Waarschuwen met warmte
Grondeekhoorns weten tegen wie ze het hebben

- Zoom
- De Californische grondeekhoorn weet wel raad met ratelslangen. Foto: universiteit van Californië.
Grondeekhoorns wapperen niet alleen met hun staart om gevaarlijke slangen af te schrikken, maar maken hem tegenover ratelslangen ook warmer, melden Amerikaanse wetenschappers. Dat helpt, omdat ratelslangen warmte kunnen ‘zien’.
Als je wilt dat iemand opdondert, zeg je gewoon 'donder op!'. Maar niet iedereen spreekt Nederlands. Dus moet je het soms anders zeggen. Tegen een Fransman roep je bijvoorbeeld 'fou le camp!' en tegen een Duitser maak je er 'hau ab!' van. Het is een kwestie van de juiste taal spreken. De grondeekhoorn weet dat als geen ander. Hij zegt op allerlei manieren 'donder op' tegen verschillende ongewenste belagers. Zo krast hij naar roofvogels en coyotes maar houdt hij zich stil tegenover slangen, want die zijn toch doof. Zwaaien met de pluizige staart helpt dan beter. Alleen al daardoor houdt menig slang het voor gezien: een verrassingsaanval zit er toch niet meer in. Zolang de dreigementen van de slang worden beantwoord met staartengewapper van het knaagdier, zijn beide dieren van elkaars aanwezigheid op de hoogte. Zo blijft een onnodig gevaarlijke knokpartij uit.
Het repertoire van de grondeekhoorn tegenover slangen blijkt nu nog groter, melden wetenschappers van de universiteit van Californië: bij een ratelslang wappert hij niet alleen met zijn staart, maar warmt hij ‘m ook extra op. Zoiets ontgaat geen enkele ratelslang, omdat ze warmte heel goed kunnen zien. Dat gaat via talloze poriën op zijn kop, die door warmtestraling ieder net iets anders opwarmen waardoor de slang prima een 'warmtebeeld' kan vormen. Bij slangensoorten die geen warmte zien, neemt de grondeekhoorn niet eens de moeite zijn staart op te warmen. Dat schrijven bioloog Aaron Rundus en zijn collega's in de Proceedings of the National Academy of Sciences.
De onderzoekers zetten grondeekhoorns tegenover ratelslangen en een andere slangensoort, in het Engels 'gopher snake' geheten. De harige grondeekhoorns begonnen zoals verwacht te zwaaien met hun staart. Dat ziet er tegenover beide slangensoorten hetzelfde uit. Maar toen de onderzoekers het gedrag met een warmteregistrerende oftewel infrarood camera bekeken, zagen ze een groot verschil. De knaagdieren maakten hun staart extra warm tegenover ratelslangen, maar niet tegenover de gopher snakes. Logisch, want ratelslangen zien die warmte. En gopher snakes niet.
De biologen wilden weten of ratelslangen echt onder de indruk zijn van al die extra hitte. Daarom lieten ze een grondeekhoorn met en zonder warmte in zijn staart dreigen. Omdat levende grondeekhoorns het vertikken hun staart koel te houden tegenover een ratelslang, gebruikten de wetenschappers eentje die niets meer te willen had: een dode. Met een motortje lieten ze de staart van het opgezette knaagdier heen en weer zwaaien. Alleen ruikt zo'n dode grondeekhoorn niet zo smakelijk voor een slang. Dus parfumeerde de biologen het dode beest met de geur van levende grondeekhoorns. Het dreigspel kon beginnen.
Gelukkig gedroegen alle ratelslangen zich voorbeeldig. Ze waren al op hun hoede voor grondeekhoorns met een wapperende doch frisse staart, maar dropen echt af als de staart warm was. De extra staarthitte heeft dus zeker zin voor de grondeekhoorns.
Het idee om het pluizige wuiven met een infrarood camera te filmen kwam volgens de biologen niet zomaar uit de lucht vallen. Sundus en zijn collega's zochten een verklaring voor het feit dat grondeekhoorns tegenover ratelslangen zelfs in het stikdonker met hun staarten wapperen. Niets te zien, zou je zeggen. Maar misschien wel iets dat een ratelslang ziet. Warmte dus.
Ronald Veldhuizen
Aaron S. Rundus, e.a.: 'Ground squirrels use an infrared signal to deter rattlesnake predation', Proceedings of the National Academy of Sciences, augustus 2007.