Er woont vrijwel niemand in de veengebieden van Siberië. Niet zo vreemd, want wie zich er in de hete zomer waagt, zakt weg in de drassige plantenmassa en wordt het doelwit van duizenden hongerige muggen. En 's winters is het er bitter koud. De zompige begroeiing, dan stijf bevroren, bedekt een miljoen vierkante kilometer van westelijk Siberië. Dat is bijna dertig keer het landoppervlak van Nederland.
Wiebe Borren, tot voor kort promovendus aan de Universiteit Utrecht, bestudeerde dit veen en bouwde een computermodel om te berekenen hoeveel koolstof erin wordt vastgelegd. Hij ging daarvoor zes keer op expeditie in het Russische veengebied. Moeizame tochten, zegt hij: "Het is er zo drassig dat je er niet met een auto kunt komen. Je loopt dus vanaf de rand, met lieslaarzen aan en al je spullen op je rug. Harder dan één kilometer per uur kom je dan niet vooruit. 's Winters gaat het stukken beter, dan kun je gewoon rijden over de bevroren grond. Maar dan is boren weer lastig en ligt er bovendien een pak sneeuw."
Tot tienduizend jaar geleden lag er in dit deel van Siberië een groot meer, vertelt Borren. "Het water kon niet wegstromen, want enorme ijsmassa's blokkeerden de toegang tot de Noordelijke IJszee. Toen het warmer werd, smolt die ijsbarrière, verdween het meer en begon het veenmos te groeien. En dat gaat tot op de dag van vandaag door. De veenlaag wordt steeds dikker, doordat het oude veenmos niet helemaal vergaat. Dat is te danken aan de zuurstofloze omstandigheden in het moeras." Het computermodel simuleert de groei van het veen in de voorbije tienduizend jaar en voorspelt op basis daarvan hoe het zich de komende eeuwen zal gedragen.
Levend veenmos neemt, zoals alle planten, koolstofdioxide oftewel CO2 op uit de lucht. De koolstof daaruit blijft grotendeels in het veen zitten. Borren: "Je zou dus denken dat dit een rem zet op het broeikaseffect. Maar toen ik vijf jaar geleden aan mijn onderzoek begon, waren we daar niet van overtuigd. Dood veenmos dat onder water staat, stoot namelijk wel een beetje methaan uit, en dat is een 31 keer sterker broeikasgas dan CO2. We wisten niet wat er zwaarder woog voor het broeikaseffect: de opname van koolstofdioxide of de uitstoot van methaan. Nu zijn we erachter dat het effect van de CO2-opname het sterkst is. Het veen heeft tot nu toe dus bijgedragen aan het tegengaan van de opwarming van de aarde."
Volgens het computermodel dat de promovendus van de Siberische venen maakte, is het veenmos nog lang niet uitgegroeid. "Het kan nog duizenden jaren doorgaan, zolang het water er tenminste niet wordt weggepompt. Gebeurt dat wel, dan ontwijkt er in korte tijd heel veel CO2, omdat het veen wegrot zodra er zuurstof bij komt. Maar je kunt er van uitgaan dat het overgrote deel van dit gebied met rust wordt gelaten en dus gewoon doorgaat met het vastleggen van koolstof uit de lucht."
Goed nieuws dus allemaal? Helaas, er zit een addertje onder het gras. Borren berekende hoe het veengebied zal reageren op een stijging van de temperatuur met twee graden, een realistische voorspelling voor de komende eeuw of zelfs halve eeuw. Dat zal klimaatzones doen verschuiven. Over het hele gebied genomen zal het veenmos harder groeien, waardoor het extra veel CO2 opneemt, wat het broeikaseffect enigszins tegengaat. Tegelijkertijd gaat echter ook de uitstoot van methaan omhoog. "En dat effect wint in de eerste 150 jaar. Dan bevordert het veen tijdelijk de opwarming van de aarde."
Hij pakt er de cijfers bij: "In de huidige situatie legt het gebied ieder jaar 15,55 miljoen ton koolstof vast uit CO2. Na twee graden opwarming zou dat 20,18 miljoen ton worden. Maar de uitstoot van methaangas, nu 2,36 miljoen ton koolstof per jaar, gaat een stuk harder omhoog, naar 3,85 miljoen ton. Je ziet dat het om kleinere getallen gaat, bij dat methaan. Toch pakt de verandering in het begin dus ongunstig uit voor de wereldtemperatuur."
Dat dit later weer omslaat in een broeikasdempend effect, komt door de korte levensduur van methaan, legt Borren uit. "Binnen acht jaar is de helft verdwenen van het methaan dat vandaag de lucht ingaat. Een temperatuurstijging heeft daarom vooral in het begin een broeikasbevorderend effect." Maar, benadrukt hij, op de lange termijn is dit maar een kleine rimpeling in het tegenwerkende effect dat natuurlijke hoogvenen hebben. Helaas wel een rimpeling waar we de komende eeuw last van krijgen.
Elmar Veerman
Wiebe Borren promoveert op 19 januari aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift 'Carbon exchange in Western Siberian watershed mires and implication for the greenhouse effect'.