Vriendelijk vuur
Australisch landschap kan niet zonder brand

- Zoom
- De brandweer staat vaak machteloos, zoals hier bij een bosbrand op Tasmanië.
In een continent zo heet en droog als Australië vliegt het landschap af en toe vanzelf in de fik. Hoe moeten mensen daarmee omgaan? De inzichten zijn de laatste jaren snel veranderd. De wetenschap ontdekt wat de oorspronkelijke bevolking al duizenden jaren weet: voor vlammen moet je niet vluchten. Je moet ze te vriend houden.
Vuur is een onderwerp waarop wetenschappers in Australië zich de laatste tijd vol ijver hebben gestort. Regelmatig gaan grote gebieden in vlammen op, soms met enorme economische schade en verlies van mensenlevens tot gevolg. Brand helemaal uitbannen is geen optie, beseffen de onderzoekers inmiddels, zeker niet nu bekend is dat klimaatverandering voor nog meer hitte en droogte zal zorgen.
Kevin Hennessy van de Klimaatgroep van CSIRO (zoiets als het Nederlandse TNO) geeft de vooruitzichten voor de dichtbevolkte gebieden in het zuidoosten van Australië: in 2020 zullen er 10 tot 40 procent meer dagen met extreem vuurrisico zijn, in 2050 20 tot 120 procent. Het onderzoek moet zich dus richten op de vraag hoe mensen het beste met dit natuurlijke fenomeen kunnen omgaan.
In ieder geval anders dan dat tot voor kort gebeurde. Bosbranden werden waar mogelijk geblust, waardoor brandbaar materiaal zich bleef ophopen. Als er na zo’n lange vuurloze periode toch ergens brand uitbrak, gingen de vlammen extra destructief tekeer. Het lijkt dus beter om regelmatig bosbranden te hebben. De eucalyptusbomen kunnen daar wel tegen, en veel andere planten zijn er zelfs van afhankelijk, omdat ze anders verdrongen worden door soorten die niet van vuur gediend zijn. Maar ja, er leven hier en daar wel mensen tussen de bomen.
Voor inzicht in schade en slachtoffers is John Schauble van de Country Fire Authority in de provincie Victoria de juiste man. Hij heeft geturfd waardoor huizen in brand vliegen: “Negentig procent vat vlam door rondvliegende stukken brandend spul, en meestal gebeurt dat nádat de grote brand is langsgetrokken. Als er iemand in huis is, slaagt die er in tachtig tot negentig procent van de gevallen in om het vuur op tijd te doven.”
En dan de slachtoffers. Bijna alle doden vallen door hitte, niet door rook of vlammen. De grote meerderheid sterft in de auto. De muren van een huis beschermen veel beter tegen hitte dan zo'n stalen kooi op wielen. De conclusies: gedwongen evacuatie is geen goede maatregel, en wie zelf weg wil gaan, moet dat in een vroeg stadium doen, ver voor het vuur in de buurt is. Wie thuisblijft, moet klaarstaan om eventueel vuur te blussen en zorgen dat er geen brandbaar materiaal vlakbij het huis staat. Burgers moeten het dus vooral zelf opknappen.
“Dat vraagt een enorme omslag in het denken, voor de overheid en voor burgers”, aldus Schauble. De staat Victoria heeft de regels aangepast, maar bewoners zijn volgens hem nog niet altijd rijp voor zoveel zelfredzaamheid.
Heel anders ligt dat voor de traditioneel levende Aboriginalbevolking. Vuur speelt van oudsher een centrale rol in het leven van deze mensen. Ze beheerden duizenden jaren lang het landschap in grote delen van Australië door op uitgekiende tijden en plaatsen brand te stichten.
Helaas dreigt die oude kennis definitief verloren te gaan, zegt natuuronderzoeker Garry Cook van CSIRO Duurzame Ecosystemen. Jongeren leren niet meer hoe het moet, ouderen gaan dood. Het landschap wordt niet meer goed beheerd, en dat is te zien. Inheemse planten worden steeds meer verdrongen door indringers die van buiten het continent zijn meegebracht. De variatie gaat achteruit, het beeld wordt saaier. Gecontroleerd platbranden kan het tij keren, hoopt Cook.
De overheid, die lange tijd vooral zijn best heeft gedaan om tradities te laten verdwijnen, wil nu redden wat er te redden valt. Daarbij zijn mensen als Peter Christophersen van groot belang. Christophersen is een collega van Garry Cook die deels van Aboriginal-afkomst is. Hij is getraind in de traditionele manier van beheer en brengt die nu in de praktijk in het Kakadu National Park, het natte natuurgebied waarin hij met zijn gezin woont.
Hier komen Aboriginaltraditie en moderne wetenschap samen, zegt Christophersen. Stukken van het moerasland worden soms vier keer achter elkaar verbrand om de overheersende Hymenachne-planten te verwijderen, die dikke matten in het water vormen. “Het is geen kwestie van een lucifer afsteken en weglopen. Je moet iedere plek verschillend behandelen, afhankelijk van de vegetatie, de vochtigheid, de wind, enzovoorts. En je moet rekening houden met de bloeitijden van planten, het broeden van vogels, noem maar op. Dat kun je niet uit een boek leren, maar alleen in de praktijk.”
Uit de eerste tellingen en metingen, netjes volgens de regelen der wetenschap, blijkt dat het traditionele beheer inderdaad voor een veel gevarieerder landschap zorgt, met een grotere diversiteit aan planten en dieren. Het is de bedoeling dat ‘traditionele landeigenaren’, zoals de oorspronkelijke bewoners worden genoemd, in de toekomst op steeds meer plaatsen bij het natuurbeheer betrokken worden, aldus de onderzoekers. Christophersen: “Dat is niet alleen goed voor het landschap en de biodiversiteit, maar ook voor de cultuur het het gevoel van eigenwaarde van de mensen.”
Elmar Veerman