Het vergelijkende brein

Homo economicus wil vooral relatief meer krijgen

Het maakt niet zoveel uit hoe veel je verdient, als het maar meer is dan wat je collega's verdienen.
Zoom
Het maakt niet zoveel uit hoe veel je verdient, als het maar meer is dan wat je collega's verdienen.

Hoe blij we zijn met ons salaris, hangt grotendeels af van het bedrag dat onze collega's krijgen. Dat concluderen Duitse psychologen op basis van hersenscans.

De mens is een berekenend mormel, zeggen economen. Krijgt iemand veel, dan is hij blij, krijgt hij weinig, dan is-ie zuur. De mens die deze economen in hun hoofd hebben, let daarbij alleen op absolute hoeveelheden en trekt zich er niks van aan hoeveel anderen krijgen. Niet waar, zeggen sociaal psychologen. Het gaat de mens er niet om hoe veel hij krijgt, maar of hij meer krijgt dan zijn buurman, collega of wie hij dan ook met zichzelf vergelijkt. Het was al één - nul voor de psychologen in dit debat. Gedragsonderzoek had laten zien dat mensen, als ze de keuze hadden, niet per se kiezen voor een situatie waarin ze het meeste krijgen. Wel zorgen ze er altijd voor dat ze in ieder geval niet mínder krijgen dan een ander. Klaus Fliessbach van de Universiteit van Bonn in Duitsland en zijn collega's maken daar nu twee - nul van. Zij stopten proefpersonen in de scanner en keken wat het beloningscentrum in hun hersenen deed wanneer ze voor een goed antwoord een grotere, een even grote of een kleinere beloning kregen dan een ander. Die ander lag op dat moment in de scanner naast hen en kreeg dezelfde vragen voorgeschoteld. De omvang van de beloning die de buurman krijgt, bepaalt voor een groot deel hoe blij iemand is met zijn eigen beloning, schrijven de psychologen deze week in het tijdschrift Science. Terwijl de proefpersonen met hun hoofd in de scanner lagen, zagen ze op een scherm een aantal stipjes verschijnen. Beide proefpersonen moesten tegelijkertijd schatten hoeveel stipjes dat waren. Als ze het goed hadden, kregen ze een beloning, als ze het fout hadden niet. De beloning die ze kregen zat tussen de 30 en de 120 euro. Na elke test kregen ze te horen hoe ze zelf gescoord hadden en of hun buurman het goede antwoord had gegeven. Ook werd hen medegedeeld hoeveel geld ze kregen, en hoeveel hun buurman kreeg. Intussen hielden de onderzoekers de bloedcirculatie in de breingebieden die met beloning te maken hebben in de gaten. Als een proefpersoon het goede antwoord had gegeven, nam de bloedcirculatie in dat hersengebied toe. Iets wat duidt op activiteit van de bijbehorende hersencellen. De doorbloeding was het hoogste als iemand zelf wel het goede antwoord had gegeven, maar de buurman niet. Maar niet alleen hoe de proefpersonen scoorden speelde een rol, ook de beloning die ze kregen had invloed. Regelmatig kwam het voor dat beide proefpersonen het goede antwoord hadden gegeven, maar dat de een daar een grotere beloning voor kreeg dan de ander. De activiteit in het beloningscentrum was in die gevallen veel groter bij de proefpersoon die het grootste bedrag hadden gekregen. Bij de proefpersonen die minder kregen dan hun buurman nam de bloedcirculatie zelfs af. Ook al hadden ze de vraag goed beantwoord en werden ze daarvoor beloond. De economen zijn daarmee voor de tweede keer verslagen. Ze hadden al verloren bij het gedragsonderzoek en nu blijkt ook uit hersenonderzoek dat het niet alleen om de hoogte van het bedrag gaat. De hoogte van het bedrag ten opzichte van een ander speelt een minstens zo grote rol. Bij Duitse mannen tenminste. Of het bij vrouwen ook zo werkt, weten de psychologen niet, want er mochten alleen mannen meedoen aan hun onderzoek. Iets voor een vervolgonderzoek? Nee, de volgende groep die ze op deze manier willen testen zijn niet vrouwen, maar Aziaten. Ze zijn benieuwd of de culturele achtergrond van een proefpersoon nog een rol speelt. Arianne Hinz K. Fliessbach et al, 'Social comparison affects reward-related brain activity in human ventral striatum', Science, 23 november 2007.