Oud familiegraf

Georgische fossielen van vroege mensenlijven

Lordkipanidze laat een opperarmbeen van 1,77 miljoen jaar oud zien. Het is iets korter dan zijn eigen bot. (Georgisch Nationaal Museum)
Zoom
Lordkipanidze laat een opperarmbeen van 1,77 miljoen jaar oud zien. Het is iets korter dan zijn eigen bot. (Georgisch Nationaal Museum)

Uit de Georgische grond komen steeds meer botten tevoorschijn van de mensachtigen die daar bijna 1,8 miljoen jaar geleden rondliepen. Dankzij de resten van vier skeletten is het beeld van deze oude verwant nu een stuk completer.

De mensenbotten die David Lordkipanidze en zijn team hebben opgegraven, hebben 1,77 miljoen jaar in de grond gezeten. De bijbehorende mensen vielen waarschijnlijk ten prooi aan een of meer grote roofdieren. Het drama vond plaats in wat nu Georgië is, de voormalige Sovjetrepubliek die het de laatste tijd aan de stok heeft met Moskou. De fossielen zijn een bron van nationale trots. Nergens anders buiten Afrika zijn zulke oude menselijke resten gevonden. Zes schedels waren al eerder opgegraven in het dorp Dmanisi, samen met stenen werktuigen. Nu zijn dus ook delen van vier skeletten uit de grond gekomen, afkomstig van drie volwassenen en een puber. Lordkipanidze en collega’s maken dat bekend in Nature van deze week. Tot welke soort deze vier oermensen behoren, is nog geen uitgemaakte zaak. Waarschijnlijk Homo erectus, de ‘rechtopgaande mens’. Die wordt gezien als voorvader van de moderne mens en lijkt ongeveer 1,9 miljoen jaar geleden op het toneel te zijn verschenen in Afrika. Vanaf zo’n honderdduizend jaar later verspreidde hij zich over de wereld. De Georgische exemplaren stammen dus uit de eerste periode van die emigratiegolf, is het idee. Hoe de Georgische oermens er precies heeft uitgezien, was na de eerste vondsten nog grotendeels onbekend, want er waren alleen schedels om op af te gaan. Die zijn vrij klein, in vergelijking met de Afrikaanse versie van Homo erectus. De herseninhoud is ook niet erg indrukwekkend, maar dat geldt voor alle vroege vertegenwoordigers van deze soort. Later in de evolutie werden de breinen groter, al bleven ze altijd een maatje kleiner dan die van de moderne mens. De skeletdelen die nu uit de grond zijn gehaald, onder meer uit armen, benen, schouders en ruggengraat, laten zien dat het onderlichaam van dit type mens al wel behoorlijk op dat van ons leek, met relatief lange benen en holle voeten. Erg geschikt om lange afstanden te lopen en achter dieren aan te rennen. Van boven zaten de vier aapachtiger in elkaar. De manier waarop hun armen aan het lijf zaten, doet meer denken aan de oudere aapmensenfamilie Australopithecus dan aan de moderne mens. Met deze kennis wordt een groot gat een beetje gevuld. Want van de lichamen van late aapmensen en vroege mensapen is veel minder bekend dan van hun schedels en tanden, omdat die nu eenmaal minder kwetsbaar zijn. In Dmanisi zijn de opgravingen intussen nog lang niet voorbij. Er kunnen nog meer botten tevoorschijn komen, waardoor het beeld van deze oermensen verder kan worden ingevuld. En er valt ook aan de nu gevonden beenderen nog veel te bestuderen. De onderzoekers hopen er onder meer achter te komen of de schedels en de botten van dezelfde individuen zijn. Elmar Veerman David Lordkipanidze e.a.: ‘Postcranial evidence from early Homo from Dmanisi, Georgia’, Nature, 20 september 2007