Hond aapt niet na

Huisdier kan gedrag interpreteren

Als een hond een andere hond iets ziet doen, en niet precies snapt waarom hij dat doet, aapt hij het gedrag na. Je weet maar nooit waar het goed voor is.
Zoom
Als een hond een andere hond iets ziet doen, en niet precies snapt waarom hij dat doet, aapt hij het gedrag na. Je weet maar nooit waar het goed voor is.

Leren door selectief na te apen is iets wat alleen mensen kunnen. Dacht men. Oostenrijks onderzoek toont aan dat ook honden het doen.

Een goede manier om dingen te leren is om gedrag van anderen na te apen. Maar wel met beleid. Als iedereen in een receptie in de rij gaat staan, doe je dat ook maar, want het zal wel ergens goed voor zijn. Maar iemand die slecht ter been is en gaat zitten, doe je dat niet na. De reden dat die persoon dat gedrag vertoont is immers duidelijk (en) niet op jou van toepassing. Zelfs hele kleine kinderen snappen dat. Als een dreumes van veertien maanden iemand anders iets ziet doen, terwijl die persoon zijn aandacht op hem richt is, doet hij dat na. Maar niet altijd, zo beek uit een experiment dat de Hongaarse psycholoog György Gergely in 2002 uitvoerde. In zijn test liet hij jonge kinderen in twee verschillende groepen toekijken hoe iemand een lamp aandeed. Beide groepen zagen een dame met het hoofd naar voren buigen om zo met haar voorhoofd een lamp aan te klikken, in plaats van simpelweg met haar hand. Als de vrouw de handen vrij had, kopieerden de kinderen het gedrag. Maar als het voorbeeld met beide handen een deken om zich heen gewikkeld hield, alsof het koud was, deden de dreumesjes het kunstje niet na. Zij hoefden immers geen deken vast te houden. Of kinderen een waargenomen actie nadoen, lijkt af te hangen van de reden waarom ze denken dat iemand bepaald gedrag vertoont. Dit selectief imiteren van andermans acties werd lange tijd als iets typisch menselijks gezien. Friederike Range van de Universiteit van Wenen en haar collega’s tonen in hun onderzoek echter aan dat honden het ook doen. Hun resultaten presenteren ze in het vakblad Current Biology. Voor het onderzoek werden de honden in een situatie geplaatst die leek op het Hongaarse experiment. De honden keken eerst naar een voorbeeldhond die een knop indrukte om een doos met voer open te maken. Deze hond was getraind om dit met een poot te doen, in plaats van met zijn bek zoals hij normaal zou doen. In een deel van de gevallen had het voorbeeld een bal in zijn bek, in de andere niet. Vervolgens moesten de proefhonden zelf de doos openmaken om te kijken of ze het gedrag wat ze gezien hadden kopieerden. Net als kinderen leken de dieren waargenomen gedrag te interpreteren. Als het voorbeeld dat ze gezien hadden geen bal in zijn bek had en tóch zijn poot gebruikte, kopieerden ze dit kunstje. Blijkbaar was dat ergens goed voor. Maar als de hond die ze gezien hadden zijn bek nodig had om de bal in vast te houden, bleven zij wel gewoon hun bek gebruiken. Ze hadden zelf geen bal en zo lukte het immers ook. Honden zijn de eerste dieren bij wie dit gedrag experimenteel is aangetoond. In die zin lijken mensen dus meer op hun trouwste vrienden dan op de meer verwante apen. Uit eerder onderzoek met chimpansees blijkt dat zij gedrag niet kopieren als ze het niet nodig hebben om hun doel te bereiken. Volgens Friederike Range en haar collega’s kan het feit dat honden huisdieren zijn een rol spelen. Zowel kinderen als honden nemen gedrag namelijk alleen over als er tijdens het voordoen tegen ze wordt gepraat, of als er op een andere manier op ze wordt gereageerd. En dat werd in dit experiment gedaan. Misschien dat honden hiervoor gevoeliger zijn dan apen, doordat de viervoeters al zo lang met mensen samenleven. Daar mogen de wetenschappers zich nog een keer over buigen. Een ding moet in elk geval worden rechtgezet: kinderen apen niet na, ze honden na. Arianne Hinz Friederike Range, Zsófia S. Viranyi, Ludwig Huber, ‘Selective imitation in domestic dogs’, Current Biology, 26 april 2007