld depressie is dat misschien het geval. Ik denk van wel eigenlijk. Het zou in ieder geval interessant zijn dat te onderzoeken.” Maar Floris de Lange gaat dat niet doen. Hij zit inmiddels in Parijs, waar hij druk bezig is met ander onderzoek, naar de mechanismen achter bewuste en onbewuste beslissingen. Ook leuk. Remy van den Brand Floris P. De Lange e.a.: ‘Increase in prefrontal cortical volume following cognitive behavioural therapy in patients with chronic fatique syndrome’, Brain, 28 juni 2008