Dieren aan de drank
Oerwoudbewoners lusten wel pap van alcoholhoudende nectar
Kleine zoogdieren in de regenwouden van Maleisië komen dagelijks hun portie alcohol halen bij palmbloemen, ontdekten Duitse biologen. De voorouder van alle apen was ook zo’n drankorgel, vermoeden ze. Dankt de mensheid daar misschien zijn zucht naar bier en wijn aan?
De bloemen van de stekelige palm ‘Eugeissona tristis’ ruik je in het Maleisische oerwoud al van verre. Ze verspreiden geen zoet parfum, maar een sterke dranklucht. Dat komt doordat er alcoholhoudende nectar druppelt uit deze bloemen, die met z’n duizenden bij elkaar op één tot drie meter hoge staken groeien. Daarmee lokken de planten zoogdieren, die helpen het stuifmeel te verspreiden.
Dierfysioloog Frank Wiens van de universiteit van Bayreuth (Duitsland) en zijn collega’s hebben de bloemen en hun bezoekers uitgebreid bestudeerd. Zonder zoogdierbezoek dragen de palmen maar half zoveel vruchten, schrijven ze in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences. En ze menen ook een antwoord te hebben gevonden op een oude, intrigerende vraag: waar komt de drankzucht van mensen toch vandaan?
Het spreekt namelijk helemaal niet vanzelf dat we zo dol zijn op een stof die de waarneming vervormt, het denken vertroebelt en de coördinatie vermindert. Een stevige afkeer van alcohol had meer voor de hand gelegen. Zelfs lichte dronkenschap verlengt de reactietijd, en zulke traagheid wordt in de natuur altijd afgestraft. Toch drinken mensen vaak veel meer dan goed voor ze is.
Ook de dieren die in Maleisië regelmatig bij de palmbloemen langskomen, kunnen heel wat alcohol binnenkrijgen, stelden de onderzoekers vast. Met camera’s betrapten ze zeven soorten: de grote plompe lori (een staartloze halfaap van zeven ons), de gewone toepaja (een anderhalve ons zwaar beestje dat lijkt op een eekhoorn maar meer verwant is aan de apen), de zwartneusklappereekhoorn (die dus echt een eekhoorn is en een kwart kilo weegt), drie soorten ratten en de vederstaarttoepaja (een lilliputter van 47 gram die lijkt op iets tussen een muis en een eekhoorn).
Op grond van overeenkomsten in het DNA werd die laatste vorig jaar bijna bestempeld tot de nauwste nog levende verwant van de primaten, de groep waar apen en halfapen toe behoren. Hij werd maar net verslagen door de familie van de vliegende katten (in werkelijkheid dus helemaal geen katten).
Hoeveel dronken de beesten zoal uit de palmbrouwerij, wilden de onderzoekers weten. Ze hebben dat geschat op basis van de tijd die dieren doorbrachten met het oplikken van nectar, de grootte van de nectardruppels, de snelheid waarmee die uit de bloemen opwellen en de sterkte van de drank - gemiddeld een half procent alcohol. Ook analyseerden ze haren, want daarin is een bijproduct van alcoholafbraak te vinden: ethylglucuronide.
De haren van een rat, een eekhoorn, de gewone toepaja en de vederstaarttoepaja droegen duidelijk de sporen van alcoholgebruik. Ze bevatten meer ethylglucuronide dan haar van de zwaarste categorie chronische alcoholisten. Zulke mensen zijn zielige figuren die zwalkend door het leven gaan en niet oud worden. Maar voor de dieren gold dat niet.
Van dronkenschap was in het oerwoud niets te zien. En zo veel kregen ze nu ook weer niet binnen, berekenden de onderzoekers. Een vederstaarttoepaja is gemiddeld bijna tweeënhalf uur per nacht bezig met het verzamelen van alcoholhoudende nectar. Dat zou net genoeg opleveren om de hele nacht licht aangeschoten te zijn, als hij de alcohol tenminste hetzelfde zou verwerken als een mens. Maar dat is blijkbaar niet zo.
De hoge concentratie van het afbraakproduct in de haren wijst erop dat het beestje de alcohol veel sneller afbreekt dan menselijke zuipschuiten. Dronken wordt hij dus niet. Voor hem is alcohol gewoon een voedselbron.
Van alle nu levende wezens wordt de vederstaarttoepaja gezien als het dier dat het meest lijkt op de gezamenlijke voorouder van alle aapachtigen. Het woud waarin hij leeft, is de afgelopen 55 miljoen jaar dan ook nauwelijks veranderd. Volgens Frank Wiens en zijn medeonderzoekers is het goed denkbaar dat de palm al die tijd zijn stuifmeel heeft laten verspreiden door zoogdieren als deze. Met alcohol als lokmiddel, waarschijnlijk.
Met andere woorden: het lijkt erop dat de drankzucht van de mens al meer dan 55 miljoen jaar in de familie zit. In de loop der tijd zijn we wel minder efficiënt geworden in het afbreken ervan, maar de liefde voor alcohol is gebleven. Terecht, ontdekken wetenschappers de laatste tijd, want wie een of twee glaasjes per dag drinkt, bevordert daarmee zijn gezondheid. Pas als je veel meer drinkt dan een oermens zou kunnen verzamelen uit rottend fruit en andere natuurlijke bronnen, schiet je alcoholverwerkende capaciteit te kort.
Elmar Veerman
Frank Wiens e.a.: ‘Chronic intake of fermented floral nectar by wild treeshrews’, Proceedings of the National Academy of Sciences, 29 juli 2008