Grimmig klimaat
Menselijke invloed nauwelijks meer betwijfeld

- Zoom
- De voorspellingen van het IPCC zijn niet rooskleurig.
Dat het klimaat wereldwijd aan het veranderen is, wordt onder wetenschappers niet meer betwist. En de oorzaak is bijna zeker menselijk handelen, aldus het vierde wereldwijde klimaatrapport, dat vandaag uitkwam. De hoofdpunten uit het rapport.
“Het merendeel van de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde sinds het midden van de twintigste eeuw is zeer waarschijnlijk te wijten aan de door menselijk handelen verhoogde concentraties broeikasgassen.” Zo formuleert het Intergovernmental Panel on Climate Change het antwoord op de schuldvraag, waarbij ‘zeer waarschijnlijk’ nader wordt verklaard als ‘met meer dan 90 procent zekerheid’. Vijf jaar geleden heette het nog ‘waarschijnlijk’, een zekerheid van 66 procent.
Het belangrijkste broeikasgas van menselijke makelij is CO2. De concentratie daarvan is de afgelopen eeuwen gestegen van 280 naar 379 ppm (delen per miljoen). Voornamelijk door de verbranding van kolen, olie en aardgas, maar ook veranderd landgebruik draagt eraan bij. In de afgelopen tien jaar steeg de CO2-concentratie met bijna 2 ppm per jaar. Van methaan, een ander belangrijk broeikasgas, steeg de concentratie van 715 delen per miljard (ppb) in het pre-industriële tijdperk naar 1774 ppb nu.
Het IPCC-rapport dat vanmorgen in Parijs werd gepresenteerd, is het resultaat van lange beraadslagingen onder honderden klimaatwetenschappers uit 130 landen. Het is de vierde keer dat zo’n rapport uitkomt; de vorige versie verscheen in 2001. Overigens is dit nog niet het complete werk, maar alleen deel één, dat over de natuurwetenschappelijke basis van de klimaatveranderingen gaat. Op de gevolgen voor mens en natuur gaat dit rapport nauwelijks in. Die komen aan de orde in deel twee, dat begin april wordt verwacht. Nog een maand later verschijnt deel drie, over mogelijke maatregelen om die gevolgen te verzachten.
De opwarming zelf is nu honderd procent zeker. In de top twaalf van warmste jaren sinds 1850 vallen er elf in de periode van 1995 tot en met 2006, allemaal behalve eentje dus. Tussen 1906 en 2005 steeg de wereldtemperatuur met minstens 0,56 en hoogstens 0,92 graden. Van de extra warmte is 80 procent in het oceaanwater gaan zitten, dat tot op tenminste drieduizend meter diepte warmer is geworden.
En de opwarming gaat door, zelfs als de mensheid nu onmiddellijk zou stoppen met de uitstoot van broeikasgassen - iets wat uiteraard niet zal gebeuren. In dat geval zou de opwarming de komende twintig jaar doorgaan met ongeveer 0,1 graden per tien jaar. Maar de verwachting van het IPCC is een stijging van minimaal 0,2 graden per tien jaar. Verdere klimaatverandering is dus onvermijdelijk.
Voor het jaar 2100 voorzien de wetenschappers een temperatuur die in het gunstigste scenario 1,8 en in het zwaarste scenario 4,0 graden hoger is dan in het jaar 2000. Die schattingen zijn niet hoger dan in het vorige rapport, maar de marges zijn wel een stuk kleiner geworden: 1,1 graden opwarming is het absolute minimum waarop we moeten rekenen, 6,4 graden het maximum. De temperatuurstijging zal overigens het hoogst zijn boven land, dus plaatselijk kunnen de verschillen met vroeger groter zijn.
De opwarming zou trouwens nog sterker zijn als er niet ook verkoelende effecten uitgingen van menselijke activiteiten, aldus het klimaatpanel. Zwavel- en roetdeeltjes leiden tot de vorming van meer wolken, waardoor een deel van het zonlicht terug de ruimte in wordt gekaatst.
De wetenschappers hebben overigens niet alleen de stijging van de wereldtemperatuur bijgehouden. Ze melden ook allerlei lokale omwentelingen, zoals veranderingen in neerslag en wind. Zo zijn de Sahel en het gebied rond de Middellandse Zee droger geworden, terwijl de oostkant van Noord- en Zuid-Amerika en het noorden van Europa juist natter werden, en is de windkracht op veel plaatsen toegenomen. Extreme hitte, droogte en krachtiger orkanen zullen in de toekomst vaker voor gaan komen, denken de klimaatdeskundigen.
En dan is er nog de zeespiegelstijging. Het vorige IPCC-rapport voorspelde voor 2100 een 9 tot 88 centimeter hoger waterniveau. De nieuwste versie gaat uit van minimaal 18 en maximaal 59 centimeter, waarbij wel de aantekening wordt gemaakt dat het versneld smelten van landijs hierin niet is meegeteld. Dat is namelijk nog te slecht te voorspellen, menen de opstellers van het rapport, hoewel zo’n versnelling de afgelopen jaren wel is aangetoond. Als die versnelling in hetzelfde tempo als nu doorzet, moet er nog 10 à 20 centimeter bij de zeespiegelstijging worden opgeteld. Het kan ook nóg sneller gaan, aldus het rapport, maar het begrip van die effecten is te beperkt om er getallen aan te verbinden.
Elmar Veerman
International Panel on Climate Change: ‘Climate Change 2007: The physical science basis’, 2 februari 2007