Worm goed of slecht voor klimaat?

Grondbewoner produceert sterk broeikasgas

Is de worm wel zo'n goede strijdkracht in het tegengaan van het broeikaseffect?
Zoom
Is de worm wel zo'n goede strijdkracht in het tegengaan van het broeikaseffect?

Meerdere onderzoekers wezen wormen aan als nuttige strijdkrachten in het tegengaan van koolstofdioxideophoping in de atmosfeer. Maar deze reputatie begint nu barstjes te vertonen. Het lijkt er namelijk eerder op dat wormen een fikse bijdrage leveren aan het broeikaseffect.

Wormen helpen dood organisch materiaal in de grond om te zetten in humus. Door dit te doen leggen ze koolstofdioxide vast in de bodem. En dat is erg handig in deze tijden van voortschrijdende klimaatverandering. Maar er zit een keerzijde aan de medaille, schrijft Jan-Willem van Groenigen van de Universiteit van Wageningen in het tijdschrift Soil Biology and Biochemistry. Terwijl de wormen druk koolstofdioxide aan het vastleggen zijn, produceren ze tegelijkertijd ook lachgas, een verbinding van zuurstof en stikstof die een veel sterker broeikasgas is dan koolstofdioxide. Dit doen de wormen overigens niet zelf. De wormen leveren organisch materiaal aan en zorgen er op die manier voor dat bodembacteriën het broeikasgas kunnen aanmaken, in de grond en in de darmen van de wormen zelf. Deze lachgasproductie kan er best voor zorgen dat de wormen hun positieve bijdrage aan het klimaat in een klap weer ongedaan maken, omdat een molecuul lachgas evenveel warmte in de atmosfeer kan vasthouden als driehonderd moleculen koolstofdioxide. "Het was al eerder bekend dat wormen lachgas kunnen produceren. Maar wij hebben aangetoond dat het om een flinke hoeveelheden lachgas kan gaan, wat ook echt de bodem uitkomt," vertelt van Groenigen. Hij nam twee wormensoorten, eentje die in de strooisellaag leeft ('strooiseleters') en zogenaamde 'pendelaars', wormen die organisch materiaal van boven in de grond naar diepere grondlagen vervoeren. Deze soorten stopte hij in flinke potten met aarde. Vervolgens mat hij hoeveel lachgas de wormen produceerden. En dat bleek nogal een aanzienlijke hoeveelheid te zijn. De hoeveelheid lachgas in de lucht binnen de pot nam bij de strooiseleters maar liefst achttien keer toe, bij de pendelaars vijf keer. De uitstoot van broeikasgassen door wormen wordt nu niet meegenomen in klimaatmodellen. Maar met dit onderzoek hebben de Wageningse wetenschappers laten zien dat het wel handig is rekening te houden met de bijdrage van regenwormen aan het broeikaseffect. Van Groenigen: "Nu willen we proberen erachter te komen of wormen een goede bijdrage leveren aan het klimaat of juist een slechte." Als bepaalde soorten wormen toch een goede invloed op de klimaatverandering blijken te hebben, kan er gezocht worden naar manieren om die wormensoorten te stimuleren door het aanpassen van de landbouwpraktijk (b.v. meer of minder vaak ploegen, wel of niet spuiten), om zo meer koolstofdioxide in de bodem op te slaan, en minder lachgas te produceren. Van Groenigen gaat onder andere kijken naar de lachgasproductie van wormen die in de diepere grondlagen leven. Ook gaat hij proberen te volgen waar het lachgas en koolstofdioxide precies vandaan komt en waar het naartoe gaat. Lemke Kraan Rizhiya E, Bertora C, Van Vliet P C J, Kuikman P J, Faber J H and Van Groenigen J W 2007 Earthworm activity as a determinant for N2O emission from plant residue. Soil Biology and Biochemistry, juni 2007.