Raadselachtig Rusenu
Taalkundige ontdekt taalgeheimen en geheimtalen op Oost-Timor

- Zoom
- Taalonderzoeker Aone van Engelenhoven
Door inheemse familieconnecties op Oost-Timor ontdekte Aone van Engelenhoven dat een gestorven gewaande taal, Makuva, nog bestaat als rituele geheimtaal. En in januari kwam hij het spoor van een voorheen onbekende taal, Rusenu.
Het is een droom en een nachtmerrie tegelijk voor een taalonderzoeker. In januari, op de laatste dag van zijn veldonderzoek in Oost-Timor, hoorde taalonderzoeker Aone van Engelenhoven van een informant over een nog onontdekte taal, Rusenu. Maar er was nog maar één spreker, een dame van tachtig jaar met kwakkelende gezondheid. En zijn vliegtuig naar Nederland ging de volgende dag.
"Ik heb die avond mijn bandrecorder achtergelaten en de mensen uitgelegd hoe ze opnamen moeten maken van die laatste spreekster", zegt Van Engelenhoven, verbonden aan de Universiteit Leiden. Op hoop van zegen.
En onderzoek naar de tientallen talen op Oost-Timor ís al zo lastig, zelfs als je er zelf wél bij bent. Geheimen en taboes over clanafstamming, talen en familiebanden spelen een belangrijke rol in de cultuur. Sommige talen worden alleen in het geheim gesproken. "Mensen die de taboes schenden, kunnen sociaal worden uitgesloten", vertelt Van Engelenhoven.
Gelukkig voor Van Engelenhoven heeft hij een voorsprong. Zijn moeder is afkomstig van het nabijgelegen eiland Leti. Door haar familiebanden werd hij in 1989 als een verloren zoon opgenomen in de lokale clan, en leerde hij de verhalen en liederen van zijn clan en familie. Om ze vervolgens geheim te moeten houden.
De geheime kennis kwam van pas toen hij in 2003 op zoek was naar de taal Makuva. "Dat is een taal waarvan al sinds de jaren vijftig gezegd wordt dat hij uitgestorven is", zegt Van Engelenhoven. Het enige dat er over de taal bekend was, is een opname van een Portugese onderzoeker en een woordenlijst. Maar Van Engelenhoven vermoedde dat er misschien nog sprekers waren.
De onderzoeker reisde naar het gebied in het oostelijke puntje van Oost-Timor, waar de mensen 'Makuva' worden genoemd (een scheldwoord, dat zoiets als 'idioten' betekent). "Als ik vroeg naar Makuva legden mensen me uit dat dat vroeger wel gesproken werd, maar nu niet meer", zegt Van Engelenhoven. Nóg aardig, want een eerdere onderzoeker was al eens mishandeld voor zulke vragen.
Op een avond was Van Engelenhoven op een verjaardagsfeest waar de dronken gasten tot zijn verbazing allerlei Makuva-uitdrukkingen begonnen op te noemen. "Alleen had ik mijn bandrecorder niet bij me." De volgende dag, na de roes, waren de taboes weer van kracht. 'Makuva? Nee hoor, dat heb je gedroomd', kreeg Van Engelenhoven te horen, "maar nu wist ik wel dat het nog bestond."
In 2005 bracht Van Engelenhovens afkomst een onverwachte ingang, toen hij ter plekke een naam hoorde die op zijn eigen clannaam leek. Toen hij erover doorvroeg bij de skeptische dorpsoudste, zette die de onderzoeker zijn huis uit, maar inmiddels had een oude bewaarder van de clanverhalen lucht gekregen van de eigenaardige vreemdeling. "Die voerde me mee naar een ander huis, er kwam een fles op tafel en de luiken gingen dicht. ik werd compleet uitgehoord. Mijn verhalen en liederen bleken te kloppen, op een paar details na. Ik was dus toch familie."
De verhalenverteller vertelde dat Makuva nog gesproken werd als rituele geheimtaal. "Het was niet gestorven, maar 'in coma' geraakt", formuleert Van Engelenhoven het. De clan besloot de westerse clangenoot te accepteren als collega-verhalenverteller, die als geleerde meteen maar het Makuva moest vastleggen.
In een uitgebreid ritueel bij de zee werd ook de voorouders om toestemming gevraagd. "Ik kneep hem wel even", vertelt Van Engelenhoven, "voor wat er zou gebeuren als de voorouders toch nee zeiden." Maar het antwoord, gelezen uit de lever van een geofferd zwijntje, bleek gelukkig positief.
Toch is het optekenen van het Makuva daarmee nog geen eitje geworden. "De taboes blijven heel sterk, en mensen vertellen niets zomaar. Je moet er altijd gericht naar vragen", zegt de onderzoeker. Vaak werkt het, merkte hij, om dingen expres fout te zeggen. "Dat kunnen ze dan niet aanhoren, en dan krijg je te horen hoe het wel moet."
Wetenschappelijk is Makuva interessant omdat het een Austronesische taal lijkt te zijn. De Austronesische taalfamilie is een reusachtige familie van verwante talen die gesproken worden van Madagascar tot Paaseiland, van Hawaii tot Nieuw-Zeeland. De theorie is dat de sprekers van Austronesiche talen zich zo'n zesduizend jaar geleden over dit enorme gebied verspreidden, meestal per kano over zee. De lokale talen, die Papoeatalen worden genoemd hoewel ze niet met elkaar verwant zijn, overleven nu nog geïsoleerd van elkaar.
De aanname was daarom dat de Austronesisch-sprekende Makuva's de nieuwkomers waren, en de sprekers van de lokale Papoeataal Fataluku (die Van Engelenhoven ook onderzoekt) de oorspronkelijke lokale taal. "Maar uit de verhalen blijkt dat de Makuva gezien worden als de oudste bewoners, 'die uit de grond zijn ontstaan', terwijl de Fataluku volgens de overlevering 'van over zee' komen." Het is waarschijnlijker, denkt Van Engelenhoven, dat de oorspronkelijke Makuva-sprekers een paar honderd jaar geleden de Fataluku-taal hebben overgenomen, tegen het oudere, algemene patroon in.
Hoe de nieuwste raadselachtige taal Rusenu in dat plaatje past is nog niet duidelijk. Wel wist Van Engelenhovens informant nog te vertellen dat de beroemde, oude rotsschilderingen in de buurt gemaakt waren door de Rusenu. Van Engelenhoven: "Maar we weten niet of Rusenu Austronesisch is of een Papoeataal. En misschien is het helemaal geen echte taal, maar een bedachte geheimtaal, want dat komt daar ook voor", zegt Van Engelenhoven. Het wachten is op bericht uit Oost-Timor.
Bruno van Wayenburg