De legendarische jazzsaxofonist John ‘Trane’ Coltrane (1926–1967) kon het als geen ander: zijn loeischerpe, hoge‘altissimo’-noten gaan door merg en been. Daar kan een goedwillende amateur met geen mogelijkheid aan tippen. Volgens Joe Wolfe en collega’s van de universiteit van New South Wales komt dat omdat beginnende rietblazers nog niet in staat zijn om de vorm van hun stemholte goed onder controle te houden.
Wolfe ontwikkelde een manier om te meten wat er in de mond van een saxofoonspeler gebeurt tijdens het blazen, zonder het spelen te verstoren. Daartoe ontwierp hij een buitenissig mondstuk, waarmee tijdens het spelen kon worden bepaald hoe het spreekkanaal meeresoneerde met de geblazen toon. Dat gebeurde door een speciaal samengesteld, niet hoorbaar akoestisch signaal van 224 sinusgolfjes de mondholte in te sturen, en vervolgens te meten hoe het werd weerkaatst.
Vijf professionele saxofonisten en drie amateurblazers nodigde Wolfe in het laboratorium uit voor dit kleinschalige experiment. Hij liet ze twee tonen blazen op een geprepareerde tenorsaxofoon: een gewone G, en een A# uit het daarboven gelegen octaaf. Om die laatste klank uit het instrument te halen, moet de musicus ‘overblazen’. Met dezelfde vingerzetting die gebruikt wordt om een A# uit het lagere register te produceren, krijg je door iets harder te blazen dezelfde klank, maar dan een octaaf hoger. En precies dat lukte de amateurblazers hoorbaar minder goed.
Het is dan ook niet alleen een kwestie van harder blazen, maar ook het zorgvuldig aanpassen van de mondholte, zag Wolfe in zijn meetresultaten. De professionele blazers slaagden erin hun stemholte dusdanig onder spanning te zetten, dat precies de frequentie van de toon die ze uit het instrument wilde halen, daarin resoneerde. Dat deden ze alleen bij de hoge noten, het altissimo-register waar Coltrane zo bedreven in was. Bij de lage noten lijkt de vorming van de mondholte een minder belangrijke rol te spelen.
Jacqueline de Vree
Joe Wolfe et al: ‘Experienced saxophonists learn to tune their vocal tracts’, in: Science, 8 februari 2008.