Hoe smelt een sneeuwvlokje?

Gletsjeronderzoek tijdens 'International Polar Year'

Aan het werk bij een meetstation op een gletsjer. [Bron: IMAU]
Zoom
Aan het werk bij een meetstation op een gletsjer. [Bron: IMAU]

De grootste ijsmassa’s van deze aarde lijken versneld in zee te storten. Dat is geen goed nieuws: de zeespiegel kan daardoor gemakkelijk meters stijgen. Dit pooljaar werpen poolonderzoekers een frisse blik op smeltende gletsjers en ijskappen.

Witte wallen strekken zich kilometers lang uit over het land en maken krakende en kabbelende geluiden. Het zijn de massieve gletsjers en ijskappen op de polen. Als al dit ijs smelt, stijgt de zeespiegel met tientallen meters. Of dat nu echt gaat gebeuren en hoe snel dat kan, kunnen poolonderzoekers niet voorspellen. Daarvoor is te weinig bekend over het smelten en bewegen van ijsmassa’s. “We zien bijvoorbeeld de Helheim-gletsjer op Groenland alarmerend snel terugtrekken”, zegt glacioloog Hans Oerlemans van het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek Utrecht (IMAU). “Hij is binnen vijf jaar zeven kilometer korter en veertig meter dunner geworden. Is het krimpen tijdelijk of zet dit door?” Simpel gezegd smelten gletsjers en ijskappen door zonlicht en warmte, terwijl ze groeien door sneeuwval. Maar de manier waarop sneeuw op een ijskap of gletsjer smelt, is onbekend. “Momenteel wordt aangenomen dat als sneeuw smelt, het besneeuwde oppervlak minder wit wordt”, zegt Peter Kuipers Munneke van het IMAU. “Daardoor wordt minder zonlicht teruggekaatst en meer opgenomen, waardoor de sneeuw nog sneller smelt. Maar dit kan je preciezer onderzoeken. Waar het eigenlijk om draait, is hoe sneeuw zonnestraling opneemt. We denken dat een sneeuwvlokje door straling uitzet en van vorm verandert, waardoor het steeds sneller smelt. Meer vervuiling, zoals roet in de sneeuw, kan dat versterken.” Daarom gaat Kuipers Munneke dit pooljaar in Groenland de vorm van sneeuwvlokken fotograferen en de hoeveelheid zonnestraling en vervuiling meten. Het fotograferen van sneeuw gebeurt gewoon met een digitale camera. Als backup bewaart Kuipers Munneke sneeuwvlokken met een speciaal stofje. Zo kan hij ze in Nederland nog uitvoerig onderzoeken. “Het smeltwater dat bovenop een gletsjer ontstaat, sijpelt, via de gaten en kieren in de ijsmassa, naar de onderkant”, zegt Hans Oerlemans. “Dat maakt de wrijving daar kleiner, waardoor de gletsjer sneller naar beneden glijdt en dus sneller afkalft en dunner wordt. Zo versterkt een gletsjer zijn eigen smeltproces.” Hoe veel sneller glijdt zo’n gletsjer door smeltwater? Om dat te achterhalen, meet Oerlemans de glijsnelheid en de hoeveelheid smeltwater die vrijkomt. Om die snelheid te meten, plaatste de glacioloog GPS-masten op gletsjers in Groenland, Spitsbergen en Noorwegen. Marianne den Ouden en Paul Smorenburg van het IMAU zijn al naar Spitsbergen gereisd om de metingen van afgelopen jaar te verzamelen en nieuwe GPS-apparatuur te plaatsen. De hoeveelheid smeltwater berekent Oerlemans aan de hand van weersomstandigheden op de gletsjer. “Een gletsjer die energie zoals zonnestraling absorbeert, stijgt in temperatuur totdat die nul graden Celsius bereikt. Daarna kan de extra energie alleen nog maar tot afsmelten leiden. De hoeveelheid energie valt om te rekenen tot liters smeltwater.” De Zuidpool mag natuurlijk niet ontbreken in het onderzoek. De ijskappen daar kunnen tot een zeespiegelstijging van ruim zestig meter leiden – voor de Noordpool is dat ‘maar’ tien meter. Maar ook daar kampt de wetenschap met grote vraagtekens. “De ijskap in West-Antarctica smelt snel af, wat overeenkomt met de laatste voorspellingen”, zegt Michiel van den Broeke van het IMAU. “Maar afgelopen jaar is er opeens erg veel sneeuw gevallen. We gaan dit pooljaar de afsmelting en sneeuwval ter plekke meten, om te kijken wat deze onverwachte neerslag voor de ijskap betekent. Hopelijk kunnen we onze voorspellingen over zeespiegelstijging hiermee verbeteren.” Ronald Veldhuizen