Biobrandstoffen zijn aan een enorme opmars bezig. Steeds meer suikerriet en maïs wordt verwerkt tot ethanol. Dat is niet voor iedereen goed nieuws. De voedselprijzen zijn flink gestegen, want landbouwgrond die voor automobilisten wordt volgeplant, levert natuurlijk geen eetbare oogst op. Daarvan zijn vooral de armste wereldburgers de dupe.
De teelt van maïs en het verwerken van de oogst kosten bovendien zo veel energie, dat het rijden op maïsethanol niet eens veel minder broeikasgassen oplevert dan het gebruik van benzine uit aardolie. Er is een veel beter alternatief: vingergras.
Het gewas, dat in het Engels bekend staat als 'switchgrass', kan groeien op plaatsen die voor het verbouwen van andere planten weinig geschikt zijn. Marty Schmer en zijn collega's van de universiteit van Nebraska hebben er grootschalige praktijkproeven mee gedaan en rapporteren de resultaten in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS).
Op tien boerderijen lieten ze de boeren vijf jaar lang vingergras verbouwen op relatief slechte landbouwgrond, 67 hectare in totaal. Dat leverde jaarlijks tussen de vijf en elf ton gras per hectare op, gemiddeld goed voor bijna drieduizend liter ethanol. In theorie dan, want het gras écht verwerken tot deze biobrandstof hebben de onderzoekers niet gedaan. De fabrieken die dat zouden moeten doen, staan er nog niet, maar op kleine schaal kan het al wel.
Een gebied dat eenmaal begroeid is met het gras, blijft jaar na jaar oogst opleveren. Er is natuurlijk energie nodig voor het bespuiten, oogsten en verwerken van het gewas, maar dat is maar een vijfde van de uiteindelijke opbrengst, berekenden de onderzoekers.
En dat is nog maar het begin, schrijven ze. De oogst kan nu al anderhalf keer groter zijn, blijkt uit de nieuwste veldproeven, en in de toekomst waarschijnlijk nog meer. Want er worden steeds betere vingergrasrassen ontwikkeld, aan de teeltmethoden valt het een en ander te verbeteren en het omzettingsproces kan ook efficiënter. De vingergrasindustrie is nog lang niet uitontwikkeld.
Het gaat bij biobrandstoffen natuurlijk niet alleen om de opbrengst, maar ook om het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Daaraan hebben Schmer en zijn collega's gerekend. Ze concluderen dat een liter ethanol uit vingergras maar 6 procent van de uitstoot veroorzaakt van een liter benzine uit aardolie.
Waarom niet nul procent? Voornamelijk vanwege de stikstofoxiden die de lucht ingaan als bijeffect van het gebruik van kunstmest. Die gassen, NO en NO2, zijn veel sterkere broeikasgassen dan CO2. Daar tegenover staat wel dat het gras per hectare ieder jaar ruim vier ton koolstof in de bodem opslaat die eerder als CO2 in de atmosfeer zat.
Elmar Veerman
M.R. Schmer, K.P. Vogel, R.B. Mitchell en R.K. Perrin: 'Net energy of cellulosic ethanol from switchgrass', PNAS, 15 januari 2008