Pakweg twee meter lang en een kilootje of vijftig zwaar kan-ie worden, de Humbolt-pijlinktvis, oftewel 'Dosidicus gigas'. Het dier leeft in het oostelijk deel van de Grote Oceaan en is een geduchte rover. Er zijn verhalen van Humboldt-pijlinktvissen die haaien aanvallen, mensen en zelfs elkaar. Zo’n ontmoeting kan lelijke verwondingen opleveren; de bek van een Humboldt-pijlinktvis is messcherp.
Maar de inktvis is niet onkwetsbaar. Het klimaat verandert en dat heeft niet alleen gevolgen voor landdieren en –planten. Ook het zeeleven krijgt ermee te maken. Waaronder - en misschien wel juist - de vervaarlijke Humboldt-pijlinktvis, blijkt uit een artikel van biologen Rui Rosa en Brad Seibel in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS). Beiden zijn verbonden aan de Universiteit van Rhode Island in Kingston, Verenigde Staten.
De Humboldt-pijlinktvis brengt z’n dagen door in de donkere diepten van de oceaan, waar de temperatuur laag is en zuurstof schaars. ‘s Nachts zwemt-ie naar boven, om te jagen en zuurstof bij te tanken. Die zuurstof is nodig voor de zwemspieren, die tijdens de jacht hard moeten werken, zodat de inktvis zijn maag kan vullen.
Maar door verzuring en opwarming van de oceanen wordt het voor de temperamentvolle jager steeds lastiger om aan genoeg zuurstof te komen, schrijven Rosa en Seibel.
Die verzuring wordt veroorzaakt door het oplossen van toenemende hoeveelheden koolstofdioxide in het zeewater. Daardoor daalt de pH oftewel de zuurgraad. De opname van zuurstof in het bloed van de inktvis is pH-afhankelijk. Bij een lage zuurgraad wordt die bemoeilijkt.
Daarbij groeit de zogenaamde zuurstofarme laag in de oceaan naarmate die warmer wordt. Als gevolg daarvan krimpt de waterlaag waarin wel veel zuurstof zit. Daarmee slinkt het jachtterrein van de Humboldt, alsook de mogelijkheid om veel zuurstof bij te tanken. En dat terwijl de inktvis in warm water juist meer zuurstof nodig heeft, doordat door de warmte de stofwisseling wordt versneld. Dubbel pech dus voor de Humboldt.
Of die zich kan aanpassen aan de veranderingen is maar zeer de vraag. Natuurlijk is de inktvis niet de enige die te maken krijgt met een krimpend jachtterein en een slinkende voorraad zuurstof. Ook andere jagers, zoals tonijnsoorten en haaien hebben daar last van. Alleen zij bewegen zich wat efficiënter, weten Rosa en Seibel. De raketachtige voortstuwing van de pijlinktvis ziet er weliswaar prachtig uit, maar kost veel energie. En daarmee veel zuurstof.
Om aan z’n eten te komen, heeft de Humboldt-pijlinktvis met andere woorden meer zuurstof nodig dan collega-predatoren en is daardoor extra gevoelig voor een gebrek daaraan. Daarbij heeft de concurrentie minder last van verzuring van het zeewater, als het om opname van zuurstof in het bloed gaat. Bij vissen en zeezoogdieren gaat dat namelijk op een andere manier dan bij de pijlinktvis.
De experimenten van Rosa en Seibel met pijlinktvissen lieten duidelijk een verminderde activiteit zien, naarmate het water waarin ze zich bevonden warmer en zuurder werd. Dus zwemmen de tonijnen, haaien en andere jagers straks nog kwiek rond, de eens zo gevreesde Humboldt-pijlinktvis zal steeds meer moeite hebben z’n spieren te bewegen, z’n kostje bij elkaar te jagen, zich voort te planten en uiteindelijk te overleven.
Remy van den Brand
Rui Rosa en Brad A. Seibel: ‘Synergistic effects of climate-related variables suggest future physiological impairment in a top oceanic predator’, PNAS, 16 december 2008