Ras is relatief
Gevangenis maakt minder blank
Of iemand wordt aangemerkt als zwart of als blank, hangt deels van zijn sociale positie af, tonen twee Amerikaanse sociologen aan. Niet alleen in de ogen van buitenstaanders; ook de eigenaar van de huid zelf is daar gevoelig voor.
Zou het iets te maken hebben met het feit dat de eerste zwarte president op het punt staat het Witte Huis te betrekken? Misschien. Maar ook zonder Barack Obama is het opmerkelijk wat twee Amerikaanse sociologen deze week schrijven in Proceedings of the National Academy of Sciences.
Ze tonen aan dat sommige mensen de ene keer als zwart worden aangemerkt, en de andere keer niet. En nu komt het: wie in de gevangenis terechtkomt, werkloos wordt of financieel aan de grond zit, krijgt vaker het etiket ‘zwart’ of ‘overig’ opgeplakt, dan iemand zonder deze problemen. Door anderen, maar ook door zichzelf.
Andrew Penner en Aliya Saperstein hebben gegevens geanalyseerd die tussen 1979 en 1998 zijn verzameld in een groot nationaal onderzoek waarin dezelfde mensen elk jaar ondervraagd werden. De interviewers vulden aan het eind van de vragenlijst steeds in of ze de geïnterviewde blank of zwart vonden, of ‘overig’.
Bij maar liefst 20 procent van de 12.686 geïnterviewden was die beoordeling niet elk jaar hetzelfde. Gewoon foutjes bij het invullen? Zeer onwaarschijnlijk, betogen de sociologen, want vrijwel niemand veranderde volgens de administratie van een man in een vrouw, of andersom.
Je zou kunnen denken dat er in de hele samenleving een verschuiving heeft opgetreden, waardoor iemand met een licht kleurtje in de loop der jaren minder vaak zwart werd genoemd, of andersom. Maar ook dat was niet de verklaring voor de rasveranderingen die sommige mensen op papier ondergingen.
Wat was er dan wel aan de hand? Het bleek nogal uit te maken hoe de geïnterviewde eraan toe was. De onderzoekers bekeken hoe vaak iemand die blank werd genoemd, het volgende jaar opnieuw in die categorie werd ingedeeld.
Wie op vrije voeten was gebleven, had 96 procent kans om opnieuw blank te worden bevonden. Maar voor mensen die in de gevangenis werden geïnterviewd, schommelde die kans rond de 90 procent, fors lager dus. Ook werkloosheid en verarming maakten mensen in de ogen van de interviewers minder blank.
En hoe zat het met de zwarten? De kans om na een jaar opnieuw zwart bevonden te worden, was 98 procent, maar nam voor gevangenen, werklozen en armoedzaaiers toe tot zo’n 99 procent.
Hoe de ondervraagden over hun eigen ras dachten, is helaas niet elk jaar vastgelegd . Maar in 1979 werd de deelnemers wel gevraagd naar hun afkomst, en in 2002 kregen ze de vraag tot welk ras of welke rassen ze zichzelf rekenden. Daaruit trekken de onderzoekers toch stevige conclusies.
Van alle mensen die zichzelf in 1979 blank hadden genoemd, of iets wat zo kan worden opgevat, deed niet iedereen dat in 2002 weer. Onder degenen die nooit in de cel hadden gezeten, bleef 95 procent zichzelf blank vinden. Maar van de mensen die ooit celstraf hadden ondergaan, hield slechts zo’n 81 procent vast aan zijn blanke status. Met andere woorden: de kans om zich niet meer blank te voelen, was na een verblijf in de gevangenis bijna verviervoudigd.
Deze cijfers bewijzen volgens de sociologen dat ras niet alleen iemands sociale status bepaalt – zwarten hebben bijvoorbeeld een veel grotere kans om in de gevangenis terecht te komen dan blanken – maar dat het ook andersom werkt.
“Dit past bij de visie dat ras geen vastliggend individueel kenmerk is, maar eerder een veranderlijke uiting van status”, schrijven Penner en Saperstein. Dat is nou ook weer wat overdreven, gezien het feit dat 80 procent van de geïnterviewden levenslang in hetzelfde hokje werd ingedeeld.
Elmar Veerman
Andrew M. Penner en Aliya Saperstein: ‘How social status shapes race’, PNAS, 16 december 2008