‘Toengoeska’ had kleinere dader

- Zoom
- Onderzoeker Mark Boslough wijst op een detail van de gesimuleerde vuurbal. (Sandia National Laboratories)
Het ruimteobject dat op 30 juni 1908 boven Siberië explodeerde, was kleiner dan altijd is gedacht. Dat suggereren simulaties op een supercomputer.
Wetenschappers van de Sandia Nationale Laboratoria in de Verenigde Staten maakten een model van de spectaculaire gebeurtenis die tachtig miljoen bomen omver blies. Ze gingen ervan uit dat een onbekend stuk materiaal uit de ruimte de dampkring binnen kwam razen boven de regio Toengoeska en daar is ontploft. Om tweeduizend vierkante kilometer bos plat te slaan, bleek een minder krachtige explosie nodig dan altijd is verondersteld.
Tot nu toe dachten de meeste wetenschappers dat daarvoor tien tot vijftien megaton explosiekracht nodig was, maar Mark Boslough en zijn collega's houden het op drie tot vijf megaton - nog altijd een paar honderd keer krachtiger dan de atoombommen van Hiroshima en Nagasaki. Op hun site zijn fraaie filmpjes van de simulaties te zien (aanraders: de nummers 1, 7 en 8).
Hoe groot was de bijbehorende kluit ruimtemateriaal? Dat blijft gissen, zegt Boslough. Het hangt namelijk van de aard en de snelheid van het spul af hoeveel ervan nodig is om bij aankomst in de atmosfeer een explosie van enkele megatonnen te veroorzaken. Maar, waarschuwt hij, de kans op een vernietigende explosie is dus wel groter dan werd aangenomen. "We zouden meer moeite moeten doen om de kleinere astroiden te detecteren dan we tot nu toe hebben gedaan."
Elmar Veerman