Medische mythen

Over groeiende nagels van doden en andere onzin

Neen, de nagels en haren van een dode groeien niet door.
Zoom
Neen, de nagels en haren van een dode groeien niet door.

Ach wie kent ze niet, die zogeheten waarheden: een mens moet minstens acht glazen water drinken per dag, mobiele telefoons zijn gevaarlijk in ziekenhuizen en de haren van doden blijven lekker nog een tijdje doorgroeien. In het kerstnummer van het British Medical Journal worden ze allemaal ontkracht.

Artsen weten dat, willen ze hun vak goed uit blijven oefenen, ze op de hoogte moeten blijven van nieuwe medische ontwikkelingen. Toch doen ze dat niet altijd. Want sommige kennis heeft geen update nodig, denken ze. Nou, dat is dan mooi verkeerd gedacht. Rachel Vreeman en Aaron Carroll beschrijven deze week zeven 'medische mythen' in het vooraanstaande Britsh Medical Journal. Vreeman is onderzoeker aan de 'Indiane University School of Medicine' in Indianapolis en Carroll is assistent-hoogleraar kindergeneeskunde aan het 'Regenstrief Institute', eveneens in Indianapolis (VS). De twee plozen zowel wetenschappelijke artikelen als Google uit en vonden voor geen van deze 'waarheden' bewijs dat ze daadwerkelijk klopten. "Soms hebben zelfs de doktoren het mis." Mythe nummer één: drink minstens acht glazen water per dag. In 1945 werd de aanbeveling al gedaan om dagelijks tweeenhalve liter water in te nemen, maar wel met de toevoeging dat een boel daarvan al simpelweg in het eten zit. Een prominente voedingsdeskundige verkondigde vervolgens hetzelfde, maar dan zonder die voetnoot. Zonder enige referentie, schrijven Vreeman en Caroll. En het bewijs dat zo'n statement zou kunnen ondersteunen ontbrak totaal, zo bleek uit een artikel in het American Journal of Physiology. Sterker nog, het drinken van grote hoeveelheden water kan gevaarlijk zijn, zo niet dodelijk. Een iets minder potentieel gevaarlijke mythe is die dat mensen slechts tien procent van hun brein zouden gebruiken. Wederom niet waar, stellen Vreeman en Caroll. Of in ieder geval niet bewezen. Het verzinsel ontstond al in 1907, gepropageerd door meerdere bronnen die beweerden dat mensen zichzelf aanzienlijk konden verbeteren en vele latente talenten bezaten. Desalniettemin heeft een verwonding aan het brein bijna altijd een blijvend effect heeft op het mentaal of fysiek functioneren van iemand. En met hersenscans is dat onbenutte deel, dat toch negentig procent van het brein zou moeten beslaan, nooit gevonden. Verschillende lichaamsfuncties worden aangestuurd door verschillende hersengebieden en geen van die onderdelen is in een permanent slapende toestand. Aldus Carroll en Vreeman. Ietwat luguber is het verhaal dat haar en vingernagels blijven groeien nadat iemand is overleden. Mensen zouden het met eigen ogen hebben gezien. Nagels die zo lang worden, dat ze in de vorm van een kurkentrekker groeien. En dat terwijl de dode eigenaar al lang en breed begraven was. Hoe en waarom de vingers van de overledene zo intensief werden bestudeerd, is natuurlijk een tweede, maar volgens Vreeman en Caroll is het eerste verhaal in ieder geval niet waar. Het lijkt alleen maar alsof haren en nagels langer worden, doordat de huid zich door uitdroging terugtrekt. Hormonen zorgen voor haar- en nagelgroei - en die doen het niet meer als iemand dood is. Mythe nummer vier: lezen in het halfdonker is slecht voor de ogen. Ja het focussen gaat wat lastig en de ogen worden droog en geirriteerd doordat je vergeet te knipperen. Dat is allemaal best vervelend, maar onderzoekers hebben tot nu niet aangetoond dat lezen bij zwak licht blijvende schade oplevert. Vijf: door scheren groeien haren steeds sneller terug en worden ze bovendien donkerder en stugger. Vreeman en Caroll: "Dit wordt in stand gehouden door populaire media en wellicht door mensen die zich verbazen over hun eigen zwarte stoppels." Bij deze mythe is het niet alleen zo dat niet is aangetoond dat-ie waar is, maar gewoon keihard is bewezen dat-ie níet waar is. In 1928 al wees een klinische studie uit dat scheren geen effect had op de haargroei. Recentere onderzoeken bevestigen dat. Wel mist geschoren haar het fijne puntje dat ongeschonden haren hebben. Ook is vers haar donkerder dan haar dat al een tijdje boven het oppervlak groeit en zon heeft gezien. Da's logisch. Zes: mobiele telefoons zijn gevaarlijk in ziekenhuizen. Een overheidswebsite was in 2002 de eerste bron van deze nonsens, schrijven Vreeman en Carroll. Vervolgens citeerde een tijdschrift meer dan honderd meldingen van vermoeddelijke elektromagnetische inferentie met medische apparaten van voor 1993 en plaatste de Wall Street Journal dat artikel op de voorpagina. Maar wederom mist het echte bewijs. Vreeman en Carroll halen studies aan uit Groot-Britannië, de VS en Europa waaruit blijkt dat mobiele telefoons interferen met slechts een klein percentage (1,2 tot 4 procent) van de medische apparaten. En dat alleen op minder dan een meter afstand. In een onderzoek van dit jaar werden driehonderd testen in 75 behandelkamers uitgevoerd, maar werd zelfs helemaal geen effect gevonden. Een grote studie onder anesthesisten vond overigens wel een verband tussen mobiele telefoons en de medische praktijk: dankzij snellere communicatie tussen artsen was het risico op medisch falen significant verlaagd. En last but nog least: het eten van kalkoen maakt mensen extreem slaperig. Het eiwit tryptofaan zou de boosdoener zijn. Dat speelt een rol bij slaap en de gemoedstoestand en kan inderdaad loomheid veroorzaken. Feit is alleen dat kalkoen helemaal niet belachelijk veel tryptofaan bevat. In kip zit net zoveel en varkensvlees en kaas bevatten zelfs meer tryptofaan per gram dan kalkoen. Domweg die enorme hoeveelheid voedsel die met kerst naar binnen geschoven wordt kan al zorgen voor een suf gevoel, doordat bloed- en zuurstoftoevoer naar de hersenen afnemen. En maaltijden die rijk zijn aan koolhydraten en eiwitten zijn gewoon bijzonder goed in het veroorzaken van de bekende after-dinnerdip. En o ja, zeggen Vreeman en Carrol: "Wijn kan ook nog een rol spelen." Remy van den Brand Rachel C. Vreeman en Aaron E. Carrol: 'Medical myths - Sometimes even doctors are duped', Britisch Medical Journal, 22-29 december 2007, volume 335