Kees van Hee ziet het helemaal voor zich: een wereld vol mensachtige robots, die worden bestuurd door mensen die zelf heel ergens anders zijn. Ze zouden bijvoorbeeld taken in de thuiszorg kunnen overnemen, apparaten in bedrijven kunnen repareren, fruit kunnen plukken of kleding op maat kunnen maken.
Waarom zou je dat willen? Vooral omdat mensen vanwege hun reistijd vaak te duur zijn, stelt van Hee, die hoogleraar Architectuur van Informatiesystemen is aan de Technische Universiteit Eindhoven, en bovendien decaan van de faculteit Wiskunde en Informatica. Mensen in lagelonenlanden hoeven straks hun land niet uit om Nederlandse tomaten te plukken, dagdroomt hij, en verzorgenden kunnen de ene na de andere bejaarde uit bed helpen, zonder van huis naar huis te hoeven rijden. “Het is de ultieme afstandsbediening.”
Van Hee verdiepte zich het afgelopen jaar in de mogelijkheden van ‘tele-operations’, oftewel werken met afstandbestuurbare robots, vaak een master/slave-systeem genoemd. Nu heeft hij deskundigen en belangstellenden uitgenodigd om een middag te praten over de mogelijkheden en onmogelijkheden daarvan. Als uitkomst zou hij het liefste zien dat iedereen de handen ineenslaat om Nederland tot voorloper te maken in deze ontwikkeling. Aan belangstelling ontbreekt het in ieder geval niet, want de zaal is met zo’n 150 man goed gevuld, de meeste uit het bedrijfsleven.
Bestuurbare robots doen goed werk in de ruimte. Het mooiste voorbeeld zijn de karretjes Spirit en Opportunity, die op Mars rondrijden. Hier op aarde is de operatiekamer een van de weinige plaatsen waar bestuurbare robots in actie te zien zijn.
Ivo Broeders is zowel chirurg als hoogleraar robotica in Utrecht. Hij gebruikt de Da Vinci, een operatiesysteem van Amerikaanse makelij. Werken met dat systeem is veel prettiger dan eigenhandig opereren door een klein gaatje, vertelt Broeders. De chirurg kan in een comfortabele positie staan of zelfs zitten en heeft veel meer bewegingsvrijheid. Via een dubbele camera ziet hij in drie dimensies wat hij doet. Het is meer dan zien: “Je hebt echt het gevoel dat je in dat lijf gekropen bent.”
Maar er is nog wel een probleem. “Je doet alles op het oog, want je kunt niet voelen wat er gebeurt. Je weet bijvoorbeeld niet hoe hard je aan een hechtdraadje trekt.” De TU Eindhoven werkt nu, samen met onder meer Broeders, aan een operatierobot die zulk gevoel wel doorgeeft.
In Eindhoven loopt sinds kort ook een project om een systeem voor oogchirurgie te ontwikkelen. Maarten Steinbuch, de hoogleraar die het leidt, hoopt dat operaties met ongekende precisie mogelijk worden als oogchirurgen kunnen voelen wanneer de minuscule robotinstrumenten iets aanraken. Het systeem hoeft niet per se het echte gevoel door te geven, maar kan dat bijvoorbeeld versterken, of waarschuwende trillingen laten voelen als er iets mis dreigt te gaan.
Een chirurg hoeft natuurlijk niet naast zijn patiënt te staan als hij een robotsysteem gebruikt. De eerste transatlantische operatie is zelfs al gedaan, vertelt Broeders. Maar hij weet zeker dat dit fenomeen nooit een hoge vlucht zal nemen, omdat een operatie zelden zo specialistisch is dat alleen een buitenlandse arts hem kan uitvoeren. Bovendien betekent een grote afstand, dat er tijd verstrijkt voordat een chirurg het gevolg van een actie kan zien, en straks ook voelen. Dat kan tot fouten leiden.
In een menselijke hand zitten duizenden sensoren van allerlei typen. Daar kunnen robothanden nog lang niet aan tippen. Aan de kant van de ontvanger gaat het ontwikkelen van gevoel stukken beter. FCS-Moog Robotics, een bedrijf dat afstamt van de ter ziele gegane vliegtuigbouwer Fokker, verdient geld met zijn ‘Haptic Master’, een systeem dat mensen virtuele omgevingen kan laten voelen. Het wordt onder meer gebruikt bij tandartstrainingen, in plaats van een mond met plastic tanden en kiezen.
Piet Lammertse van FCS-Moog ziet wel toekomst in robotbesturing op afstand, maar niet op de schaal die Kees van Hee voor ogen staat. “Ik denk dat het beperkt blijft tot gebieden waarvan we nu nog te weinig weten om ze te automatiseren.” Tomaten plukken valt daar nadrukkelijk niet onder, want er is al een robot die dat zonder menselijke besturing kan.
Wat vinden de aanwezigen van het plan van Kees van Hee om eerst een mensachtig gevormde standaardrobot te ontwikkelen en pas later gespecialiseerde versies te ontwerpen? Helaas, ze zien er weinig in. Piet Lammertse denkt dat standaardisatie wel nuttig is aan de masterkant. De mens verandert niet, dus de bediening zal steeds ongeveer hetzelfde moeten zijn. Maar aan de kant van de robots ziet hij meer brood in vormen die meteen al op specifieke taken toegesneden zijn. En daar is bijna iedereen het mee eens.
Alleen Kees van Hee natuurlijk niet. Hij blijft geloven in breed inzetbare apparaten. Twee van zijn onderzoekers zullen de komende jaren een bestuurbare robot ontwerpen die in een gewone keuken een kopje thee moet kunnen zetten, onthult hij. “Dat lijkt een simpele opgave, maar het is vreselijk complex. Als dat eenmaal lukt, ligt er een wereld van mogelijkheden voor ons open.”
Elmar Veerman