Slangetje tegen astma
Wegbranden van spiercellen biedt verlichting

- Zoom
- Iemand met astma moet vaak een paar keer per dag "puffen" met een inhaler om zich niet zo benauwd te voelen.
Een nieuwe therapie biedt veel hoop voor mensen met astma. Niet medicijnen maar een klein flexibel slangetje dat plaatselijk spiercellen opwarmt moet uitkomst bieden.
De Canadese dokters Gerald Cox en John Miller laten zien dat een therapie zonder medicijnen goed helpt tegen de luchtwegaandoening astma. De veelbelovende resultaten van hun patiëntenonderzoek zijn te lezen in The New Engeland Journal of Medicine. Bij deze nieuwe techniek, ‘bronchiale thermoplastiek’ genaamd, brengen artsen een klein flexibel slangetje via de neus of de mond in de luchtpijp. Deze sonde warmt de luchtwegen tien seconden plaatselijk op tot 65 graden Celsius. De behandeling duurt drie keer een klein uur onder lichte verdoving, waarna de patiënt weer naar huis kan.
Bij astmapatiënten zijn de luchtwegen chronisch ontstoken en de luchtwegspieren verdikt, waardoor ze teveel en te vaak vernauwen als reactie op prikkels. Voor deze mensen kan een beetje stof uit een knuffelbeer al grote ademnood betekenen. De nieuwe therapie brandt de overtollige spiercellen weg met radiotrillingen, waardoor de luchtwegen minder heftig kunnen reageren.
Spiercellen wegbranden klinkt behoorlijk ingrijpend, maar dat is het niet, vertellen artsen Sandra Snijder en Dirk-Jan Slebos. Zij maken deel uit van de onderzoeksgroep die op het Universitair Medisch Centrum Groningen sinds vorig jaar onderzoek doet naar deze behandelmethode. “Het veroorzaakt een kleine wond, die goed geneest. Bovendien weten we eigenlijk niet wat die spiercellen daar nou eigenlijk doen, want er zijn ook zoogdieren die deze cellen helemaal niet hebben. Ze doen in de luchtwegen meer kwaad dan goed, omdat ze de luchtpijp alleen maar kunnen vernauwen.”
Bij de patiënten van Cox en Miller bleven de luchtwegen na de behandeling beter open. Ze hadden minder last van astma-aanvallen en hadden minder medicijnen nodig om benauwdheid te voorkomen, zelfs tot drie jaar na de behandeling. In Groningen zijn de experimenten nog in volle gang en zijn een vervolgstudie op het onderzoek van Cox. De Groningers vormen de enige Nederlandse onderzoeksgroep die meedoet aan deze internationale studie.
Slebos: “Aan het eind vragen we de patiënten of ze nog veel last hebben van hun astma en of ze veel medicijnen moeten gebruiken om de benauwdheid onder controle te houden. Dat is heel subjectief. Bovendien speelt bij astmatherapie het placebo-effect een heel grote rol. Als iemand alleen maar het idee heeft dat hij behandeld wordt, lijkt dat ook al te helpen tegen de klachten. We willen het bewijs dat het opwarmen van de spiercellen helpt tegen astma natuurlijk waterdicht timmeren. Daarom behandelen we ook een groep patiënten door een slang in te brengen die verder niets doet.”
De experimenten lopen nog zeker een jaar waarna alle gegevens van de deelnemende onderzoeksgroepen worden samengevoegd. De Groningse onderzoekers kunnen daarom nog niets zeggen over de resultaten. Ook over de langetermijneffecten van de behandeling is nog niet veel bekend. Maar dat de resultaten van Cox veelbelovend zijn staat voor hen buiten kijf.
Lemke Kraan
Gerald Cox M.B., Thomson N.C. M.D., Adalberto S. Rubin M.D., Robert Niven M.D., Paul A. Corris M.D. et al., Asthma control during the year after bronchial thermoplasty. New England Journal of Medicine, 29 maart 2007.