Wereldwijd zijn er zo'n zesduizend talen bekend, maar het vinden van een nieuwe taal is een bijzonderheid. Veel vaker gebeurt het dat een taal uitsterft met het overlijden van de laatste spreker. Veel taalkundigen vrezen een ware uitsterfgolf, de komende eeuw. De ontdekking van Aone van Engelenhoven, specialist in de talen van Oost-Timor aan de universiteit van Leiden, van de tot nog toe onbekende taal Rusenu, is dan ook een klein trendbreukje.
Van Engelenhoven sprak afgelopen vrijdag op de workshop 'Bedreigde talen', van NWO in Amsterdam. In april vertelde Van Engelenhoven in het radioprogramma Noorderlicht dat hij op de laatste dag van zijn bezoek hoorde van nóg een, tot dan toe onbekende, taal. Alleen een oud, op sterven liggend vrouwtje, zou er nog wat van weten. Van Engelenhoven, met vliegticket al op zak, kon niet anders dan tandenknarsend zijn bandrecorder achterlaten bij een van zijn informanten, plus instructies over hoe de Rusenu-vrouw uit te hoven.
'Ik heb hem om de week een SMS gesuurd: "heb je al een opname gemaakt?"', zegt Van Engelenhoven nu, die afgelopen vrijdag sprak op een symposium over bedreigde talen in Amsterdam. Pas in juni kwam zijn promovendus Juliette Huber terug met de opnamen: vijf minuten tekst. 'Wat erop stond was vooral [mijn afgezant], maar daarna droeg die vrouw een kinderversje voor, en haar zoon noemde de getallen van één tot tien. Niemand weet wat dat versje betekent, ook de vrouw zelf niet.'
Nogal weinig materiaal om op af te gaan, maar inmiddels heeft Van Engelenhoven de tekst in fonetische notatie uitgeschreven, en lijkt het er sterk op dat Rusenu weliswaar in de verte verwant is aan Fataluku, maar zeker een aparte, echte taal. In het gebied, waar geheime clantradities een grote rol spelen, komen ook kunstmatige geheimtalen voor, waarbij bijvoorbeeld lettergrepen omgewisseld worden, maar daar lijkt hier geen sprake van.
De onderzoeker kan niet wachten tot hij in januari weer terugkan naar het gebied. Hopelijk leeft de informante dan nog, en misschien zijn er ook nog andere Rusenu-sprekers te vinden. 'En deze ontdekking heeft lokaal het een en ander losgemaakt', zegt Van Engelenhoven, die inmiddels ook geruchten over nog andere geheimtalen hoorde, 'andere clans realiseren zich: ja, maar wij hebben ook een interessante geheime taal.'
Bij de Workshop, georganiseerd door wetenschapfinancier NWO, kwamen kleine-talen-experts uit heel Nederland bij elkaar. Zo waren er ook praatjes over de Afrikaanse talen Logba, Nyagbo, en Tafi, Dime en Zargula, over de Caribische talen Wapishana en Wayana, en de Colombiaanse talen Kakua, Nikak en Wansöhöt, de Mexicaanse taal Sahìn Sàu. Van Engelenhoven sprak vooral over Fataluku, dat ook bedreigd wordt door het grotere Tetun.
Naast taalkundige praatjes voor fijnproevers van grammaticale subtiliteiten, ging het ook over de vraag hoe je talen het best kunt beschrijven en vastleggen voor volgende generaties, en ook over hoe je bedreigde talen nieuw leven in kunt blazen.
'Volgens voorspellingen zal over een eeuw tien procent van het huidige aantal talen overleven. Zeshonderd talen, dat is wel heel weinig om de diversiteit van de menselijke taal te beschrijven', zegt Cecilia Odé, een taalkundige van de Universiteit van Amsterdam, die een onderwijspakket presenteerde voor middelbare scholieren over talen van de wereld en bedreigde talen.
Het uitsterven van een taal is in vele opzichten een drama, vindt Odé, 'maar toch wil ik scholieren niet alleen een doom en gloom-boodschap meegeven'. Sommige kleine talen blijken opmerkelijk goed tot leven gewekt te kunnen worden, zelfs als het aantal overblijvende sprekers heel klein is. Odé: 'Overal starten er daarvoor programma's. Zo zitten in Californië de klassen voor lokale indianentalen vol. Zelfs talen die bijna weg waren worden weer gesproken. Ik ken zelf de situatie in Rusland, waar in hele gebieden de talen vroeger verboden waren, maar nu dat is losgelaten zijn oude mensen bezig om hun kinderen of kleinkinderen de taal bij te brengen.'
Odé zelf deed in Rusland onderzoek naar Toendra-Joekagir, een taal zonder taalkundige verwanten, die gesproken wordt in het ijzige Siberische Jakoetië Odé: 'Eigenlijk wordt de taal nog maar in één dorp gesproken, Andrjoesjkino, en zijn er nog maar enkele tientallen sprekers die de taal echt beheersen, vooral ouderen.' Maar kinderen leren de taal op school, en doordat het om een kleine, hechte gemeenschap gaat, waar toch ook vijf andere talen gesproken worden, lijkt dat te werken.
Hoe je zulke projecten op moet zetten, en hoe je talen voor dat doel vastlegt, besprak Peter Austin van de Londense School of Oriental and African Studies. Vroeger ging een enkele taalkundige naar een stam om dan na jaren terug te komen met een grammatica, een woordenboek en een proefschrift, schetste hij. Maar het besef dat nu de laatste kans is voor veel talen, en dat je als wetenschapper eigenlijk ook wat terug moet doen voor zo'n taalgemeenschap, verandert de het métier van de taalvastlegger.
Moderne techniek maakt het mogelijk om heel veel opnamen te maken, van rituelen tot gesprekstaal, ook op video, en die per computer of internet beschikbaar te maken voor iedereen. De eenzame wetenschapper in de rimboe maakt plaats voor een teamworker, die met lokale enthousiastelingen aan wetenschap, onderwijs en taalactivisme doet. In het ideale geval dan, want veel uitstervende talen ontbreekt het zelfs aan die ene wetenschapper.
Voor zulke talen is er minder hoop. Het zijn vaak talen waarvan de sociale status laag is. Overheden en leerkrachten zijn soms onwillig of verbieden het spreken van de taal zelfs. Oorlog, etnische conflicten of gewoon gebrek aan geld voor leermethoden kunnen talen ook bedreigen. 'Misschien dat deze eeuw maar de helft van het aantal talen verdwijnt', citeert Odé de optimistischer voorspellingen, 'in plaats van één uitstervende taal per week, is dat er maar een per twee weken.'
Bruno van Wayenburg