Baby’s morele oordeel

Sympathiek driehoekje, vonden de testbaby's. (Foto Yale Infantlab)
Zoom
Sympathiek driehoekje, vonden de testbaby's. (Foto Yale Infantlab)

Praten kunnen ze nog niet, maar baby’s van zes en tien maanden oud zien al wel het verschil tussen hulpvaardigheid en hinderlijk gedrag.

En ze hebben een voorkeur voor helpers, schrijft een drietal psychologen van de bekende Amerikaanse Yale universiteit vandaag in Nature. Ze hebben dat vastgesteld met eenvoudige animatiefilmpjes, waarin een balletje met ogen zonder succes een helling op probeert te rollen. In sommige gevallen wordt het uiteindelijk omhoog geduwd door een helper en in andere gevallen duwt een hinderlijk ander vormpje het arme balletje juist omlaag. Kinderen die daarna mochten grijpen naar een dienblad waarop de helper en de hinderaar – een driehoekje en een vierkantje met opgeplakte ogen - samen lagen, kozen veruit het vaakst voor de helper. Ook keken ze langer naar een volgend filmpje als het balletje zich daarin naar de hinderaar toebewoog dan als het naar de helper rolde. De kijktijd wordt bij deze test beschouwd als een maat voor verbazing. In een volgende test haalden de onderzoekers de ogen van het balletje af. De voorkeur van de baby’s verdween daarmee als sneeuw voor de zon. Omdat ze het toen niet meer als een sociale interactie zagen, menen de psychologen. Volgens hen is de sociale vaardigheid om goedzakken te onderscheiden van slechteriken een aangeboren vaardigheid die kinderen al op heel jonge leeftijd hebben. Elmar Veerman