Rotsmieren zijn niet zomaar tevreden. Een potentieel nest moet aan een fikse lijst eisen voldoen. Het nest moet donker zijn, voldoende groot met een flinke ingang en er moeten niet teveel vijanden in de buurt zitten. Bovendien hechten mieren erg aan een goede hygiëne. Verkenningsmieren trekken erop uit en beoordelen nestplaatsen in de rotsen op al deze criteria. Als er een goed nest is gevonden, haalt de mier een nestgenoot op en sleept deze mee naar de plek. De huisgenoot let onderweg goed op en print de route die de verkenningsmier hem leert goed in. Als de huisgenoot het nieuwe huis ook goed genoeg vindt, haalt hij op dezelfde manier een nieuwe mier op, net zolang tot er voldoende nestgenoten in de nieuwe woning krioelen. Daarna sjouwen de mieren de rest van de kolonie het nest in.
Als de nood hoog is, bijvoorbeeld als onverlaten het nest verwoest hebben, beslissen de mieren heel snel waarheen de kolonie moet verhuizen. Dit kan, omdat ze van tevoren al weten wat de goede nesten in de buurt zijn en waar ze zitten, melden Nigel Franks en zijn collega mierenonderzoekers van de University of Bristol in het tijdschrift Proceedings of the Royal Society. De onderzoekers vermoedden dat mieren vooruit kunnen plannen.
Om dit te onderzoeken bouwden de biologen mierennesten in petrischaaltjes van karton en microscoopglaasjes. Van tevoren hadden ze ook een ander nest in de petrischaal neergezet, dat de mieren uitgebreid konden inspecteren. De mieren trokken hier hun neus voor op, omdat het nest van een veel lagere kwaliteit was dan hun huidige onderkomen. Daarna plaatsten de onderzoekers nog een nest, dat precies gelijk was aan het andere lege nest, in de petrischaal. Nog voordat de mieren dit nieuwe nest konden bekijken vernielden de onderzoekers het huidige mierenhuis en sloten de mieren af van water en voedseltoevoer.
Ondanks dat de mieren het nieuwste nest niet hadden kunnen bekijken, trokken ze er toch met de hele kolonie in. Ze wisten immers dat het andere nest erg slecht was en beproefden hun geluk in de nieuwe stulp. Als het eerste nest van dezelfde of een betere kwaliteit was dan het eigen onderkomen kozen de mieren willekeurig een van de twee nieuwe nesten. De mieren herkenden nesten aan kenmerken van de omgeving en geursporen. Als deze merktekens veranderden of er niet meer waren, wisten de mieren niet meer welk nest ze voor zich hadden en kozen ze willekeurig een van de twee nieuwe bouwsels.
Mieren gebruiken dus informatie die ze tijdens verkenningsexpedities opgedaan hebben bij hun nestkeuze. En dat is het bewijs dat mieren ‘verkennend leren’, stellen de onderzoekers. Verkennend leren is een hogere vorm van leren, omdat het niet werkt met een beloningssysteem. De mieren hebben de informatie over de nestenmarkt immers vaak pas in de toekomst nodig. Ze hebben er met andere woorden niet direct iets aan. Dat bijen en ratten kunnen plannen en vooruitkijken was al bekend, maar met de resultaten van dit onderzoek krijgen ze gezelschap van de mier.
Lemke Kraan
Nigel R.Franks, James W. Hooper, Anna Dornhaus, Phillipa J. Aukett, Alexander L. Hayward and Stephanie Berghoff, ‘Reconaissance and latent learning in ants’, Proceedings of the Royal Society B, accepted 21 maart 2007.