Selam, de tussenkleuter
Oeroud kind had aapachtige armen

- Zoom
- De schedel. Foto: Nationaal Museum Ethiopië, Addis Abeba.
De fossiele overblijfselen van een kind dat 3,3 miljoen jaar geleden leefde, zijn opmerkelijk goed bewaard gebleven in de Ethiopische grond. Het liep op twee benen, maar lijkt ook goed te zijn geweest in klimmen. Paleoantropologen zijn verrukt over de vondst.
Het was een meisje, en ze heeft een jaar of drie geleefd, denken onderzoeksleider Zeresenay Alemseged en zijn team. Dat leiden ze af uit een vergelijking van het gebit van ‘Salem’, zoals ze het kind gedoopt hebben, met dat van jonge chimpansees. Het had een melkgebit, maar bijna alle ‘grotemensentanden’ zaten al in de kaak, zagen ze op CT-scans van de schedel. Of toch eerder ‘groteapentanden’? Salem leefde 3,3 miljoen jaar geleden en behoorde tot de soort Australopithecus afarensis. Dat is dezelfde soort aapmens als de beroemde Lucy, waarvan de resten in 1974 werden gevonden, vlakbij de plaats waar de botten van Salem lagen.
Of het echt een meisje was, staat niet helemaal vast, maar voor de media is het prettig om een geslacht te weten. En een naam te hebben, iets wat in de wetenschappelijke publicaties overigens vermeden wordt. Daar heet het kind DIK-1-1, naar de vindplaats Dikika, in Ethiopië. Een dochter van Lucy kan ze niet geweest zijn, want deze kleuter leefde ruim honderdduizend jaar eerder dan de beroemde aapmensenvrouw. Het kleine aapmensje verdronk waarschijnlijk toen het werd verrast door een vloedgolf, en raakte vervolgens bedolven onder een laag zand. Dat betekende haar dood, maar ook de redding van haar skelet voor de wetenschappers van nu. “Een van de grootste vondsten in de geschiedenis van de paleoantropologie”, noemen de ontdekkers het zelf in een persbericht, en collega’s spreken dat niet tegen.
In december 2000, bijna zes jaar geleden dus, vond een vertegenwoordiger van het Ethiopische ministerie voor Cultuur en Toerisme een blok zandsteen met het grootste deel van Salem’s overblijfselen, waaronder de schedel. In de drie jaar erna heeft het team van Zeresenay (Ethiopiërs zetten hun familienaam vooraan) de directe omgeving van de vindplaats nauwgezet uitgekamd, wat nog allerlei stukjes van het skeletje opleverde. De analyse van de vondsten is nog in volle gang, maar het werk is nu wel ver genoeg gevorderd om met de vondst naar buiten te treden, vond het team. Ze doen dat deze week in het tijdschrift Nature.
Al vijf jaar is Zeresenay Alemseged met tandartsboortjes in de weer om het bovenste deel van Salem’s skelet uit het blok zandsteen te bevrijden. Hij doet dat in het Max Planck Instituut in Leipzig. Zelfs na duizenden uren is hij nog niet klaar, maar er valt al wel veel te zeggen over de schedel. De hersenomvang moet ongeveer 330 milliliter zijn geweest. Dat is evenveel als een chimpansee van dezelfde leeftijd. Zo’n dier heeft dan al 90 procent van het volwassen hersenvolume bereikt, maar dat lijkt bij Salem niet het geval. Ze had tussen de 63 en 88 procent van de volwassen hersenomvang van Australopithecus afarensis, schatten de paleoantropologen. De snelheid waarmee de hersenen groeiden, lijkt dus meer op die van een mens.
Er zijn meer eigenschappen die de soort midden tussen mensen en mensapen in plaatsen, schrijven Zeresenay en zijn collega’s. De botten van de voeten en de benen duiden op een tweebenige manier van voortbewegen, maar de gorilla-achtige schouderbladen en de lange, gekromde vingers suggereren dat Salem ook prima haar weg kon vinden in bomen. Ook de kanaaltjes van het binnenoor, waarin het evenwichtsorgaan zetelt, lijken meer op die van een chimpansee dan die van een mens.
Het tongbeen van het aapmensenmeisje is goed bewaard gebleven. Heel bijzonder, want het is maar een fragiel botje, dat meestal snel vergaat. De bouw van dit botje zegt veel over de vorm van het strottenhoofd. Bij de 3,3 miljoen jaar geleden levende kleuter leek het sterk op het tongbeen van de huidige mensapen, en niet op de versie die mensen hebben. De conclusie dat Australopithecus afarensis niet kon spreken ligt voor de hand, maar dat is te voorbarig, want daarvoor zegt een enkel botje niet genoeg.
Salem was dus echt een tussenkleuter, niet echt een aap en ook niet echt een mens. Verdere bestudering van de gevonden botten zal een gedetailleerd beeld geven van de bouw en de groei van een aapmensensoort waaruit wij waarschijnlijk zijn voortgekomen. Zeresenay Alemseged gaat dus vrolijk door met het verwijderen van het zandsteen, korreltje voor korreltje.
Elmar Veerman
Zeresenay Alemseged, Fred Spoor, William H. Kimbel, René Bobe, Denis Geraads, Denné Reed en Jonathan G. Wynn: ‘A juvenile early hominin skeleton from Dikika, Ethiopia’. Nature, 21 september 2006
Bernard Wood: ‘A precious little bundle’. Nature, 21 september 2006