Superschorpioen van 2,5 meter

Ontdekker Markus Poschmann poseert met de geprepareerde schorpioenenschaar. (Markus Poschmann)
Zoom
Ontdekker Markus Poschmann poseert met de geprepareerde schorpioenenschaar. (Markus Poschmann)

Fossiele monddelen laten zien dat schorpioenen ooit veel groter waren dan nu. Zelfs groter dan een mens, blijkt uit een nieuwe vondst.

Markus Poschmann trof een fossiele schorpioenenschaar aan in een steengroeve bij het Duitse Prüm. Hij is ruim 36 centimeter lang, maar mist een kwart van zijn lengte en zal dus 46 centimeter hebben gemeten, schrijven Poschmann en twee Britse paleontologen in vakblad Biology Letters. De twee getande delen van de schaar zijn na de dood van de eigenaar, ongeveer 400 miljoen jaar geleden, van elkaar losgeraakt. Daardoor zit het buitenste deel nu achterstevoren. Hoe de reusachtige waterschorpioen er precies uit heeft gezien, is niet bekend, want meer dan de schaar hebben de onderzoekers niet. Maar als hij dezelfde lichaamsverhoudingen had als verwante soorten, moet het beest een lijf van ongeveer tweeënhalve meter hebben gehad, plus een meter voor de scharen. Dat zou het tot de grootste geleedpotige maken die ooit geleefd heeft. In dezelfde tijd leefden er gigantische kakkerlakken, reuzenmiljoenpoten en enorme libellen. Waarom deze klasse van ongewervelde dieren vroeger veel groter werd dan nu, is niet helemaal duidelijk. Voor landdieren wordt vaak gewezen op de hogere zuurstofspanning die er in het Carboon was, zo'n 35 procent tegen 21 procent nu, maar dat vormt voor de reusachtige waterdieren geen goede verklaring.