Veel gif betekent nog niet giftig
Onderzoekers: dure bodemsaneringen niet altijd terecht

- Zoom
- Plantjes en de bodems waarop ze groeiden werden niet alleen in het wild gepest, maar ook in het lab.
De regels zijn fout. Wie wil weten of grond giftig is, moet niet alleen naar de concentratie van zware metalen kijken, maar ook naar zuurgraad en waterstand. En dat is niet wat er nu gebeurt in Nederland. Het gevolg: overbodige, dure bodemsaneringen. Zonde, stellen ecologen van de Radboud Universiteit Nijmegen.
"Wat er nu gebeurt, is dat er simpelweg een hap uit de bodem wordt genomen en gemeten hoeveel metaal erin zit. Maar dat is dus niet de manier", begint Leon Lamers, ecoloog aan de Radboud Universiteit. Hij en Marlies van der Welle zochten uit waardoor een bodem giftig wordt. Hangt dat simpelweg af van de concentratie zware metalen in zo'n lap grond?
Lamers en Van der Welle vermoedden van niet. Er gebeurt namelijk van alles in de grond. Het is er één groot, chemisch feest. In het vochtige Nederland staan veel stukken lange tijd onder water, alvorens ze weer geheel of gedeeltelijk droogvallen. Dat heeft gevolgen voor de zuurgraad, oftewel de pH van zo'n lap. En die heeft weer invloed op de staat waarin verschillende stoffen, zoals metalen, verkeren. Ondertussen zitten planten er ook nog met hun wortels in. Die nemen voedingsstoffen op en scheiden zuurstof uit. Ook dat draagt bij aan de dynamiek onder onze voeten.
Juist die dynamiek, al die chemische en biologische bodemprocessen bepalen de giftigheid van een bodem, dachten de Nijmeegse onderzoekers. Dat ze gelijk hebben, bewijst het proefschrift dat Van der Welle vandaag met succes verdedigde. Begeleider en co-promotor Leon Lamers legt uit.
"Marlies heeft metingen verricht op drie natte plekken in Nederland: de Ronde Venen in Utrecht, het Beeselsbroek in Limburg, de Peel in Noord-Brabant en in Belgie, net over de grens bij Zuid-Limburg. Ze had lange, brede plastic cilinders, die ze in de grond stak. Binnenin die buizen kon ze de omstandigheden veranderen, door bijvoorbeeld zelf metalen toe te voegen. Op die manier kun je een beetje spelen en maar kijken wat er gebeurt."
Al snel werd duidelijk dat de hoeveelheid metalen alleen 't 'm niet doet. Zo moesten ze behoorlijk veel cadmium in een nat stukje grond proppen, om de planten die erop groeiden te vergiftigen. En hoewel er in het Belgische grensgebied veel meer smerigs in de grond zat dan in het Nederlandse Beeselsbroek, bleken de metalen in het laatste gevaarlijker. De Limburgse bodem was - na droogvallen - namelijk zuurder dan de Belgische.
Zuurgraad en waterstand zijn dan ook twee belangrijke factoren. Samen bepalen ze of metalen vrij komen. En ze hangen samen. Een droge bodem is metaaltechnisch gezien in principe prettiger voor een plant dan een hele natte. Helaas wordt de grond met het opdrogen tevens zuurder. En hoe zuurder de bodem, hoe meer (zware) metalen er beschikbaar zijn.
En die beschikbaarheid, daar gaat het om. Als metalen veilig vast zitten aan een ander element, doen ze geen vlieg kwaad. En planten ook niet, want hun wortels kunnen ze dan niet opnemen. Ze zijn er met andere woorden wel, maar een plant 'ziet' ze niet.
"Het is dan ook zonde om zo'n bodem, waarin de metalen veilig gebonden zijn, voor veel geld te saneren", vindt Lamers. Maar wat stelt hij dan voor? "Degenen die bepalen of een bodem giftig is of niet, zouden behalve de metaalconcentratie ook wat wij het verzuringspotentiaal noemen, moeten meten." Anders gezegd: hoe zuur kan een bodem worden? Sommige bodems hebben meer buffercapaciteit dan andere. Die kunnen dan ook best een tijdje droog staan, terwijl andere juist nat moeten worden gehouden om te voorkomen dat metalen gaan ronddolen. "Het verzuringspotentiaal achterhalen betekent geen moeilijke meting ofzo, het is slechts één makkelijke handeling meer. En uiteindelijk kost het minder."
Enne, weten de regelmakers in Den Haag dit al? "Nou, wij hebben wel contact met milieukundigen die meer beleidsmatig onderzoek doen en modellen maken. Via dergelijke modellen moeten onderzoeksresultaten tot bij de beleidsmakers doorsijpelen. Maar ik geef toe, dat gaat langzaam. Gemiddeld staat er denk ik een jaar of tien voor. Maar ik hoop dat het deze keer minder lang duurt. Want voor dat geld dat nu eigenlijk wordt weggegooid, kun je een hoop andere leuke dingen doen."
Remy van den Brand
Marlies van der Welle promoveerde vandaag aan de Radboud Universiteit Nijmegen op haar proefschrift 'Detoxifying toxicants - The effect of sulphur and nitrogen biogeochemistry on metal uptake and toxicity in freshwater wetlands'. Professor Jan Roelofs was haar promotor.