Vrouwen en wiskunde

De vraag of vrouwen nu echt slechter zijn in wiskunde dan mannen, beantwoorden de Canadese onderzoekers niet. En waarschijnlijk staat het antwoord ook niet in deze Time. Maar voor wie toch geïnteresseerd is: hij dateert van maart 2005.
Zoom
De vraag of vrouwen nu echt slechter zijn in wiskunde dan mannen, beantwoorden de Canadese onderzoekers niet. En waarschijnlijk staat het antwoord ook niet in deze Time. Maar voor wie toch geïnteresseerd is: hij dateert van maart 2005.

Vrouwen maken wiskundeopdrachten slechter als ze denken dat ze genetisch gezien niet in staat zijn die tot een goed einde te brengen.

Stereotypen zijn er natuurlijk om doorbroken te worden. Jammer is alleen dat mensen die denken tot een stereotype te behoren, vaak menen dat het niet te doorbreken ís, schrijven Ilan Dar-Nimrod en Steven Heine in Science. Want door die denkwijze presteren mensen waarschijnlijk minder goed dan ze kunnen, zeggen Dar-Nimrod en Heine, beide werkzaam aan de Universiteit van Brits-Columbia in Vancouver. Een bekend voorbeeld: vrouwen zijn slecht in wiskunde. Daar is niks aan te doen, want genetisch zo bepaald. Of dat waar is of niet, is niet hetgeen de Canadezen hebben onderzocht. Zij wilden weten of de wiskundige prestaties van vrouwen beïnvloed worden door hun gedachtes over de oorzaak van een dergelijk, sekse-afhankelijk onvermogen. Met andere woorden: zijn vrouwen die denken last te hebben van een genetisch bepaald wiskundig onvermogen slechter in sommen, dan vrouwen die menen dat hun wiskundige inzicht helemaal niet enkel en alleen door de genen wordt bepaald? Het antwoord is ja. Behalve sommen kregen de dames in het experiment van Dar-Nimrod en Heine geschreven teksten voor de kiezen. De vrouwen uit een eerste groep lazen dat man en vrouw inderdaad verschillen als het gaat om wiskundig inzicht en dat de oorzaak genetisch is. In de tekst van een volgende groep stond dat het verschil is ontstaan door (gebrek aan) ervaring. De derde groep las dat er helemaal geen sekseverschil is wat sommen maken betreft en de tekst van de laatste groep ging over de beide seksen in het algemeen. Zoals verwacht deden de dames uit de eerste en laatste groep het duidelijk slechter dan die uit groepen twee en drie. Of de theorie van de Canadezen ook geldt voor andere stereotypen en (on-) vermogens, durven ze nog niet te zeggen.